Notulen zitting van 16 DECEMBER 2025

 

Aanwezig:

Bieke Van Ballaer voorzitter;

Ward Kennes burgemeester;

Guy Van de Perre, Gert Storms, Guy Hannes, Ellen Peeters, Rein Sobrie Schepenen;

Robby Diels, Jan Biermans, Jo Van de Water, Rita Thijs, Bart Van Ossel, Maria Van Laer, Erwin Loos, Julie Van Olmen, Hanne Baeyens, Karlijn Kemps, Nathalie Obbers, Toon Sauvillers, Steve Renders, Mieke Wuyts, Luc Verrydt, Koen Van Gorp, Stijn Vermant, Lien Van Thielen Raadsleden;

Tom De Munter algemeen directeur;

 

Verontschuldigd:

 

Afwezig:

 

 

De voorzitter opent de zitting.

 

OPENBARE ZITTING

Overzicht punten

Openbare zitting van DINSDAG 16 DECEMBER 2025

 

1. Goedkeuring notulen d.d. 25 november 2025

 

De gemeenteraad,

 

Gelet op het decreet lokaal bestuur;
 

Gelet op de voorliggende notulen d.d 25 november 2025;
 

Overwegende dat de link naar de livestream van de vergadering werd toegevoegd;

 

Gelet op het decreet lokaal bestuur;
 

Gelet op de voorliggende notulen d.d 25 november 2025;
 

Overwegende dat de link naar de livestream van de vergadering werd toegevoegd;

 

BESLIST: 

eenparig.
 

Enig artikel - de notulen van de vorige zitting d.d. 25 november 2025 goed te keuren.

 

Publicatiedatum: 28/01/2026
Punt bijlagen/links Link livestream
Overzicht punten

Openbare zitting van DINSDAG 16 DECEMBER 2025

 

2. Goedkeuring dotatie politiezone regio Turnhout

 

De gemeenteraad,

 

Gelet op artikel 40 van het koninklijk besluit van 7 december 1998 houdende de geïntegreerde politie;
 

Gelet op het koninklijk besluit van 7 april 2005 en latere wijzigingen houdende de nadere regels inzake de berekening en de verdeling van de gemeentelijke dotatie in de schoot van een meergemeente politiezone;

 

Gelet op de goedkeuring door de politieraad van het meerjarenplan en de begroting 2026 voor de politiezone Turnhout op 18 november 2025;

 

Gelet op artikel 40 van het koninklijk besluit van 7 december 1998 houdende de geïntegreerde politie;
 

Gelet op het koninklijk besluit van 7 april 2005 en latere wijzigingen houdende de nadere regels inzake de berekening en de verdeling van de gemeentelijke dotatie in de schoot van een meergemeente politiezone;

 

Gelet op de goedkeuring door de politieraad van het meerjarenplan en de begroting 2026 voor de politiezone Turnhout op 18 november 2025;

 

BESLIST: 

eenparig.
 

Enig artikel - dat er in het meerjarenplan 2026-2031 voor 2026 een dotatie van 2.811.787 euro voor werking en een dotatie van 245.254 euro voor investeringen voor de politiezone Regio Turnhout opgenomen staat.

 

Publicatiedatum: 28/01/2026
Overzicht punten

Openbare zitting van DINSDAG 16 DECEMBER 2025

 

3. Goedkeuring dotatie hulpverleningszone Taxandria

 

De gemeenteraad,

 

Gelet op de wet van 15 mei 2007 betreffende civiele bescherming en meer bepaald artikel 68, § 1;
 

Overwegende het meerjarenplan 2026-2031 en de begroting 2026 van de hulpverleningszone Taxandria vastgesteld door de zoneraad van 22 oktober 2025;

 

Gelet op de wet van 15 mei 2007 betreffende civiele bescherming en meer bepaald artikel 68, § 1;
 

Overwegende het meerjarenplan 2026-2031 en de begroting 2026 van de hulpverleningszone Taxandria vastgesteld door de zoneraad van 22 oktober 2025;

 

BESLIST: 

eenparig.
 

Enig artikel - dat er in het meerjarenplan voor het vaststellen van het beginkrediet voor 2026 een dotatie van 1.036.484 euro voor werking en van 202.094 euro voor investeringen wordt opgenomen voor de hulpverleningszone Taxandria.

 

Publicatiedatum: 28/01/2026
Overzicht punten

Openbare zitting van DINSDAG 16 DECEMBER 2025

 

4. Vaststelling meerjarenplan 2026-2031

 

De gemeenteraad,

 

Gelet op het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur (artikel 249-275);

 

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juli 2023 over de beleids- en beheerscyclus van de lokale en de provinciale besturen;

 

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018 over de beleids- en beheerscyclus van de lokale en de provinciale besturen (gecoördineerde versie na wijzigingen BVR 14 juli 2023;

 

Gelet op het ministerieel besluit van 8 december 2023 tot wijziging van het ministerieel besluit van 26 juni 2018 over BBC;

 

Gelet op het ministerieel besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningenstelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale besturen (gecoördineerde versie na wijzigingen MB 08 december 2023);

 

Gelet op de omzendbrief KBBJ/ABB 2025/1 betreffende de strategische meerjarenplannen 2026-2031 van de lokale en provinciale besturen volgens de beleids- en beheerscyclus;

 

Gelet op het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur (artikel 249-275);

 

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juli 2023 over de beleids- en beheerscyclus van de lokale en de provinciale besturen;

 

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018 over de beleids- en beheerscyclus van de lokale en de provinciale besturen (gecoördineerde versie na wijzigingen BVR 14 juli 2023;

 

Gelet op het ministerieel besluit van 8 december 2023 tot wijziging van het ministerieel besluit van 26 juni 2018 over BBC;

 

Gelet op het ministerieel besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningenstelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale besturen (gecoördineerde versie na wijzigingen MB 08 december 2023);

 

Gelet op de omzendbrief KBBJ/ABB 2025/1 betreffende de strategische meerjarenplannen 2026-2031 van de lokale en provinciale besturen volgens de beleids- en beheerscyclus;

 

BESLIST: 

18 stemmen ja: Bieke Van Ballaer (cd&v team KLT), Ward Kennes (cd&v team KLT), Guy Van de Perre (cd&v team KLT), Gert Storms (cd&v team KLT), Guy Hannes (N-VA), Ellen Peeters (cd&v team KLT), Rein Sobrie (cd&v team KLT), Robby Diels (cd&v team KLT), Jan Biermans (cd&v team KLT), Jo Van de Water (N-VA), Bart Van Ossel (N-VA), Erwin Loos (cd&v team KLT), Julie Van Olmen (cd&v team KLT), Hanne Baeyens (cd&v team KLT), Karlijn Kemps (cd&v team KLT), Nathalie Obbers (N-VA), Toon Sauvillers (cd&v team KLT) en Steve Renders (N-VA).
7 onthoudingen: Rita Thijs (Actief2460), Maria Van Laer (Vlaams Belang), Mieke Wuyts (Actief2460), Luc Verrydt (Actief2460), Koen Van Gorp (Actief2460), Stijn Vermant (Vlaams Belang) en Lien Van Thielen (Vlaams Belang).
 

Artikel 1 - het gedeelte gemeente van het meerjarenplan 2026-2031 vast te stellen.

 

Art. 2 - de kredieten van 2026 voor de gemeente vast te stellen.

 

Art. 3 - het deel OCMW van het meerjarenplan 2026-2031 goed te keuren. Door die goedkeuring, en de vaststelling van het eigen deel, is het meerjarenplan in zijn geheel vastgesteld. 

 

Publicatiedatum: 28/01/2026
Punt bijlagen/links Documentatie_meerjarenplan_2026_2031.pdf Download
Meerjarenplan_2026_2031.pdf Download
MJP_2026_2031_overzicht_doelstellingen_actieplannen_acties.pdf Download
Overzicht punten

Openbare zitting van DINSDAG 16 DECEMBER 2025

 

5. Goedkeuring lijst nominatieve subsidies 2026

 

De gemeenteraad,

 

Gelet op het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en meer bepaald artikel 41, 2de lid, 23° en 4de lid In het geval, vermeld in het tweede lid, 23°, bepalen de subsidiereglementen en de beslissingen tot toekenning van nominatieve subsidies steeds als een van de subsidievoorwaarden dat de gesubsidieerde zich engageert om het belang van het gebruik van het Nederlands te erkennen bij het uitvoeren van de gesubsidieerde activiteiten;
 

Gelet op het meerjarenplan 2026-2031 - beginkrediet 2026 vastgesteld door de gemeenteraad van 16 december 2025;
 

Gelet de wet van 14 november 1983 betreffende de controle op de toekenning en op de aanwending van sommige toelagen;

 

Gelet op het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en meer bepaald artikel 41, 2de lid, 23° en 4de lid In het geval, vermeld in het tweede lid, 23°, bepalen de subsidiereglementen en de beslissingen tot toekenning van nominatieve subsidies steeds als een van de subsidievoorwaarden dat de gesubsidieerde zich engageert om het belang van het gebruik van het Nederlands te erkennen bij het uitvoeren van de gesubsidieerde activiteiten;
 

Gelet op het meerjarenplan 2026-2031 - beginkrediet 2026 vastgesteld door de gemeenteraad van 16 december 2025;
 

Gelet de wet van 14 november 1983 betreffende de controle op de toekenning en op de aanwending van sommige toelagen;

 

BESLIST: 

21 stemmen ja: Bieke Van Ballaer (cd&v team KLT), Ward Kennes (cd&v team KLT), Guy Van de Perre (cd&v team KLT), Gert Storms (cd&v team KLT), Guy Hannes (N-VA), Ellen Peeters (cd&v team KLT), Rein Sobrie (cd&v team KLT), Robby Diels (cd&v team KLT), Jan Biermans (cd&v team KLT), Jo Van de Water (N-VA), Bart Van Ossel (N-VA), Maria Van Laer (Vlaams Belang), Erwin Loos (cd&v team KLT), Julie Van Olmen (cd&v team KLT), Hanne Baeyens (cd&v team KLT), Karlijn Kemps (cd&v team KLT), Nathalie Obbers (N-VA), Toon Sauvillers (cd&v team KLT), Steve Renders (N-VA), Stijn Vermant (Vlaams Belang) en Lien Van Thielen (Vlaams Belang).
4 onthoudingen: Rita Thijs (Actief2460), Mieke Wuyts (Actief2460), Luc Verrydt (Actief2460) en Koen Van Gorp (Actief2460).
 

Artikel 1 - de lijst van nominatieve subsidies voor 2026 goed te keuren. Deze mogen uitbetaald worden in de loop van het jaar 2026.

 

Art. 2 - om een vrijstelling te verlenen op artikel 5 van de wet van 14 november 1983 betreffende de controle op de toekenning en op de aanwending van sommige toelagen voor toelagen toegekend aan rechtspersonen tot een waarde van 24.789,35 euro, tenzij dit in een andere beslissing is opgenomen.

 

Art. 3 - dat de gesubsidieerde zich moet engageren om het belang van het gebruik van het Nederlands te erkennen bij het uitvoeren van de gesubsidieerde activiteiten.

 

Publicatiedatum: 28/01/2026
Overzicht punten

Openbare zitting van DINSDAG 16 DECEMBER 2025

 

6. Verlenging projectvereniging Erfgoed Noorderkempen

 

De gemeenteraad,

 

Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017;

 

Gelet op het Cultureel Erfgoeddecreet van 24 februari 2017;

 

Gelet op het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013;

 

Gelet op het Bovenlokaal Cultuurdecreet van 15 juni 2018;

 

Gelet op de oprichting door de gemeenten Beerse, Oud-Turnhout, Turnhout en Vosselaar van 3 december 2003 van een projectvereniging met de naam Archeologische dienst Antwerpse Kempen (Pv AdAK);

 

Gelet op de gemeenteraadsbeslissingen van de betrokken gemeenten van november en december 2007 betreffende de goedkeuring tot verlenging van de Pv AdAK met 6 jaar;

 

Gelet op de beslissing van de raad van bestuur van 9 december 2008 om de Pv AdAK om te vormen tot de projectvereniging Erfgoed Noorderkempen (Pv ENK) en keurde daarbij de nieuwe statuten goed;

 

Gelet op de verlenging van de Pv ENK die door de aangesloten gemeentebesturen in 2013 en 2019 werden goedgekeurd voor een periode van 6 jaar;

 

Gelet op artikel 4 van de statuten van de Pv ENK, waarin de duur en de verlengingsprocedure van de projectvereniging zijn vastgelegd en waarbij de raad van bestuur op 4 november 2025 besliste om de projectvereniging opnieuw met zes jaar te verlengen;

 

Overwegende dat de projectvereniging tot doel heeft om het behoud, beheer, onderzoek en de ontsluiting van het onroerend en cultureel erfgoed op het grondgebied van de deelnemende gemeenten te bevorderen. Daarnaast staat de vereniging in voor het opbouwen, delen en uitwisselen van kennis en expertise rond cultuur en erfgoed. Ze heeft hiertoe vier deelwerkingen uitgebouwd: cultureel erfgoed, onroerend erfgoed, archiefwerking en cultuurwerking;

 

Overwegende dat de werking van de vereniging sinds twintig jaar, naast gemeentelijke middelen, ook wordt ondersteund door verschillende Vlaamse subsidies.  De huidige overeenkomsten met de Vlaamse overheid (2021–2026) zijn nog lopende:

        het convenant cultureel erfgoed (Erfgoedcel) loopt tot 31 december 2026;

        de samenwerkingsovereenkomst onroerend erfgoed (IOED) loopt eveneens tot 31 december 2026;

 

Overwegende dat in 2026 beide deelwerkingen een nieuwe aanvraag zullen indienen voor de periode 2027–2032. De Vlaamse Gemeenschap beoordeelt deze aanvragen mede op basis van de lokale gedragenheid. Een verlenging van de projectvereniging met zes jaar bevestigt deze gedragenheid en vormt een noodzakelijke voorwaarde voor erkenning en subsidiëring;

 

Overwegende dat de verlenging daarnaast de mogelijkheid biedt om binnen het bovenlokaal cultuurdecreet een Vlaamse werkingssubsidie aan te vragen voor een bovenlokale cultuurwerking. Momenteel loopt, met Vlaamse ondersteuning via een kleinschalige bovenlokale cultuursubsidie, een voortraject om deze piste verder te onderzoeken;

Gelet op het belang van een duurzame intergemeentelijke samenwerking voor het behoud, beheer, onderzoek en de ontsluiting van het cultureel en onroerend erfgoed binnen de regio, en rekening houdend met de lopende en toekomstige samenwerkingsovereenkomsten met de Vlaamse overheid, achten de deelnemende gemeenten het aangewezen om de projectvereniging Erfgoed Noorderkempen voor een nieuwe periode van zes jaar te verlengen;

 

Overwegende dat deze verlenging de continuïteit verzekert van de opgebouwde expertise, de verdere uitvoering van de lopende Vlaamse erkenningen en convenanten, en de mogelijkheid om ook in de toekomst gezamenlijke bovenlokale projecten en subsidiemogelijkheden te blijven benutten in het belang van het erfgoed- en cultuurbeleid in de regio;

 

Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017;

 

Gelet op het Cultureel Erfgoeddecreet van 24 februari 2017;

 

Gelet op het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013;

 

Gelet op het Bovenlokaal Cultuurdecreet van 15 juni 2018;

 

Gelet op de oprichting door de gemeenten Beerse, Oud-Turnhout, Turnhout en Vosselaar van 3 december 2003 van een projectvereniging met de naam Archeologische dienst Antwerpse Kempen (Pv AdAK);

 

Gelet op de gemeenteraadsbeslissingen van de betrokken gemeenten van november en december 2007 betreffende de goedkeuring tot verlenging van de Pv AdAK met 6 jaar;

 

Gelet op de beslissing van de raad van bestuur van 9 december 2008 om de Pv AdAK om te vormen tot de projectvereniging Erfgoed Noorderkempen (Pv ENK) en keurde daarbij de nieuwe statuten goed;

 

Gelet op de verlenging van de Pv ENK die door de aangesloten gemeentebesturen in 2013 en 2019 werden goedgekeurd voor een periode van 6 jaar;

 

Gelet op artikel 4 van de statuten van de Pv ENK, waarin de duur en de verlengingsprocedure van de projectvereniging zijn vastgelegd en waarbij de raad van bestuur op 4 november 2025 besliste om de projectvereniging opnieuw met zes jaar te verlengen;

 

Overwegende dat de projectvereniging tot doel heeft om het behoud, beheer, onderzoek en de ontsluiting van het onroerend en cultureel erfgoed op het grondgebied van de deelnemende gemeenten te bevorderen. Daarnaast staat de vereniging in voor het opbouwen, delen en uitwisselen van kennis en expertise rond cultuur en erfgoed. Ze heeft hiertoe vier deelwerkingen uitgebouwd: cultureel erfgoed, onroerend erfgoed, archiefwerking en cultuurwerking;

 

Overwegende dat de werking van de vereniging sinds twintig jaar, naast gemeentelijke middelen, ook wordt ondersteund door verschillende Vlaamse subsidies.  De huidige overeenkomsten met de Vlaamse overheid (2021–2026) zijn nog lopende:

        het convenant cultureel erfgoed (Erfgoedcel) loopt tot 31 december 2026;

        de samenwerkingsovereenkomst onroerend erfgoed (IOED) loopt eveneens tot 31 december 2026;

 

Overwegende dat in 2026 beide deelwerkingen een nieuwe aanvraag zullen indienen voor de periode 2027–2032. De Vlaamse Gemeenschap beoordeelt deze aanvragen mede op basis van de lokale gedragenheid. Een verlenging van de projectvereniging met zes jaar bevestigt deze gedragenheid en vormt een noodzakelijke voorwaarde voor erkenning en subsidiëring;

 

Overwegende dat de verlenging daarnaast de mogelijkheid biedt om binnen het bovenlokaal cultuurdecreet een Vlaamse werkingssubsidie aan te vragen voor een bovenlokale cultuurwerking. Momenteel loopt, met Vlaamse ondersteuning via een kleinschalige bovenlokale cultuursubsidie, een voortraject om deze piste verder te onderzoeken;

Gelet op het belang van een duurzame intergemeentelijke samenwerking voor het behoud, beheer, onderzoek en de ontsluiting van het cultureel en onroerend erfgoed binnen de regio, en rekening houdend met de lopende en toekomstige samenwerkingsovereenkomsten met de Vlaamse overheid, achten de deelnemende gemeenten het aangewezen om de projectvereniging Erfgoed Noorderkempen voor een nieuwe periode van zes jaar te verlengen;

 

Overwegende dat deze verlenging de continuïteit verzekert van de opgebouwde expertise, de verdere uitvoering van de lopende Vlaamse erkenningen en convenanten, en de mogelijkheid om ook in de toekomst gezamenlijke bovenlokale projecten en subsidiemogelijkheden te blijven benutten in het belang van het erfgoed- en cultuurbeleid in de regio;

 

BESLIST: 

eenparig.
 

Artikel 1 - de projectvereniging Erfgoed Noorderkempen te verlengen voor een periode van 6 jaar.

 

Art. 2 - de bij onderhavige beslissing de bijgevoegde ontwerpstatuten van de projectvereniging Erfgoed Noorderkempen goed te keuren.

 

Publicatiedatum: 28/01/2026
Overzicht punten

Openbare zitting van DINSDAG 16 DECEMBER 2025

 

7. Goedkeuring toetreding gemeente Lille tot de projectvereniging Erfgoed Noorderkempen (Pv ENK)

 

De gemeenteraad,

 

Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017;

 

Gelet op het Cultureel Erfgoeddecreet van 24 februari 2017;

 

Gelet op het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013;

 

Gelet op het Bovenlokaal Cultuurdecreet van 15 juni 2018;

 

Gelet op de oprichting door de gemeenten Beerse, Oud-Turnhout, Turnhout en Vosselaar van 3 december 2003 van een projectvereniging met de naam Archeologische dienst Antwerpse Kempen (Pv AdAK);

 

Gelet op de gemeenteraadsbeslissingen van de betrokken gemeenten van november en december 2007 betreffende de goedkeuring tot verlenging van de Pv AdAK met 6 jaar;

 

Gelet op de beslissing van de raad van bestuur van 9 december 2008 om de Pv AdAK om te vormen tot de projectvereniging Erfgoed Noorderkempen (Pv ENK) en keurde daarbij de nieuwe statuten goed;

 

Gelet op de verlenging van de Pv ENK die door de aangesloten gemeentebesturen in 2013 en 2019 werden goedgekeurd voor een periode van 6 jaar;

 

Gelet op artikel 4 van de statuten van de Pv ENK, waarin de duur en de verlengingsprocedure van de projectvereniging zijn vastgelegd en waarbij de raad van bestuur op 4 november 2025 besliste om de projectvereniging opnieuw met zes jaar te verlengen;

 

Overwegende dat deze verlenging dient goedgekeurd te worden op de gemeenteraden van de aangesloten gemeenten;

 

Gelet op de intentie tot toetreden tot de projectvereniging Erfgoed Noorderkempen die goedgekeurd werd door de gemeenteraad van Lille op 26 februari 2025;

 

Overwegende dat deze intentie per brief kenbaar werd gemaakt aan de raad van bestuur van Erfgoed Noorderkempen op 3 maart 2025;

 

Gelet op artikel 6 van de statuten van de Pv ENK betreffende de deelnemers en de procedure tot toetreding, keurde de raad van bestuur op 18 maart 2025 de toetreding van de gemeente Lille voorlopig goed;

 

Overwegende dat in het kader van de verlenging van de projectvereniging en de opmaak en goedkeuring van de nieuwe beleidsplannen, de raad van bestuur op 4 november 2025 besliste om de definitieve aanvaarding en deelname van de gemeente Lille aan de projectvereniging Erfgoed Noorderkempen voor te leggen aan de gemeenteraden van de aangesloten gemeenten;

 

Overwegende dat de projectvereniging tot doel heeft om het behoud, beheer, onderzoek en de ontsluiting van het onroerend en cultureel erfgoed op het grondgebied van de deelnemende gemeenten te bevorderen. Daarnaast staat de vereniging in voor het opbouwen, delen en uitwisselen van kennis en expertise rond cultuur en erfgoed. Ze heeft hiertoe vier deelwerkingen uitgebouwd: cultureel erfgoed, onroerend erfgoed, archiefwerking en cultuurwerking;

Gelet op artikel 6 § 1 van de statuten van de Pv ENK dat stelt dat alle gemeente van het gerechtelijk arrondissement Turnhout kunnen toetreden tot de projectvereniging en ze na toetreding worden toegevoegd worden aan het deelnemersregister;

 

Overwegende dat de projectvereniging sinds de oprichting in 2003 stelselmatig gegroeid is en nu voor 11 lokale besturen werkt;

 

Overwegende dat de gemeente Lille nu ook kijkt voor andere beleidsdomeinen, naar analogie met de samenwerking binnen Kordia, naar de gemeenten in het noorden van de referentieregio Kempen;

 

Overwegende dat de gemeente Lille momenteel al intergemeentelijk samenwerkt met andere gemeenten rond roerend, immaterieel en onroerend erfgoed en wil dit in de toekomst verder zetten in samenwerking met Erfgoed Noorderkempen. Ook wil ze graag samen met andere gemeenten werken rond bovenlokale cultuur;

 

Overwegende om deze intentie tot samenwerken duidelijk te maken, maakte het gemeentebestuur van Lille de vraag tot toetreding officieel kenbaar aan de raad van bestuur van Erfgoed Noorderkempen;

 

Overwegende dat ze hebben aangegeven om te willen deelnemen aan de deelwerkingen cultureel erfgoed, onroerend erfgoed en de cultuurwerking;

 

Overwegende dat de raad van bestuur van Erfgoed Noorderkempen de toetreding van Lille dan ook een logische en waardevolle uitbreiding van de bestaande samenwerking binnen de referentieregio Kempen acht;

 

Gelet op de intentie van de gemeente Lille om actief bij te dragen aan de intergemeentelijke erfgoed- en cultuurwerking, en rekening houdend met de bepalingen van artikel 6 van de statuten van de Pv ENK, wordt voorgesteld de toetreding van de gemeente Lille definitief goed te keuren;

 

Overwegende dat deze toetreding de slagkracht van de projectvereniging versterkt en bijdraagt  aan een geïntegreerde, bovenlokale aanpak van erfgoed en cultuur in de regio;

 

Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017;

 

Gelet op het Cultureel Erfgoeddecreet van 24 februari 2017;

 

Gelet op het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013;

 

Gelet op het Bovenlokaal Cultuurdecreet van 15 juni 2018;

 

Gelet op de oprichting door de gemeenten Beerse, Oud-Turnhout, Turnhout en Vosselaar van 3 december 2003 van een projectvereniging met de naam Archeologische dienst Antwerpse Kempen (Pv AdAK);

 

Gelet op de gemeenteraadsbeslissingen van de betrokken gemeenten van november en december 2007 betreffende de goedkeuring tot verlenging van de Pv AdAK met 6 jaar;

 

Gelet op de beslissing van de raad van bestuur van 9 december 2008 om de Pv AdAK om te vormen tot de projectvereniging Erfgoed Noorderkempen (Pv ENK) en keurde daarbij de nieuwe statuten goed;

 

Gelet op de verlenging van de Pv ENK die door de aangesloten gemeentebesturen in 2013 en 2019 werden goedgekeurd voor een periode van 6 jaar;

 

Gelet op artikel 4 van de statuten van de Pv ENK, waarin de duur en de verlengingsprocedure van de projectvereniging zijn vastgelegd en waarbij de raad van bestuur op 4 november 2025 besliste om de projectvereniging opnieuw met zes jaar te verlengen;

 

Overwegende dat deze verlenging dient goedgekeurd te worden op de gemeenteraden van de aangesloten gemeenten;

 

Gelet op de intentie tot toetreden tot de projectvereniging Erfgoed Noorderkempen die goedgekeurd werd door de gemeenteraad van Lille op 26 februari 2025;

 

Overwegende dat deze intentie per brief kenbaar werd gemaakt aan de raad van bestuur van Erfgoed Noorderkempen op 3 maart 2025;

 

Gelet op artikel 6 van de statuten van de Pv ENK betreffende de deelnemers en de procedure tot toetreding, keurde de raad van bestuur op 18 maart 2025 de toetreding van de gemeente Lille voorlopig goed;

 

Overwegende dat in het kader van de verlenging van de projectvereniging en de opmaak en goedkeuring van de nieuwe beleidsplannen, de raad van bestuur op 4 november 2025 besliste om de definitieve aanvaarding en deelname van de gemeente Lille aan de projectvereniging Erfgoed Noorderkempen voor te leggen aan de gemeenteraden van de aangesloten gemeenten;

 

Overwegende dat de projectvereniging tot doel heeft om het behoud, beheer, onderzoek en de ontsluiting van het onroerend en cultureel erfgoed op het grondgebied van de deelnemende gemeenten te bevorderen. Daarnaast staat de vereniging in voor het opbouwen, delen en uitwisselen van kennis en expertise rond cultuur en erfgoed. Ze heeft hiertoe vier deelwerkingen uitgebouwd: cultureel erfgoed, onroerend erfgoed, archiefwerking en cultuurwerking;

Gelet op artikel 6 § 1 van de statuten van de Pv ENK dat stelt dat alle gemeente van het gerechtelijk arrondissement Turnhout kunnen toetreden tot de projectvereniging en ze na toetreding worden toegevoegd worden aan het deelnemersregister;

 

Overwegende dat de projectvereniging sinds de oprichting in 2003 stelselmatig gegroeid is en nu voor 11 lokale besturen werkt;

 

Overwegende dat de gemeente Lille nu ook kijkt voor andere beleidsdomeinen, naar analogie met de samenwerking binnen Kordia, naar de gemeenten in het noorden van de referentieregio Kempen;

 

Overwegende dat de gemeente Lille momenteel al intergemeentelijk samenwerkt met andere gemeenten rond roerend, immaterieel en onroerend erfgoed en wil dit in de toekomst verder zetten in samenwerking met Erfgoed Noorderkempen. Ook wil ze graag samen met andere gemeenten werken rond bovenlokale cultuur;

 

Overwegende om deze intentie tot samenwerken duidelijk te maken, maakte het gemeentebestuur van Lille de vraag tot toetreding officieel kenbaar aan de raad van bestuur van Erfgoed Noorderkempen;

 

Overwegende dat ze hebben aangegeven om te willen deelnemen aan de deelwerkingen cultureel erfgoed, onroerend erfgoed en de cultuurwerking;

 

Overwegende dat de raad van bestuur van Erfgoed Noorderkempen de toetreding van Lille dan ook een logische en waardevolle uitbreiding van de bestaande samenwerking binnen de referentieregio Kempen acht;

 

Gelet op de intentie van de gemeente Lille om actief bij te dragen aan de intergemeentelijke erfgoed- en cultuurwerking, en rekening houdend met de bepalingen van artikel 6 van de statuten van de Pv ENK, wordt voorgesteld de toetreding van de gemeente Lille definitief goed te keuren;

 

Overwegende dat deze toetreding de slagkracht van de projectvereniging versterkt en bijdraagt  aan een geïntegreerde, bovenlokale aanpak van erfgoed en cultuur in de regio;

 

BESLIST: 

eenparig.
 

Artikel 1 - de toetreding van de gemeente Lille tot de Projectvereniging Erfgoed Noorderkempen (Pv ENK) goed te keuren.

 

Art. 2 - de aanpassing van het deelnemersregister en de statuten van de Pv ENK goed te keuren, naar aanleiding van de toetreding van de gemeente Lille.

 

Publicatiedatum: 28/01/2026
Overzicht punten

Openbare zitting van DINSDAG 16 DECEMBER 2025

 

8. Goedkeuring van het geïntegreerd beleidsplan 2027-2032 voor de erfgoedwerking van de projectvereniging Erfgoed Noorderkempen.

 

De gemeenteraad,

 

Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017;

 

Gelet op het Cultureel Erfgoeddecreet van 24 februari 2017;

 

Gelet op het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013;

 

Gelet op de oprichting door de gemeenten Beerse, Oud-Turnhout, Turnhout en Vosselaar van 3 december 2003 van een projectvereniging met de naam Archeologische dienst Antwerpse Kempen (Pv AdAK);

 

Gelet op de gemeenteraadsbeslissingen van de betrokken gemeenten van november en december 2007 betreffende de goedkeuring tot verlenging van de Pv AdAK met 6 jaar;

 

Gelet op de beslissing van de raad van bestuur van 9 december 2008 om de Pv AdAK om te vormen tot de projectvereniging Erfgoed Noorderkempen (Pv ENK) en keurde daarbij de nieuwe statuten goed;

 

Gelet op de verlenging van de Pv ENK die door de aangesloten gemeentebesturen in 2013 en 2019 werden goedgekeurd voor een periode van 6 jaar;

 

Overwegende dat de beleidsambities van de Pv ENK de afgelopen 20 jaar altijd werden ondersteund door middelen van hogere overheden. Zo werden voor 2009-2014, 2015-2020 en 2021-2026 telkens succesvolle erfgoedconvenants (Erfgoedcel) en samenwerkingsovereenkomsten (AdAK/IOED) afgesloten met Vlaanderen;

 

Overwegende dat de werking van de Pv ENK intussen uitgegroeid is tot een intergemeentelijk samenwerkingsverband van 12 gemeenten, 4 deelwerkingen en 12 personeelsleden. In 2024 liep een traject om de interne werking hierop af te stemmen;

 

Overwegende dat op 19 november 2024 de raad van bestuur van de Pv ENK de nieuwe structuur goedkeurde en zo werd de basis gelegd voor een meer geïntegreerde erfgoedwerking;

 

Overwegende dat het beleidsplanningstraject samen met de visie rond de geïntegreerde werking en de krijtlijnen van het financieel kader goedgekeurd wordt op de Raad van Bestuur van de Pv ENK van 18 maart 2025.

 

Overwegende dat de nieuwe missie, visie, strategische doelstellingen en kernacties werden afgeklopt op de raad van bestuur van 3 juli 2025. Deze werden verder uitgewerkt en op 4 november 2025 keurde de raad het geïntegreerde beleidsplan 2027-2032 goed;

 

Overwegende dat het geïntegreerde beleidsplan 2027–2032 van de erfgoedwerking van Erfgoed Noorderkempen het inhoudelijke en strategische kader vormt voor de verdere uitbouw van de cultureel-erfgoedwerking (Erfgoedcel) en de onroerenderfgoedwerking (IOED) binnen de regio;

 

Overwegende dat het plan vertrekt vanuit de gedeelde missie om het erfgoed duurzaam te bewaren, te onderzoeken, te ontsluiten en te beleven — met nadruk op samenwerking, kennisdeling en betrokkenheid van inwoners en lokale besturen;

 

 

Overwegende dat de strategische doelstellingen zich richten op:

 

  1. Versterken van de lokale erfgoedzorg en het ondersteunen van gemeentelijke diensten en erfgoedactoren;
  2. Stimuleren van participatie en erfgoedbeleving bij inwoners, scholen, verenigingen en vrijwilligers;
  3. Verhogen van expertise en kennisdeling rond erfgoedzorg, restauratie, digitalisering en beleid;
  4. Duurzaam bewaren en ontsluiten van erfgoedcollecties, archieven en erfgoeddata;
  5. Verankeren van bovenlokale samenwerking tussen gemeenten, erfgoedpartners en de Vlaamse overheid;

 

Overwegende dat de erfgoedwerking binnen Erfgoed Noorderkempen de gemeentelijke diensten ontlast door gespecialiseerde ondersteuning te bieden bij complexe en tijdsintensieve opdrachten, zoals vergunningen, erfgoedadviezen, subsidiedossiers, digitalisering en publieksprojecten;

 

Overwegende dat door deze gedeelde aanpak de gemeenten beschikken over betaalbare en gespecialiseerde expertise die zij individueel niet zouden kunnen aanwerven of behouden;

 

Overwegende dat de intergemeentelijke samenwerking bovendien fungeert alshefboom voor bijkomende Vlaamse en Europese middelen, waardoor de gezamenlijke gemeentelijke bijdrage een veelvoud aan externe financiering mogelijk maakt. Zo levert het beleidsplan niet enkel inhoudelijke meerwaarde, maar ook financieel rendement voor de regio;

 

Overwegende dat het plan werd uitgewerkt via een breed participatief traject met de twaalf deelnemende gemeenten, de medewerkers van Erfgoed Noorderkempen en talrijke erfgoedactoren uit de regio. Deze gezamenlijke aanpak versterkt de samenhang tussen de twee erfgoeddeelwerkingen en garandeert een efficiënte inzet van middelen, kennis en menskracht;

 

Overwegende dat de goedkeuring van het beleidsplan 2027–2032 het engagement van de deelnemende gemeenten voor een duurzame, kwalitatieve en bovenlokale erfgoedwerking bevestigt. Ze vormt een noodzakelijke voorwaarde voor de indiening van de nieuwe erkennings- en subsidiedossiers bij de Vlaamse overheid (Erfgoedcel en IOED) en verzekert de continuïteit en de toekomstgerichte ontwikkeling van het erfgoedbeleid in de regio;

 

Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017;

 

Gelet op het Cultureel Erfgoeddecreet van 24 februari 2017;

 

Gelet op het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013;

 

Gelet op de oprichting door de gemeenten Beerse, Oud-Turnhout, Turnhout en Vosselaar van 3 december 2003 van een projectvereniging met de naam Archeologische dienst Antwerpse Kempen (Pv AdAK);

 

Gelet op de gemeenteraadsbeslissingen van de betrokken gemeenten van november en december 2007 betreffende de goedkeuring tot verlenging van de Pv AdAK met 6 jaar;

 

Gelet op de beslissing van de raad van bestuur van 9 december 2008 om de Pv AdAK om te vormen tot de projectvereniging Erfgoed Noorderkempen (Pv ENK) en keurde daarbij de nieuwe statuten goed;

 

Gelet op de verlenging van de Pv ENK die door de aangesloten gemeentebesturen in 2013 en 2019 werden goedgekeurd voor een periode van 6 jaar;

 

Overwegende dat de beleidsambities van de Pv ENK de afgelopen 20 jaar altijd werden ondersteund door middelen van hogere overheden. Zo werden voor 2009-2014, 2015-2020 en 2021-2026 telkens succesvolle erfgoedconvenants (Erfgoedcel) en samenwerkingsovereenkomsten (AdAK/IOED) afgesloten met Vlaanderen;

 

Overwegende dat de werking van de Pv ENK intussen uitgegroeid is tot een intergemeentelijk samenwerkingsverband van 12 gemeenten, 4 deelwerkingen en 12 personeelsleden. In 2024 liep een traject om de interne werking hierop af te stemmen;

 

Overwegende dat op 19 november 2024 de raad van bestuur van de Pv ENK de nieuwe structuur goedkeurde en zo werd de basis gelegd voor een meer geïntegreerde erfgoedwerking;

 

Overwegende dat het beleidsplanningstraject samen met de visie rond de geïntegreerde werking en de krijtlijnen van het financieel kader goedgekeurd wordt op de Raad van Bestuur van de Pv ENK van 18 maart 2025.

 

Overwegende dat de nieuwe missie, visie, strategische doelstellingen en kernacties werden afgeklopt op de raad van bestuur van 3 juli 2025. Deze werden verder uitgewerkt en op 4 november 2025 keurde de raad het geïntegreerde beleidsplan 2027-2032 goed;

 

Overwegende dat het geïntegreerde beleidsplan 2027–2032 van de erfgoedwerking van Erfgoed Noorderkempen het inhoudelijke en strategische kader vormt voor de verdere uitbouw van de cultureel-erfgoedwerking (Erfgoedcel) en de onroerenderfgoedwerking (IOED) binnen de regio;

 

Overwegende dat het plan vertrekt vanuit de gedeelde missie om het erfgoed duurzaam te bewaren, te onderzoeken, te ontsluiten en te beleven — met nadruk op samenwerking, kennisdeling en betrokkenheid van inwoners en lokale besturen;

 

 

Overwegende dat de strategische doelstellingen zich richten op:

 

  1. Versterken van de lokale erfgoedzorg en het ondersteunen van gemeentelijke diensten en erfgoedactoren;
  2. Stimuleren van participatie en erfgoedbeleving bij inwoners, scholen, verenigingen en vrijwilligers;
  3. Verhogen van expertise en kennisdeling rond erfgoedzorg, restauratie, digitalisering en beleid;
  4. Duurzaam bewaren en ontsluiten van erfgoedcollecties, archieven en erfgoeddata;
  5. Verankeren van bovenlokale samenwerking tussen gemeenten, erfgoedpartners en de Vlaamse overheid;

 

Overwegende dat de erfgoedwerking binnen Erfgoed Noorderkempen de gemeentelijke diensten ontlast door gespecialiseerde ondersteuning te bieden bij complexe en tijdsintensieve opdrachten, zoals vergunningen, erfgoedadviezen, subsidiedossiers, digitalisering en publieksprojecten;

 

Overwegende dat door deze gedeelde aanpak de gemeenten beschikken over betaalbare en gespecialiseerde expertise die zij individueel niet zouden kunnen aanwerven of behouden;

 

Overwegende dat de intergemeentelijke samenwerking bovendien fungeert alshefboom voor bijkomende Vlaamse en Europese middelen, waardoor de gezamenlijke gemeentelijke bijdrage een veelvoud aan externe financiering mogelijk maakt. Zo levert het beleidsplan niet enkel inhoudelijke meerwaarde, maar ook financieel rendement voor de regio;

 

Overwegende dat het plan werd uitgewerkt via een breed participatief traject met de twaalf deelnemende gemeenten, de medewerkers van Erfgoed Noorderkempen en talrijke erfgoedactoren uit de regio. Deze gezamenlijke aanpak versterkt de samenhang tussen de twee erfgoeddeelwerkingen en garandeert een efficiënte inzet van middelen, kennis en menskracht;

 

Overwegende dat de goedkeuring van het beleidsplan 2027–2032 het engagement van de deelnemende gemeenten voor een duurzame, kwalitatieve en bovenlokale erfgoedwerking bevestigt. Ze vormt een noodzakelijke voorwaarde voor de indiening van de nieuwe erkennings- en subsidiedossiers bij de Vlaamse overheid (Erfgoedcel en IOED) en verzekert de continuïteit en de toekomstgerichte ontwikkeling van het erfgoedbeleid in de regio;

 

BESLIST: 

eenparig.
 

Artikel 1 - het geïntegreerde beleidsplan 2027-2032 voor de erfgoedwerking van de projectvereniging Erfgoed Noorderkempen goed te keuren.

 

Art. 2 -  de indiening van de erkennings- en subsidiedossiers goed te keuren bij de Vlaamse overheid, met name de aanvraag van het erfgoedconvenant (Erfgoedcel) en de samenwerkingsovereenkomst (IOED) voor de periode 2027–2032.

 

Publicatiedatum: 28/01/2026
Overzicht punten

Openbare zitting van DINSDAG 16 DECEMBER 2025

 

9. Kennisname budgetwijzigingen 2025 St. Willibrordus Kasterlee en budgetten 2026 Centraal Kerkbestuur en van de kerkfabrieken St. Willibrordus Kasterlee, O.L. Vrouw Lichtaart en St. Margarita Tielen

 

De gemeenteraad,

 

Enig artikel - neemt kennis van de door het Centraal Kerkbestuur ingediende budgetten 2026 van de kerkfabrieken St. Willibrordus Kasterlee, O.L. Vrouw Lichtaart en St. Margarita Tielen en van de budgetwijziging 2025 van kerkfabriek St. Willibrordus Kasterlee.

De budgetwijziging heeft geen negatieve impact op het resultaat van de exploitatie. De voorgestelde exploitatietoelagen vallen binnen de goedgekeurde meerjarenplanning.

 

Publicatiedatum: 28/01/2026
Overzicht punten

Openbare zitting van DINSDAG 16 DECEMBER 2025

 

10. Goedkeuring van de belasting op de inzameling en verwerking van huishoudelijk afvalstoffen en vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen via het Diftar-systeem 2026 - 2031

 

De gemeenteraad,

 

Gelet op het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, en latere wijzigingen;
 

Gelet op het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen;
 

Gelet op het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen, en latere wijzigingen (Materialendecreet), in het bijzonder artikel 26;
 

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2012 tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen, en latere wijzigingen (VLAREMA), in het bijzonder art. 5.1.1 e.v.;
 

Gelet op het Uitvoeringsplan Huishoudelijk Afval en Gelijkaardig Bedrijfsafval 2023 - 2030, goedgekeurd op 26 mei 2023 door de Vlaamse regering, en latere wijzigingen;
 

Gelet op de beslissing van de gemeenteraad van 25 november 2003 houdende beheersoverdracht aan de intergemeentelijke vereniging IOK Afvalbeheer voor de activiteiten inzake afvalbeheer, zoals verwoord in artikel 4 van de statuten van IOK Afvalbeheer;

 

Gelet op het feit dat vanaf 1 januari 2026 de Vlaamse regering de milieuheffing op huishoudelijk restafval verhoogt; concreet betekent dit dat er een verhoging komt op de verwerkingskost voor restafval en grofvuil; in reactie daarop en in het kader van het harmonisatietraject besliste de raad van bestuur van IOK Afvalbeheer om het basistarief van 0,24 euro/kg restafval van 2021 te verhogen met 0,01 euro/kg tot 0,25 euro/kg;

 

Gelet op de beslissing van de gemeenteraad van 27 april 2021 houdende participatie in het DIFTAR-project van de opdrachthoudende vereniging IOK Afvalbeheer;
 

Gelet op de financiële toestand van de gemeente Kasterlee;

 

Gelet op het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, en latere wijzigingen;
 

Gelet op het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen;
 

Gelet op het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen, en latere wijzigingen (Materialendecreet), in het bijzonder artikel 26;
 

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2012 tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen, en latere wijzigingen (VLAREMA), in het bijzonder art. 5.1.1 e.v.;
 

Gelet op het Uitvoeringsplan Huishoudelijk Afval en Gelijkaardig Bedrijfsafval 2023 - 2030, goedgekeurd op 26 mei 2023 door de Vlaamse regering, en latere wijzigingen;
 

Gelet op de beslissing van de gemeenteraad van 25 november 2003 houdende beheersoverdracht aan de intergemeentelijke vereniging IOK Afvalbeheer voor de activiteiten inzake afvalbeheer, zoals verwoord in artikel 4 van de statuten van IOK Afvalbeheer;

 

Gelet op het feit dat vanaf 1 januari 2026 de Vlaamse regering de milieuheffing op huishoudelijk restafval verhoogt; concreet betekent dit dat er een verhoging komt op de verwerkingskost voor restafval en grofvuil; in reactie daarop en in het kader van het harmonisatietraject besliste de raad van bestuur van IOK Afvalbeheer om het basistarief van 0,24 euro/kg restafval van 2021 te verhogen met 0,01 euro/kg tot 0,25 euro/kg;

 

Gelet op de beslissing van de gemeenteraad van 27 april 2021 houdende participatie in het DIFTAR-project van de opdrachthoudende vereniging IOK Afvalbeheer;
 

Gelet op de financiële toestand van de gemeente Kasterlee;

 

BESLIST: 

18 stemmen ja: Bieke Van Ballaer (cd&v team KLT), Ward Kennes (cd&v team KLT), Guy Van de Perre (cd&v team KLT), Gert Storms (cd&v team KLT), Guy Hannes (N-VA), Ellen Peeters (cd&v team KLT), Rein Sobrie (cd&v team KLT), Robby Diels (cd&v team KLT), Jan Biermans (cd&v team KLT), Jo Van de Water (N-VA), Bart Van Ossel (N-VA), Erwin Loos (cd&v team KLT), Julie Van Olmen (cd&v team KLT), Hanne Baeyens (cd&v team KLT), Karlijn Kemps (cd&v team KLT), Nathalie Obbers (N-VA), Toon Sauvillers (cd&v team KLT) en Steve Renders (N-VA).
4 stemmen tegen: Rita Thijs (Actief2460), Mieke Wuyts (Actief2460), Luc Verrydt (Actief2460) en Koen Van Gorp (Actief2460).
3 onthoudingen: Maria Van Laer (Vlaams Belang), Stijn Vermant (Vlaams Belang) en Lien Van Thielen (Vlaams Belang).
 

Artikel 1 - Belastbaar voorwerp en definities

 

Om met ingang van 1 januari 2026 en voor een termijn eindigend op 31 december 2031 een belasting te vestigen op de inzameling en verwerking van huishoudelijke afvalstoffen en met huishoudelijke afvalstoffen vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen via het DIFTAR-systeem.

 

Op de afvalstoffen vermeld in dit reglement zijn de definities van het Materialendecreet, het VLAREMA en het Uitvoeringsplan Huishoudelijk Afval en Gelijkaardig Bedrijfsafval van toepassing.

 

Daarnaast wordt in dit reglement verstaan onder:

        aansluitpunt: een adres dat geregistreerd staat in het DIFTAR-systeem;

        container: een mobiel inzamelrecipiënt dat gebruikt wordt voor de inzameling van afvalstoffen vermeld in dit reglement;

        ondergrondse container met toegangscontrole: een inzamelrecipiënt dat vast onder de grond is geplaatst en dat gebruikt wordt voor de inzameling van afvalstoffen vermeld in dit reglement;

        bovengrondse verzamelcontainer voor gft en restafval met toegangscontrole: een inzamelrecipiënt dat vast boven de grond staat en dat gebruikt wordt voor de inzameling van afvalstoffen vermeld in dit reglement;

        toegangspas: een digitale kaart waarmee toegang wordt verleend tot een ondergrondse container of bovengrondse verzamelcontainer voor gft en restafval.

 

Art. 2 - Belastingplichtigen

 

De contantbelastingen in artikelen 4 t.e.m. 8 zijn per aansluitpunt verschuldigddoor:

        de referentiepersoon, die op het aansluitpunt ingeschreven is/zijn in het bevolkingsregister of in het vreemdelingenregister, verder omschreven als “gezin”, uitgezonderd studenten (personen met een inschrijvingsbewijs van de hogeschool/universiteit of die jonger zijn dan 18 jaar) die in de bevolkingsregisters of in het vreemdelingenregister ingeschreven zijn op het adres van een vergund studentenhuis;
De andere leden van het gezin zijn hoofdelijk gehouden tot het betalen van de belasting.

        iedere natuurlijke persoon die ingestapt is in het DIFTAR-systeem, zonder op het aansluitpunt ingeschreven te zijn in het bevolkingsregister of in het vreemdelingenregister, verder omschreven als “2de adres”;

        ieder natuurlijke of rechtspersoon die een commerciële, industriële, landbouw- of dienstverlenende activiteit uitoefent, en die ingestapt is in het DIFTAR-systeem, verder omschreven als “bedrijf”;

        iedere natuurlijke of rechtspersoon die een gebouw beheert (eigenaar, vereniging van mede-eigenaars, syndicus, verzamelpunt …), en die ingestapt is in het DIFTAR-systeem;

        verenigingen, scholen, gemeenschapshuizen, rusthuizen, openbare en
semi-openbare instellingen … die ingestapt zijn in het DIFTAR-systeem.

 

Art. 3 - Toekenningsregels

 

Het huisvuil wordt aangeboden in een huisvuilcontainer, tenzij de belastingplichtige door middel van een toegangspas toegang heeft tot een ondergrondse/bovengrondse verzamelcontainer voor huisvuil. In dit laatste geval wordt er per aansluitpunt één toegangspas op basis van volume of op basis van gewicht ter beschikking gesteld.

Het gft wordt aangeboden in een gft-container, tenzij de belastingplichtige door middel van een toegangspas toegang heeft tot een bovengrondse verzamelcontainer voor gft. In dit laatste geval wordt per aansluitpunt één toegangspas op basis van volume ter beschikking gesteld.

 

De containers en/of toegangspassen worden in opdracht van de gemeente Kasterlee via IOK Afvalbeheer ter beschikking gesteld en blijven eigendom van IOK Afvalbeheer. Ze bevatten een ingebouwde elektronische gegevensdrager waardoor de identiteit van de normale gebruiker is gekend. Ze behoren toe aan de fysieke locatie (gebouw, infrastructuur of domein) van het aansluitpunt.

 

Per aansluitpunt zijn de volgende toekenningsregels voor de containers van toepassing:

        standaardvolume:
Voor huisvuil is het standaardvolume een container van 120 of 240 liter.
Voor gft is het standaardvolume een container van 120 liter. Er is voor gft geen container van 240 liter beschikbaar.

        maximaal toekenbaar volume:

Voor huisvuil en gft is het maximaal toekenbare volume voor een gezin, 2de adres en een bedrijf 240 liter.

        container van 40 liter:
Voor de volgende aansluitpunten kan er afgeweken worden van het standaardvolume met de nodige containers van 40 liter:

     appartement, studentenkamer of studio

     gesloten bebouwing

     assistentie- of bejaardenwoning

     verder dan 150 meter afgelegen van de reguliere ophaalronde

        container van 1100 liter:

Voor de volgende aansluitpunten kan er afgeweken worden van het standaardvolume met een container van 1100 liter voor huisvuil:

     jeugd-, cultuur-, sport- en andere verenigingen

     gemeenschapshuizen en rusthuizen

     scholen

     openbare en semi-openbare instellingen

 

Gemotiveerde afwijkingen op deze toekenningsregels worden beoordeeld door het college van burgemeester en schepenen.

 

Art. 4 - Vaste kost en gebruiksrecht containers

 

Per aansluitpunt is een vaste contantbelasting van 3,5 euro per maand verschuldigd voor:

        de gescheiden huis-aan-huisinzameling van afvalstoffen en de verwerking daarvan;

        de wijkinzameling van afvalstoffen en de verwerking daarvan;

        de toegang tot het recyclagepark en de verwerking van niet-betalende afvalstoffen op het recyclagepark;

        de algemene reinheid van de gemeente Kasterlee.

 

Gebruiksrecht containers:

Indien de belastingsplichtige kiest voor het gebruik van één of meerdere van onderstaande containers is een vaste contantbelasting verschuldigd, die per maand wordt verrekend:

 

Type container

Tarief per maand

40 liter container: gft

1 euro voor de eerste container en

0,00 euro per bijkomende container

120 liter container: gft

1 euro voor de eerste container en

1 euro per bijkomende container

1100 liter container: gft

8,00 euro voor de eerste container en

8,00 euro per bijkomende container

1100 liter container: huisvuil

8,00 euro voor de eerste container en

8,00 euro per bijkomende container

 

De tarieven van de vaste kosten en het gebruiksrecht van de containers worden jaarlijks geïndexeerd zoals bepaald in artikel 10.

 

Art. 5 - Slotkosten

 

Voor het gebruik van een slot is een eenmalige contantbelasting van 40,00 euro per container verschuldigd.

 

Art. 6 - Variabele kosten

 

Voor de ingezamelde hoeveelheden afval is een contantbelasting verschuldigd, die na elke aanbieding wordt verrekend. Deze verrekening gebeurt op gewicht of per volume.

 

De afronding van de kg’s gebeurt conform de toegekende nauwkeurigheidsklassen en afrondingsregels volgens het ijkcertificaat. 

 

 

Tarief

container: huisvuil

0,25 euro per kilogram

 

container: gft

0,10 euro per kilogram

 

Ondergrondse/bovengrondse container met toegangscontrole: huisvuil

0,90 euro per aanbieding van de toegangspas van 30 liter

1,80 euro per aanbieding van de toegangspas van 60 liter

indien een ander volume voor de toeganspas van toepassing is, wordt de omrekensleutel gebruikt op basis van soortelijk gewicht voor huisvuil van 125kg/m³

Bovengrondse verzamelcontainer met toegangscontrole: gft

0,40 euro per aanbieding van de toegangspas van 10 liter

indien een ander volume voor de toegangspas van toepassing is, wordt de omrekensleutel gebruikt op basis van soortelijk gewicht voor gft van 400 kg/m³

 

De kilogram- en volumetarieven worden jaarlijks geïndexeerd zoals bepaald in artikel 10.

 

Art. 7 - Vervangings- of herstellingskosten

 

Voor de vervanging of herstelling van de (onderdelen van een) container of de vervanging van de toegangspas is een contantbelasting verschuldigd:

 

 

40 l

120 l

240 l

1100 l

verzamelcontainer met toegangscontrole

container vervangen (euro/stuk)

31

23

35

245

 

chip vervangen (euro/stuk)

5

5

5

5

 

slot (euro/stuk)

40

40

40

40

 

omruiling (euro/interventie)

15

15

15

15

 

toegangspas (euro/stuk)

 

 

 

 

5

 

De vervangings- of herstellingskosten zijn niet verschuldigd wanneer de containergebruiker of de houder van een toegangspas het bewijs levert dat het verlies of de beschadiging niet werd veroorzaakt door zijn nalatigheid.

 

Art. 8 - Omruilingskosten

 

De omruiling naar een ander containerformaat is éénmalig gratis bij wijziging van de gezinssituatie of bij aanmelding van nieuwe containergebruikers.

 

Voor een omruiling om andere redenen is een contantbelasting van 15,00 euro per container verschuldigd.

 

Art. 9 - Evenementen

 

In Kasterlee moeten organisatoren van evenementen zelf instaan voor afvalcontainers en de afvoer conform de wettelijke bepalingen.

 

Art. 10 - Indexering

 

De vaste kosten en het gebruiksrecht van de containers, vermeld in artikel 4, worden jaarlijks op 1 januari geïndexeerd op basis van de evolutie van de consumptieprijsindex.

De tarieven worden vermenigvuldigd met een factor:

        met in de teller de consumptieprijsindex die van toepassing was in september van het jaar dat voorafgaat aan het jaar waarin het tarief wordt gewijzigd, en

        met in de noemer de consumptieprijsindex die van toepassing was in september 2020.

Het zo verkregen getal wordt afgerond op 2 cijfers na de komma. De actuele/geïndexeerde tarieven zijn jaarlijks terug te vinden op de website van de gemeente Kasterlee.

 

De kilogramtarieven, vermeld in artikel 6, worden jaarlijks op 1 januari geïndexeerd op basis van de evolutie van de consumptieprijsindex.

De tarieven worden vermenigvuldigd met een factor:

        met in de teller de consumptieprijsindex die van toepassing was in september van het jaar dat voorafgaat aan het jaar waarin het tarief wordt gewijzigd, en

        met in de noemer de consumptieprijsindex die van toepassing was in september 2020.

Het zo verkregen getal wordt naar beneden afgerond op 2 cijfers na de komma. De actuele/geïndexeerde tarieven zijn jaarlijks terug te vinden op de website van de gemeente Kasterlee.

 

De kilogramtarieven worden enkel geïndexeerd indien een even tarief na afronding op 2 cijfers na de komma bereikt wordt. Tevens wordt er voor huisvuil rekening gehouden met de minimum- en maximumtarieven die vastgelegd zijn in het VLAREMA.

 

De volumetarieven, vermeld in artikel 6, worden niet zelfstandig geïndexeerd, maar worden, in geval van tariefwijziging van de kilogramtarieven, eveneens aangepast volgens de omrekensleutel in VLAREMA bijlage 5.1.4.voor huisvuil. Voor gft op basis van het soortelijk gewicht van 400 kg/m³.

 

Art. 11 - Wijze van inning

 

De contantbelastingen in artikelen 4 t.e.m. 8 worden geïnd via een provisie die vooraf te betalen is.

De betalingsuitnodigingen voor de provisie worden door IOK Afvalbeheer verzonden, in opdracht van de financieel directeur van de gemeente.

 

Het bedrag van de eerste betalingsuitnodiging is afhankelijk van de toegekende containers en/of toegangspassen per aansluitpunt:

 

Bedrag van de eerste betalingsuitnodiging

aansluitpunt met één of meerdere containers van 40, 120 en/of 240 liter en/of een toegangspas voor de ondergrondse container

75,00 euro

 

aansluitpunt met één of meerdere containers van 1100 liter

250,00 euro

 

Zodra de provisie lager is dan een bepaald bedrag, het drempelbedrag, wordt een nieuwe betalingsuitnodiging verzonden. Het drempelbedrag is afhankelijk van de toegekende containers en/of toegangspassen per aansluitpunt:

 

Drempelbedrag

aansluitpunt met één of meerdere containers van 40, 120 en/of 240 liter en/of een toegangspas voor de ondergrondse container

10,00 euro

 

aansluitpunt met één of meerdere containers van 1100 liter

50,00 euro

 

Het bedrag van de nieuwe betalingsuitnodiging is afhankelijk van de afvalhistoriek van de belastingplichtige:

 

Bedrag van de nieuwe betalingsuitnodiging

afvalhistoriek

< 3 maanden

bedrag van de eerste betalingsuitnodiging + negatieve saldo van de provisie

 

afvalhistoriek

> 3 maanden

bedrag is gebaseerd op het geraamde gebruik van het DIFTAR-systeem voor 1 jaar
+ negatieve saldo van de provisie

 

In geval van afmelding naar aanleiding van een verhuis, overlijden, stopzetting,… wordt het resterende bedrag van de provisie teruggestort op het rekeningnummer van de belastingplichtige.

Voor een aansluitpunttype andere dan “gezin” moet de afmelding uitdrukkelijk door de belastingplichtige of zijn vertegenwoordiger gebeuren.

Na afmelding worden de containers en/of de toegangspas voor verder gebruik geblokkeerd.

 

Als de contante inning niet kan worden uitgevoerd op de provisie, wordt de openstaande schuld ingekohierd.

 

Art. 12 - Bezwaren

 

De vestiging en invordering van de belastingen en ook de behandeling van geschillen gebeuren volgens de modaliteiten vervat in het Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen.

 

Art. 13 - Kennisgeving

 

Een afschrift van dit reglement wordt ter kennisgeving overgemaakt aan IOK Afvalbeheer en OVAM.

 

Publicatiedatum: 28/01/2026
Punt bijlagen/links 20251216 Goedkeuring belasting Diftar-systeem 2026 - 2031.pdf Download
Overzicht punten

Openbare zitting van DINSDAG 16 DECEMBER 2025

 

11. Goedkeuring van het retributiereglement op de inzameling en verwerking van huishoudelijke afvalstoffen en vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen en verkoop van producten met ingang van 1 januari 2026

 

De gemeenteraad,

 

Gelet op het Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, en latere wijzigingen;
 

Gelet op het Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen;
 

Gelet op het Decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen, en latere wijzigingen (Materialendecreet), in het bijzonder artikel 26;
 

Gelet op het Besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2012 tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen, en latere wijzigingen (VLAREMA), in het bijzonder art. 5.1.1 e.v.;
 

Gelet op het Uitvoeringsplan Huishoudelijk Afval en Gelijkaardig Bedrijfsafval 2023 - 2030, goedgekeurd op 26 mei 2023 door de Vlaamse regering, en latere wijzigingen;

 

Gelet op het Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, en latere wijzigingen;
 

Gelet op het Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen;
 

Gelet op het Decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen, en latere wijzigingen (Materialendecreet), in het bijzonder artikel 26;
 

Gelet op het Besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2012 tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen, en latere wijzigingen (VLAREMA), in het bijzonder art. 5.1.1 e.v.;
 

Gelet op het Uitvoeringsplan Huishoudelijk Afval en Gelijkaardig Bedrijfsafval 2023 - 2030, goedgekeurd op 26 mei 2023 door de Vlaamse regering, en latere wijzigingen;

 

BESLIST: 

18 stemmen ja: Bieke Van Ballaer (cd&v team KLT), Ward Kennes (cd&v team KLT), Guy Van de Perre (cd&v team KLT), Gert Storms (cd&v team KLT), Guy Hannes (N-VA), Ellen Peeters (cd&v team KLT), Rein Sobrie (cd&v team KLT), Robby Diels (cd&v team KLT), Jan Biermans (cd&v team KLT), Jo Van de Water (N-VA), Bart Van Ossel (N-VA), Erwin Loos (cd&v team KLT), Julie Van Olmen (cd&v team KLT), Hanne Baeyens (cd&v team KLT), Karlijn Kemps (cd&v team KLT), Nathalie Obbers (N-VA), Toon Sauvillers (cd&v team KLT) en Steve Renders (N-VA).
7 onthoudingen: Rita Thijs (Actief2460), Maria Van Laer (Vlaams Belang), Mieke Wuyts (Actief2460), Luc Verrydt (Actief2460), Koen Van Gorp (Actief2460), Stijn Vermant (Vlaams Belang) en Lien Van Thielen (Vlaams Belang).
 

Artikel 1. Belastbaar voorwerp en definities

 

Het retributiereglement voor de aanbreng van afval op het recyclagepark, inzameling van afval en verkoop van materialen van 28 november 2023 en gewijzigd op 17 december 2024, wordt opgeheven met ingang van 1 januari 2026.

 

Met ingang van 1 januari 2026 wordt een retributie gevestigd op de inzameling en verwerking van huishoudelijke afvalstoffen en met huishoudelijke afvalstoffen vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen en de verkoop van producten.

 

Op de afvalstoffen vermeld in dit reglement zijn de definities van het Materialendecreet, het VLAREMA, het Uitvoeringsplan Huishoudelijk Afval en Gelijkaardig Bedrijfsafval en het huishoudelijk reglement van het recyclagepark van toepassing.

 

Artikel 2. Retributieplichtigen

 

De retributie is hoofdelijk verschuldigd door de persoon die de afvalstoffen, vermeld in artikelen 3, 4, 6 en 7 aanlevert of de producten, vermeld in artikel 5, overhandigd krijgt.

 

AANVOER OP HET RECYCLAGEPARK

 

Artikel 3. Volumetarieven

 

 

 

fractie

fractie

fractie

 

 

steen- en betonpuin,
harde kunststoffen
gemengd tuinafval : haagscheer-

sel, grasmaaisel
bladeren en boomvruchten
snoeihout

A - B-hout
boomstronken
vlak glas

kalk, gyproc, cellenbeton, roofing
grofvuil/groot selectief afval
C-hout
hechtgebonden asbestplaten ( > 10 platen) en hechtgebonden asbestcementproducten andere dan platen   (> 500 l)

volume liter (l)

volume m³

tarief

tarief

tarief

0-100 l

0 - 0,1 m³

2

2

2

100 - 500 l

0,1 - 0,5 m³

4

8

16

500 - 1000 l

0,5 - 1 m³

8

16

32

per extra 500 l

per extra 0,5 m³

 + 4 euro

 + 8 euro

 + 16 euro

gratis

gratis

hechtgebonden asbestplaten (< 10 platen) en hechtgebonden asbestcementproducten andere dan platen   (< 500 l)  

gratis

gratis

AEEA (huishoudelijk) autobanden, hol glas, herbruikbare goederen, KGA, kurken stoppen, PMD in blauwe zak, matrassen, metaal, papier/karton, textiel, videobanden en muziekcasettes zonder hoes.  

gratis

gratis

Tussen 1 oktober en 31 januari: zuiver bladafval.

 

Bovenstaande volumetarieven worden jaarlijks geïndexeerd zoals bepaald in artikel 8.

 

Ongesorteerde leveringen dienen betaald te worden tegen het tarief van de duurst aangeleverde afvalsoort.

 

Artikel 4. Tarief per stuk

 

 

Tarief

Professioneel AEEA (enkel afkomstig van het particuliere circuit)

 25,00 euro per stuk

Afvalbox medisch landbouwafval (50 liter)

30,00 euro per stuk

 

Piepschuim

 

 

Tarief

piepschuim (< 60 liter)

0,00 euro

piepschuim (60 - 200 liter)

1,00 euro

piepschuim (> 200 liter)

6,50 euro

 

Voor niet-particulieren: verplichte aanschaf van een hiervoor bestemde zak van 1,4 m³ aan een retributie van 6,50 EUR per zak.

 

Onderwijsinstellingen, gevestigd op het grondgebied van de gemeente Kasterlee, zijn vrijgesteld van de retributie op de aanvoer van piepschuim op het recyclagepark.

 

Artikel 5. Producten

 

Product

Tarief

Papieren zakken voor inzameling gft:

pakket van 80 zakken van 8 liter

6,50 euro per pakket

Papieren zakken voor inzameling van gft: pakket van 5 zakken van 120 liter

3,75 euro per pakket

PMD-zak: rol van 24 zakken van 60 liter

3,60 euro per rol

PMD-zak: rol van 10 zakken van 120 liter

1,50 euro per rol

Gewone compost: zak van 40 liter

3,00 euro per zak

Fijne compost: zak van 40 liter

5,00 euro per zak

Compostbak

Kostprijs die IOK Afvalbeheer aanrekent aan de gemeente

Compostvat

kostprijs die IOK Afvalbeheer aanrekent aan de gemeente

Verluchtingstok

kostprijs die IOK Afvalbeheer aanrekent aan de gemeente

 

Artikel 6. Landbouwfolies (niet op recyclagepark)

 

 

Tarief

Landbouwfolies (kuil- en wikkelfolies)

Volgens de op het ogenblik van de inzameling geldende tarieven vastgesteld door IOK Afvalbeheer.

 

Artikel 7. Grofvuil/groot selectief afval huis aan huis

 

§1 - Volgende retributie is van toepassing op het op te halen grofvuil/groot selectief afval dat niet in de standaard restafvalcontainer aangeboden kan worden:

- een vast aanrijbedrag van 30 EUR per ophaalbeurt;

 

§2 - Een bijkomende retributie van 8 EUR wordt aangerekend per aangeleverd stuk.

 

§3 - Deze retributie moet ten minste 10 dagen voor de ophaaldag vermeld op de afvalkalender betaald worden. De betaler ontvangt een bewijs van betaling.

 

Artikel 8. Indexering

 

De volumetarieven van artikel 3 en de stukprijs van grof vuil bij de huis aan huis van §2 van artikel 7 worden jaarlijks op 1 januari geïndexeerd op basis van de evolutie van de consumptieprijsindex.

 

De tarieven worden vermenigvuldigd met een factor:

        met in de teller de consumptieprijsindex die van toepassing was in september van het jaar N-1 dat voorafgaat aan het jaar waarin het tarief wordt gewijzigd, en

        met in de noemer de consumptieprijsindex die van toepassing was in september van het jaar N-2.

Het zo verkregen getal wordt afgerond op 2 cijfers na de komma.

 

Artikel 9. Wijze van inning

 

De retributie wordt vereffend per contante betaling via elektronische betaalmiddelen, waaronder bancontact.

Voor de verkoop van producten elders dan op het recyclagepark wordt de retributie vereffend volgens de betalingsprocedure die van toepassing is op het verkooppunt.

Een betalingsbewijs wordt afgeleverd.

 

Overgangsbepaling

 

De gemeentelijke knipkaarten kunnen op het gemeentelijk recyclagepark gebruikt worden tot en met 30 april 2026. Volledig of gedeeltelijk ongebruikte, onbeschadigde kaarten kunnen uiterlijk tot en met 30 april 2026 ingeleverd worden op de onthaaldienst van de gemeente Kasterlee. De terugbetaling gebeurt enkel via overschrijving, à rato van het resterende geldige bedrag en rekening houdend met de aankoopprijs van 8 respectievelijk 20 euro.

 

Artikel 10. Kennisgeving

 

Een afschrift van dit reglement wordt ter kennisgeving overgemaakt aan IOK Afvalbeheer en OVAM.

 

Publicatiedatum: 28/01/2026
Punt bijlagen/links 20251216 GK retributieregl. inzameling huish. afvalstoffen.pdf Download
Overzicht punten

Openbare zitting van DINSDAG 16 DECEMBER 2025

 

12. Goedkeuring van het belastingreglement op gebouwen en/of woningen die beschouwd worden als verwaarloosd of leegstaand

 

De gemeenteraad,

 

Gelet op de Grondwet, en meer bepaald art. 170 §4;

 

Gelet op het Wetboek van de inkomstenbelastingen, artikel 464/1, 2°;

 

Gelet op het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen;

 

Gelet op het decreet van 13 december 2013 houdende de Vlaamse Codex Fiscaliteit;

 

Gelet op het decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, meer bepaald artikels 40, 41 en 177;

 

Gelet op het Bestuursdecreet van 7 december 2018;

 

Gelet op de Vlaamse Codex Wonen van 2021;

 

Gelet op de Omzendbrief KB/ABB 2019/2 betreffende de gemeentefiscaliteit;

 

Argumentatie

Het voeren van een eigen beleid ter bestrijding van leegstand en verwaarlozing is aangewezen. In Kasterlee staan heel wat woningen en gebouwen lange tijd leeg of zijn verwaarloosd. Hierdoor zijn woningen of gebouwen niet meer beschikbaar op de markt.

In Kasterlee is er vaak een tekort aan betaalbare woningen. De gemeente streeft ernaar leegstand en verwaarlozing van woningen te ontraden en deze woningen terug op de woningmarkt te brengen, zowel door stimulerende als ontradende maatregelen. Ook ten aanzien van het bestrijden van leegstand en verwaarlozing van gebouwen wordt een actieve politiek gevoerd. Door een belasting kan de gemeente mee helpen sturen om deze woningen en gebouwen terug bruikbaar te maken en beschikbaar te maken en de kwaliteit van deze woningen of gebouwen te verhogen. Langdurige leegstand en verwaarlozing van woningen en gebouwen hebben ook een negatieve impact op de leefomgeving en de uitstraling ervan. De gemeente investeert in de kwaliteit van openbaar domein en de leefbaarheid van de buurten. Deze belasting beoogt dan ook een ontradend effect om de verloedering van panden en straten zoveel mogelijk te voorkomen en te beperken.

 

In het belastingreglement worden een aantal keuzes vertaald:

 

1) De belasting is bedoeld zowel voor woningen als voor gebouwen. Een woning wordt gedefinieerd als elk onroerend goed of deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande, met inbegrip van kamers. Gebouwen zijn alle bebouwde onroerende goederen die niet beantwoorden aan de definitie van woning. Met andere woorden, ofwel is een pand een woning ofwel een gebouw. Bij gemengd gebruik, bijvoorbeeld een handelspand, is er een deel woning en een deel gebouw.

 

2) In het reglement wordt ervoor geopteerd ook alle leegstaande of verwaarloosde gebouwen te belasten, behalve deze die vallen onder de andere Vlaamse heffing, die op leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten (economische activiteit en groter dan 5 are). Gebouwen met een economische activiteit, maar kleiner dan 5 are (zoals kleine winkelpanden) of panden groter dan 5 are maar zonder economische activiteit, worden dus wel door dit reglement belast. Er is dus geen overlapping met de Vlaamse heffing op leegstaande en/of verwaarloosde bedrijfsruimten.

 

3) Leegstand van een woning wordt gedefinieerd als niet-bewoning gedurende 12 opeenvolgende maanden. Een leegstaand gebouw is een gebouw dat voor meer dan 50 procent van de totale vloeroppervlakte niet effectief wordt gebruikt volgens de bestemming gedurende minstens 12 opeenvolgende maanden. Verwaarlozing wordt gedefinieerd aan de hand van uiterlijke kenmerken van verwaarlozing. Ruïnes of restanten van woningen of onafgewerkte woningen worden mee onder verwaarlozing begrepen.

In het reglement wordt gewerkt op basis van 2 gemeentelijke registers gekend als het ‘leegstandsregister’ zoals gedefinieerd in het Boek 2, deel 2, titel 3 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 en het ‘register verwaarlozing’, zoals gedefinieerd in het Boek 2, deel 2, titel 4 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 . Een gebouw of woning dat voorkomt op het register ‘verwaarlozing’ kan eveneens voorkomen op de gewestelijke inventaris ‘ongeschikt en/of onbewoonbaar’, het ‘leegstandsregister’ en omgekeerd.

Woningen die voorkomen op de gewestelijke inventaris ‘ongeschikt en/of onbewoonbaar’, kunnen niet worden opgenomen in het ‘leegstandsregister’.

Een gebouw of woning dat op meerdere inventarissen of registers voorkomt, en waarvoor de overlast ook groter is, wordt daarmee hoger belast.

 

4) In het reglement wordt een eigen procedure uitgewerkt, voor opname en bezwaar tegen deze opname. Naast deze in de procedure ingeschreven bezwaren tegen de gemeentelijke registratie, blijft ook de decretaal voorziene beroepsprocedure tegen de heffing zelf mogelijk.

 

5) De belastingplichtige is de houder van het zakelijk recht, dus in de meeste gevallen de (volle) eigenaar, maar eventueel ook de vruchtgebruiker of de erfpachter. De heffing is verschuldigd door de houder van het zakelijk recht zodra een woning of gebouw 12 maanden op het register is opgenomen. Zolang een woning of gebouw niet geschrapt is, blijft de eigenaar op het moment van de verjaardag van de inventarisatie een heffing verschuldigd. Om ontradend te werken wordt het bedrag van de heffing verhoogd naarmate een pand langer op het register staat. Het basisbedrag van de heffing wordt vermenigvuldigd met een maximum van vijf. Het heffingsbedrag wordt op een forfaitair bedrag bepaald. Het voorgestelde bedrag van de forfaitaire heffing bedraagt 1.500 euro. Het principe van jaarlijkse indexering wordt in het reglement ingeschreven.

 

6) Het is de bedoeling om leegstand en verwaarlozing terug te dringen. Indien houders van het zakelijk recht inspanningen leveren om de ongewenste toestand te beëindigen, moeten zij de kans krijgen dit te doen zonder tegelijk belast te worden. Daarnaast zijn er eveneens redenen tot vrijstelling omwille van vormen van aantoonbare overmacht of om sociale redenen.

 

Zo worden vrijstellingen verleend aan houders van het zakelijk recht die bijdragen tot een oplossing, o.m. in geval van overdracht van het zakelijk recht.

 

        Het vervreemden van de woning of het gebouw kan vaak een stap zijn om tot een oplossing te komen, waarbij nieuwe houders van het zakelijk recht actief aan de slag willen en kunnen gaan om de problemen ten gronde op te lossen. Om deze reden wordt een tijdelijke vrijstelling toegekend aan nieuwe houders van het zakelijk recht. Deze tijdelijke vrijstelling geeft nieuwe houders zakelijk recht voldoende tijd om hetzij de problemen reeds op te lossen, hetzij een plan van aanpak (opmaak renovatieplan, …) voor te bereiden (art. 20).

 

        Er wordt geen vrijstelling voorzien voor huidige houders van het zakelijk recht die een verkoop plannen of de intentie tot een verkoop uitdrukken. Een intentie, of zelfs een tekoopstelling, is vaak te vrijblijvend en geeft te weinig garantie dat er op redelijke termijn ook daadwerkelijk een overdracht zal plaatsvinden die kan bijdragen tot een oplossing.

Om deze reden wordt er in geval van een nakende verkoop enkel een voorwaardelijke vrijstelling voorzien indien er reeds een compromis is opgemaakt en de akte ook daadwerkelijk binnen de 4 maanden wordt verleden (art. 29).

 

Ook houders van het zakelijk recht die renoveren, dragen bij tot een gewenste oplossing en worden om die reden tijdelijk vrijgesteld.

        Iedereen die concrete renovatieplannen kan aantonen, hetzij aan de hand van een omgevingsvergunning (of een volledig en ontvankelijk verklaarde aanvraag van omgevingsvergunning), hetzij aan de hand van een goed gedocumenteerde renovatienota, kan een vrijstelling aanvragen. Om goed te kunnen sturen heeft deze vrijstelling een tijdelijk, getrapt karakter (art. 21) van maximaal drie jaar. Opzet van dit plan van aanpak dient steeds te zijn dat de knelpunten ten gronde worden aangepakt en dat ze op het einde van de vrijstellingsperiode ook beëindigd zijn.

 

        Om ook monumenten zoveel mogelijk te activeren en restaureren worden ook zij enkel vrijgesteld mits er een stappenplan voor renovatie is. Aangezien de complexiteit van een restauratie van een monument vaak bijkomende stappen vergt op basis van de geldende decreten, is dit niet altijd haalbaar in het tijdsbestek van drie jaar zoals die voor klassieke renovaties geldt. Om deze reden wordt een bijkomende tijdelijke vrijstellingsmogelijkheid voorzien, maar enkel op voorwaarde dat een ontvankelijk verklaard onderzoeks- of erfgoedpremie dossier is ingediend (art. 24).

 

        Renovaties van sociale woningen hebben eveneens een grote complexiteit. Het blijft eveneens een bewuste keuze om langdurige leegstand van sociale woningen te ontraden, en te sturen op kwaliteit. Sociale woningen zijn daarmee op zich niet vrijgesteld van de heffing. De uitdagingen om grote delen van het bestaande sociaal huurpatrimonium verder te renoveren zijn complex omwille van de schaal (vaak hele wijken of delen ervan) en het regelgevend kader (i.c. traject om financiering te bekomen, de verplichting tot tijdelijke of definitieve herhuisvesting). Deze uitdagingen gelden niet in deze mate voor projecten van particulieren of private ontwikkelaars. Bovendien heeft de gemeente ook een formele regierol in sociale woonprojecten op basis van Boek 2, deel 3, titel 1 'Planning en programmatie van projecten' van het Uitvoeringsbesluit Vlaamse Codex Wonen. Ook een dergelijke ingrijpende regierol is niet aanwezig in private projecten. Tenslotte is de woonmaatschappij ook een partner in de beleidsdoelstelling om kwaliteitsvolle en betaalbare sociale woningen te verhuren. Deze maatschappelijke opdracht is niet per se in private projecten aanwezig. Om deze reden wordt een bijkomende vrijstelling voorzien voor sociale huurwoningen, maar enkel op voorwaarde dat ze zijn opgenomen op een renovatieplanning. De gefaseerde planning opgemaakt in overleg met de woonmaatschappij, besproken op het Lokaal Woonoverleg en bekrachtigd door het college (art. 22). Ook in dit geval wordt de vrijstelling echter beperkt in de tijd, zoals dat ook voor andere vrijstellingen het geval is.

 

Verder vergt ook het vinden van een kwaliteitsvolle oplossing voor handelspanden een aanpak op maat. De complexiteit wordt hier gevormd door de verwevenheid van functies, bv. economisch op het gelijkvloers en wonen of andere op de verdieping. Het is niet altijd evident om beide functies in elk pand te verzoenen, sterker nog in panden zonder aparte toegang tot de verschillende functies. Het gedeelte wonen op de verdieping kan in principe apart geregistreerd en belast worden. Voor panden waar een aparte toegang is, is dit ook wenselijk.

Voor panden zonder aparte toegang is het niet altijd haalbaar om een kwaliteitsvolle woning te realiseren in combinatie met een leefbare winkel. Voor dergelijke panden wordt eveneens een vrijstelling voorzien (art. 27).

 

Vervolgens worden een aantal vrijstellingen voorzien in situaties waarbij het tot stand komen of voortduren van de elementen die aanleiding geven tot de opname in het register gebeuren buiten de wil van de houder van het zakelijk recht. Om deze reden wordt een vrijstelling verleend voor een houder van het zakelijk recht waarvan de handelingsbekwaamheid werd beperkt ten gevolge van een gerechtelijke beslissing. De onmogelijkheid om (juridische) handelingen te stellen zonder tussenkomst van derden kan het zoeken van een snelle oplossing bemoeilijken. Dit geldt sterker nog in situaties waar de bewindvoering en beschermingsmaatregelen pas recent opgestart werden. Om deze reden wordt een vrijstelling voorzien (art. 18) die wel beperkt is in de tijd.

Zelfs indien de houder van het zakelijk recht handelingsbekwaam is, kan er sprake zijn van omstandigheden die gebeuren buiten de wil van de houder van het zakelijk recht. Om deze redenen zijn er ook vrijstellingen voorzien ten gevolge van een ramp waardoor de schade dermate is dat het gebruik onmogelijk is (art. 25), of voor een vrijstelling gerechtelijke procedure op voorwaarde dat het effectief gebruik onmogelijk is (art. 26) ten gevolge van deze procedure. Niet elke voorziene gebeurtenis of gerechtelijke procedure geeft daarmee recht op een vrijstelling, maar de impact dient dermate te zijn dat het effectief gebruik van het gebouw of de woning omwille van deze redenen onmogelijk is. Bovendien dient een aanvraag door de houder van het zakelijk recht voldoende gedocumenteerd te worden. Net zoals in het geval van beperkte handelingsbekwaamheid zijn ook deze vrijstellingen beperkt in de tijd.

Indien de woning of gebouw gelegen is in een onteigeningsplan, of indien geen omgevingsvergunning meer wordt afgeleverd omdat een onteigeningsplan wordt voorbereid, is de houder van het zakelijk recht vaak om deze reden niet in staat om de nodige werken uit te voeren om de problemen ten gronde op te lossen. In dit geval wordt eveneens voorgesteld om een vrijstelling te voorzien (art. 23).

 

Verder worden om sociale redenen een aantal andere vrijstellingen voorzien, die betrekking hebben op de enige gezinswoning. Voor een aantal kwetsbare eigenaar-bewoners is eigen bewoning van deze enige woning de enige optie, zelfs als de staat van de woning te wensen overlaat (verwaarlozing), en ontbreken de middelen voor een grondige renovatie of alternatieve huisvesting. Om deze reden wordt een vrijstelling voorzien (art. 19 §1).

Zelfs indien de enige gezinswoning tijdelijk leegstaat, kan dit met de bedoeling of verwachting zijn hier op korte termijn terug naar toe te keren. Het vervreemden of verhuren van deze woning is in dit geval niet steeds of niet onmiddellijk een optie. Dit kan het geval zijn voor personen die voor langdurig verblijf in een instelling verblijven (zorginstellingen, penitentiaire instellingen, …). Hoewel het verblijf in sommige zorginstellingen (i.c. erkende ouderenvoorzieningen) in vele gevallen na verloop van tijd of onmiddellijk een definitief karakter kan krijgen, wordt voor de aanvang van dit verblijf een vrijstelling verleend. Om te langdurige leegstand zonder oplossing te vermijden wordt ook deze vrijstelling beperkt in de tijd (art. 19 §2).

 

Tenslotte wordt een vrijstelling voorzien voor leegstaande gebouwen of woningen waarvoor een verzoek tot schrapping is ingediend (art. 28). Aangezien een schrapping uit het leegstandsregister pas kan nadat een woning of gebouw zes maanden overeenkomstig de functie wordt gebruikt, is het billijk deze woningen tijdens deze maanden vrij te stellen, op voorwaarde dat de schrapping ook daadwerkelijk doorgaat.

 

7) Het behouden van de bestaande bronnen van inkomsten is vereist om het begrotingsevenwicht in evenwicht te houden.

 

Gelet op de Grondwet, en meer bepaald art. 170 §4;

 

Gelet op het Wetboek van de inkomstenbelastingen, artikel 464/1, 2°;

 

Gelet op het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen;

 

Gelet op het decreet van 13 december 2013 houdende de Vlaamse Codex Fiscaliteit;

 

Gelet op het decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, meer bepaald artikels 40, 41 en 177;

 

Gelet op het Bestuursdecreet van 7 december 2018;

 

Gelet op de Vlaamse Codex Wonen van 2021;

 

Gelet op de Omzendbrief KB/ABB 2019/2 betreffende de gemeentefiscaliteit;

 

Argumentatie

Het voeren van een eigen beleid ter bestrijding van leegstand en verwaarlozing is aangewezen. In Kasterlee staan heel wat woningen en gebouwen lange tijd leeg of zijn verwaarloosd. Hierdoor zijn woningen of gebouwen niet meer beschikbaar op de markt.

In Kasterlee is er vaak een tekort aan betaalbare woningen. De gemeente streeft ernaar leegstand en verwaarlozing van woningen te ontraden en deze woningen terug op de woningmarkt te brengen, zowel door stimulerende als ontradende maatregelen. Ook ten aanzien van het bestrijden van leegstand en verwaarlozing van gebouwen wordt een actieve politiek gevoerd. Door een belasting kan de gemeente mee helpen sturen om deze woningen en gebouwen terug bruikbaar te maken en beschikbaar te maken en de kwaliteit van deze woningen of gebouwen te verhogen. Langdurige leegstand en verwaarlozing van woningen en gebouwen hebben ook een negatieve impact op de leefomgeving en de uitstraling ervan. De gemeente investeert in de kwaliteit van openbaar domein en de leefbaarheid van de buurten. Deze belasting beoogt dan ook een ontradend effect om de verloedering van panden en straten zoveel mogelijk te voorkomen en te beperken.

 

In het belastingreglement worden een aantal keuzes vertaald:

 

1) De belasting is bedoeld zowel voor woningen als voor gebouwen. Een woning wordt gedefinieerd als elk onroerend goed of deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande, met inbegrip van kamers. Gebouwen zijn alle bebouwde onroerende goederen die niet beantwoorden aan de definitie van woning. Met andere woorden, ofwel is een pand een woning ofwel een gebouw. Bij gemengd gebruik, bijvoorbeeld een handelspand, is er een deel woning en een deel gebouw.

 

2) In het reglement wordt ervoor geopteerd ook alle leegstaande of verwaarloosde gebouwen te belasten, behalve deze die vallen onder de andere Vlaamse heffing, die op leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten (economische activiteit en groter dan 5 are). Gebouwen met een economische activiteit, maar kleiner dan 5 are (zoals kleine winkelpanden) of panden groter dan 5 are maar zonder economische activiteit, worden dus wel door dit reglement belast. Er is dus geen overlapping met de Vlaamse heffing op leegstaande en/of verwaarloosde bedrijfsruimten.

 

3) Leegstand van een woning wordt gedefinieerd als niet-bewoning gedurende 12 opeenvolgende maanden. Een leegstaand gebouw is een gebouw dat voor meer dan 50 procent van de totale vloeroppervlakte niet effectief wordt gebruikt volgens de bestemming gedurende minstens 12 opeenvolgende maanden. Verwaarlozing wordt gedefinieerd aan de hand van uiterlijke kenmerken van verwaarlozing. Ruïnes of restanten van woningen of onafgewerkte woningen worden mee onder verwaarlozing begrepen.

In het reglement wordt gewerkt op basis van 2 gemeentelijke registers gekend als het ‘leegstandsregister’ zoals gedefinieerd in het Boek 2, deel 2, titel 3 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 en het ‘register verwaarlozing’, zoals gedefinieerd in het Boek 2, deel 2, titel 4 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 . Een gebouw of woning dat voorkomt op het register ‘verwaarlozing’ kan eveneens voorkomen op de gewestelijke inventaris ‘ongeschikt en/of onbewoonbaar’, het ‘leegstandsregister’ en omgekeerd.

Woningen die voorkomen op de gewestelijke inventaris ‘ongeschikt en/of onbewoonbaar’, kunnen niet worden opgenomen in het ‘leegstandsregister’.

Een gebouw of woning dat op meerdere inventarissen of registers voorkomt, en waarvoor de overlast ook groter is, wordt daarmee hoger belast.

 

4) In het reglement wordt een eigen procedure uitgewerkt, voor opname en bezwaar tegen deze opname. Naast deze in de procedure ingeschreven bezwaren tegen de gemeentelijke registratie, blijft ook de decretaal voorziene beroepsprocedure tegen de heffing zelf mogelijk.

 

5) De belastingplichtige is de houder van het zakelijk recht, dus in de meeste gevallen de (volle) eigenaar, maar eventueel ook de vruchtgebruiker of de erfpachter. De heffing is verschuldigd door de houder van het zakelijk recht zodra een woning of gebouw 12 maanden op het register is opgenomen. Zolang een woning of gebouw niet geschrapt is, blijft de eigenaar op het moment van de verjaardag van de inventarisatie een heffing verschuldigd. Om ontradend te werken wordt het bedrag van de heffing verhoogd naarmate een pand langer op het register staat. Het basisbedrag van de heffing wordt vermenigvuldigd met een maximum van vijf. Het heffingsbedrag wordt op een forfaitair bedrag bepaald. Het voorgestelde bedrag van de forfaitaire heffing bedraagt 1.500 euro. Het principe van jaarlijkse indexering wordt in het reglement ingeschreven.

 

6) Het is de bedoeling om leegstand en verwaarlozing terug te dringen. Indien houders van het zakelijk recht inspanningen leveren om de ongewenste toestand te beëindigen, moeten zij de kans krijgen dit te doen zonder tegelijk belast te worden. Daarnaast zijn er eveneens redenen tot vrijstelling omwille van vormen van aantoonbare overmacht of om sociale redenen.

 

Zo worden vrijstellingen verleend aan houders van het zakelijk recht die bijdragen tot een oplossing, o.m. in geval van overdracht van het zakelijk recht.

 

        Het vervreemden van de woning of het gebouw kan vaak een stap zijn om tot een oplossing te komen, waarbij nieuwe houders van het zakelijk recht actief aan de slag willen en kunnen gaan om de problemen ten gronde op te lossen. Om deze reden wordt een tijdelijke vrijstelling toegekend aan nieuwe houders van het zakelijk recht. Deze tijdelijke vrijstelling geeft nieuwe houders zakelijk recht voldoende tijd om hetzij de problemen reeds op te lossen, hetzij een plan van aanpak (opmaak renovatieplan, …) voor te bereiden (art. 20).

 

        Er wordt geen vrijstelling voorzien voor huidige houders van het zakelijk recht die een verkoop plannen of de intentie tot een verkoop uitdrukken. Een intentie, of zelfs een tekoopstelling, is vaak te vrijblijvend en geeft te weinig garantie dat er op redelijke termijn ook daadwerkelijk een overdracht zal plaatsvinden die kan bijdragen tot een oplossing.

Om deze reden wordt er in geval van een nakende verkoop enkel een voorwaardelijke vrijstelling voorzien indien er reeds een compromis is opgemaakt en de akte ook daadwerkelijk binnen de 4 maanden wordt verleden (art. 29).

 

Ook houders van het zakelijk recht die renoveren, dragen bij tot een gewenste oplossing en worden om die reden tijdelijk vrijgesteld.

        Iedereen die concrete renovatieplannen kan aantonen, hetzij aan de hand van een omgevingsvergunning (of een volledig en ontvankelijk verklaarde aanvraag van omgevingsvergunning), hetzij aan de hand van een goed gedocumenteerde renovatienota, kan een vrijstelling aanvragen. Om goed te kunnen sturen heeft deze vrijstelling een tijdelijk, getrapt karakter (art. 21) van maximaal drie jaar. Opzet van dit plan van aanpak dient steeds te zijn dat de knelpunten ten gronde worden aangepakt en dat ze op het einde van de vrijstellingsperiode ook beëindigd zijn.

 

        Om ook monumenten zoveel mogelijk te activeren en restaureren worden ook zij enkel vrijgesteld mits er een stappenplan voor renovatie is. Aangezien de complexiteit van een restauratie van een monument vaak bijkomende stappen vergt op basis van de geldende decreten, is dit niet altijd haalbaar in het tijdsbestek van drie jaar zoals die voor klassieke renovaties geldt. Om deze reden wordt een bijkomende tijdelijke vrijstellingsmogelijkheid voorzien, maar enkel op voorwaarde dat een ontvankelijk verklaard onderzoeks- of erfgoedpremie dossier is ingediend (art. 24).

 

        Renovaties van sociale woningen hebben eveneens een grote complexiteit. Het blijft eveneens een bewuste keuze om langdurige leegstand van sociale woningen te ontraden, en te sturen op kwaliteit. Sociale woningen zijn daarmee op zich niet vrijgesteld van de heffing. De uitdagingen om grote delen van het bestaande sociaal huurpatrimonium verder te renoveren zijn complex omwille van de schaal (vaak hele wijken of delen ervan) en het regelgevend kader (i.c. traject om financiering te bekomen, de verplichting tot tijdelijke of definitieve herhuisvesting). Deze uitdagingen gelden niet in deze mate voor projecten van particulieren of private ontwikkelaars. Bovendien heeft de gemeente ook een formele regierol in sociale woonprojecten op basis van Boek 2, deel 3, titel 1 'Planning en programmatie van projecten' van het Uitvoeringsbesluit Vlaamse Codex Wonen. Ook een dergelijke ingrijpende regierol is niet aanwezig in private projecten. Tenslotte is de woonmaatschappij ook een partner in de beleidsdoelstelling om kwaliteitsvolle en betaalbare sociale woningen te verhuren. Deze maatschappelijke opdracht is niet per se in private projecten aanwezig. Om deze reden wordt een bijkomende vrijstelling voorzien voor sociale huurwoningen, maar enkel op voorwaarde dat ze zijn opgenomen op een renovatieplanning. De gefaseerde planning opgemaakt in overleg met de woonmaatschappij, besproken op het Lokaal Woonoverleg en bekrachtigd door het college (art. 22). Ook in dit geval wordt de vrijstelling echter beperkt in de tijd, zoals dat ook voor andere vrijstellingen het geval is.

 

Verder vergt ook het vinden van een kwaliteitsvolle oplossing voor handelspanden een aanpak op maat. De complexiteit wordt hier gevormd door de verwevenheid van functies, bv. economisch op het gelijkvloers en wonen of andere op de verdieping. Het is niet altijd evident om beide functies in elk pand te verzoenen, sterker nog in panden zonder aparte toegang tot de verschillende functies. Het gedeelte wonen op de verdieping kan in principe apart geregistreerd en belast worden. Voor panden waar een aparte toegang is, is dit ook wenselijk.

Voor panden zonder aparte toegang is het niet altijd haalbaar om een kwaliteitsvolle woning te realiseren in combinatie met een leefbare winkel. Voor dergelijke panden wordt eveneens een vrijstelling voorzien (art. 27).

 

Vervolgens worden een aantal vrijstellingen voorzien in situaties waarbij het tot stand komen of voortduren van de elementen die aanleiding geven tot de opname in het register gebeuren buiten de wil van de houder van het zakelijk recht. Om deze reden wordt een vrijstelling verleend voor een houder van het zakelijk recht waarvan de handelingsbekwaamheid werd beperkt ten gevolge van een gerechtelijke beslissing. De onmogelijkheid om (juridische) handelingen te stellen zonder tussenkomst van derden kan het zoeken van een snelle oplossing bemoeilijken. Dit geldt sterker nog in situaties waar de bewindvoering en beschermingsmaatregelen pas recent opgestart werden. Om deze reden wordt een vrijstelling voorzien (art. 18) die wel beperkt is in de tijd.

Zelfs indien de houder van het zakelijk recht handelingsbekwaam is, kan er sprake zijn van omstandigheden die gebeuren buiten de wil van de houder van het zakelijk recht. Om deze redenen zijn er ook vrijstellingen voorzien ten gevolge van een ramp waardoor de schade dermate is dat het gebruik onmogelijk is (art. 25), of voor een vrijstelling gerechtelijke procedure op voorwaarde dat het effectief gebruik onmogelijk is (art. 26) ten gevolge van deze procedure. Niet elke voorziene gebeurtenis of gerechtelijke procedure geeft daarmee recht op een vrijstelling, maar de impact dient dermate te zijn dat het effectief gebruik van het gebouw of de woning omwille van deze redenen onmogelijk is. Bovendien dient een aanvraag door de houder van het zakelijk recht voldoende gedocumenteerd te worden. Net zoals in het geval van beperkte handelingsbekwaamheid zijn ook deze vrijstellingen beperkt in de tijd.

Indien de woning of gebouw gelegen is in een onteigeningsplan, of indien geen omgevingsvergunning meer wordt afgeleverd omdat een onteigeningsplan wordt voorbereid, is de houder van het zakelijk recht vaak om deze reden niet in staat om de nodige werken uit te voeren om de problemen ten gronde op te lossen. In dit geval wordt eveneens voorgesteld om een vrijstelling te voorzien (art. 23).

 

Verder worden om sociale redenen een aantal andere vrijstellingen voorzien, die betrekking hebben op de enige gezinswoning. Voor een aantal kwetsbare eigenaar-bewoners is eigen bewoning van deze enige woning de enige optie, zelfs als de staat van de woning te wensen overlaat (verwaarlozing), en ontbreken de middelen voor een grondige renovatie of alternatieve huisvesting. Om deze reden wordt een vrijstelling voorzien (art. 19 §1).

Zelfs indien de enige gezinswoning tijdelijk leegstaat, kan dit met de bedoeling of verwachting zijn hier op korte termijn terug naar toe te keren. Het vervreemden of verhuren van deze woning is in dit geval niet steeds of niet onmiddellijk een optie. Dit kan het geval zijn voor personen die voor langdurig verblijf in een instelling verblijven (zorginstellingen, penitentiaire instellingen, …). Hoewel het verblijf in sommige zorginstellingen (i.c. erkende ouderenvoorzieningen) in vele gevallen na verloop van tijd of onmiddellijk een definitief karakter kan krijgen, wordt voor de aanvang van dit verblijf een vrijstelling verleend. Om te langdurige leegstand zonder oplossing te vermijden wordt ook deze vrijstelling beperkt in de tijd (art. 19 §2).

 

Tenslotte wordt een vrijstelling voorzien voor leegstaande gebouwen of woningen waarvoor een verzoek tot schrapping is ingediend (art. 28). Aangezien een schrapping uit het leegstandsregister pas kan nadat een woning of gebouw zes maanden overeenkomstig de functie wordt gebruikt, is het billijk deze woningen tijdens deze maanden vrij te stellen, op voorwaarde dat de schrapping ook daadwerkelijk doorgaat.

 

7) Het behouden van de bestaande bronnen van inkomsten is vereist om het begrotingsevenwicht in evenwicht te houden.

 

BESLIST: 

18 stemmen ja: Bieke Van Ballaer (cd&v team KLT), Ward Kennes (cd&v team KLT), Guy Van de Perre (cd&v team KLT), Gert Storms (cd&v team KLT), Guy Hannes (N-VA), Ellen Peeters (cd&v team KLT), Rein Sobrie (cd&v team KLT), Robby Diels (cd&v team KLT), Jan Biermans (cd&v team KLT), Jo Van de Water (N-VA), Bart Van Ossel (N-VA), Erwin Loos (cd&v team KLT), Julie Van Olmen (cd&v team KLT), Hanne Baeyens (cd&v team KLT), Karlijn Kemps (cd&v team KLT), Nathalie Obbers (N-VA), Toon Sauvillers (cd&v team KLT) en Steve Renders (N-VA).
3 stemmen tegen: Maria Van Laer (Vlaams Belang), Stijn Vermant (Vlaams Belang) en Lien Van Thielen (Vlaams Belang).
4 onthoudingen: Rita Thijs (Actief2460), Mieke Wuyts (Actief2460), Luc Verrydt (Actief2460) en Koen Van Gorp (Actief2460).
 

Enig artikel - goedkeuring te hechten aan onderstaand belastingreglement op gebouwen en/of woningen die beschouwd worden als verwaarloosd en/of leegstaand.

 

Artikel 1 belastbaar voorwerp of belastbaar feit

Met ingang vanaf 1 januari 2026 en voor een periode eindigend op 31 december 2031 wordt een jaarlijkse gemeentebelasting gevestigd op woningen en gebouwen die voorkomen op een van de gemeentelijke registers zoals bedoeld in art. 4.

 

Artikel 2 definities

De volgende begrippen worden gebruikt:

1. administratie: de personeelsleden van de gemeente, een andere gemeente of een intergemeentelijk samenwerkingsverband die door het college worden belast met de uitvoering van dit reglement.

2. beveiligde zending: een van de hiernavolgende betekeningswijzen, hetzij een aangetekend schrijven, hetzij een afgifte tegen ontvangstbewijs.

3. college: college van burgemeester en schepenen 

4. gebouw: elk bebouwd onroerend goed, dat zowel het hoofdgebouw als de bijgebouwen omvat, dat niet beantwoordt aan de definitie van woning zoals bedoeld onder punt 22 en niet valt onder de toepassing van het decreet van 19 april 1995 en latere wijzigingen, houdende de maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten.

5. houder van het zakelijk recht: houder van een van de hierna vermelde zakelijke rechten met betrekking tot een gebouw en/of woning: de volle eigendom; het recht van opstal of van erfpacht; het vruchtgebruik.

6. inventarisatiedatum: de datum waarop het gebouw en/of woning voor de eerste maal in een inventaris of register wordt opgenomen of, zolang het gebouw en/of de woning niet uit de inventaris of het register is geschrapt, het ogenblik van het verstrijken van elke nieuwe periode van twaalf maanden vanaf de datum van eerste inschrijving.

7. leegstaand gebouw: een leegstand gebouw zoals gedefinieerd in Boek 2, deel 2, Titel 3 'Leegstandsregister' van de Vlaamse Codex Wonen van 2021. De bebouwde onroerende goederen die vallen onder de toepassing van het decreet van 19 april 1995 en latere wijzigingen, houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten zijn niet onderworpen aan deze gemeentelijke belasting.

8. leegstaande woning: een leegstaande woning zoals gedefinieerd in Boek 2, deel 2, Titel 3 'Leegstandsregister' van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.

9. leegstandsregister: register van leegstaande gebouwen en woningen, zoals gedefinieerd in Boek 2, deel 2, Titel 3 'Leegstandsregister' van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.

10. onafgewerkte woning of gebouw: een woning of gebouw waarvan de werken zijn aangevat en niet winddicht is binnen de vijf jaar na de aanvang van de werken, waardoor de omgevingsvergunning ervan is komen te vervallen, overeenkomstig art. 99 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014 en latere wijzigingen. Een onafgewerkte woning of gebouw wordt beschouwd als een verwaarloosde woning en/of gebouw.

11. ramp: een gebeurtenis die zich voordoet buiten de wil van de houder van het zakelijk recht en waardoor de schade dermate is dat het gebruik onmogelijk is, bv. brand, gasontploffing, blikseminslag, …

12. register verwaarlozing: register van verwaarloosde gebouwen en woningen, zoals gedefinieerd in Boek 2, deel 2, titel 4 'Register van verwaarloosde woningen en gebouwen' van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.

13. renovatie: het geheel of gedeeltelijk vernieuwen van een woning of gebouw zodat de woning of het gebouw weer voldoet aan de huidige normen en behoeften, met inbegrip van sloop- of herbestemmingswerkzaamheden. De uitvoering van de werken vereisen een aanzienlijke werktijd en hebben een significante omvang. Indien de werken betrekking hebben op een woning gaat het om werken die de normale bewoning belemmeren. 

Het gaat hierbij om ingrijpende werken o.m. stabiliteitswerken, vernieuwen van ramen en deuren, dakwerken, energiebesparende werken (dakisolatie, vloerisolatie, muurisolatie, …), binnenrenovatie (binnenmuren, plafonds, trappen, …), volledig vernieuwen van elektriciteit, volledig vernieuwen van sanitair en sanitaire leidingen, vochtbestrijding, werken in functie van toegankelijkheid, werken in functie van brandveiligheid (compartimentering, …), creatie afzonderlijke toegang voor een woning boven winkels, … . Deze opsomming is niet limitatief. 

Werken die enkel betrekking hebben op beperkte herstellingen, worden niet als renovatie beschouwd (zoals o.m. het vervangen van stopcontacten of lichtpunten, het vervangen van een gasdarm van het fornuis, het maken van openingen voor verluchting, het vervangen of herstellen van toestellen (gasketel, WC, lavabo, …), … .  Werken die enkel betrekking hebben op het onderhoud van de woning of gebouw worden niet als renovatie beschouwd. Onder onderhoud verstaat men werkzaamheden die noodzakelijk periodiek uitgevoerd moeten worden om de constructie te beschermen tegen vroegtijdige veroudering en abnormale schade (zoals o.m. het ontmossen van daken, reinigen en schilderen of impregneren van elementen, …). Werken die niet vakkundig worden uitgevoerd, worden niet als renovatie beschouwd (zoals o.m. werken die gebreken veroorzaken of in stand houden waardoor een woning niet conform is of een gebouw onveilig is, vochtproblemen camoufleren door schilderwerken of voorzetpanelen, oneigenlijk gebruik van materialen, …). Het aanvragen van keuringen en attesten wordt niet als renovatiewerken beschouwd.

14. renovatienota: een nota die bestaat uit 1) een gedetailleerd overzicht van niet-vergunningsplichtige werken die reeds zijn uitgevoerd en die nog zullen worden uitgevoerd, 2) een fotoreportage met weergave van de toestand voor de werken of van de bestaande toestand van de nog te renoveren onderdelen en 3) indien van toepassing een akkoord van de mede-eigenaars.

15. renovatieplan sociale woningen: renovatieplanning van sociale huurwoningen, opgemaakt in overleg met de woonmaatschappij, besproken op het Lokaal Woonoverleg en bekrachtigd door het college.

16. sociale huurwoning: woning die bestemd is om verhuurd te worden als sociale huurwoning zoals gedefinieerd in art 1.3, § 1, eerste lid, 49° van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.

17. ruïne of restant van een woning en/of gebouw: gebouw of een woning waarvan niet alle gebouwelementen nog aanwezig zijn. Een ruïne of restant van een woning of gebouw wordt beschouwd als een verwaarloosde woning en/of gebouw.

18. start van de werken: het moment dat de geplande werken zoals voorzien in de omgevingsvergunning of renovatienota daadwerkelijk aangevat zijn en waaruit de wil blijkt om de renovatie verder te zetten en te voltooien. Louter voorbereidende werken of een geveinsd begin zoals geringe en als symbolisch te beschouwen werken volstaan niet.

19. tweede verblijfplaats: een tweede verblijf, zoals gedefinieerd in het belastingreglement van tweede verblijven, zoals goedgekeurd door de gemeenteraad van Kasterlee in zitting van 28 oktober 2025 en latere wijzigingen.

20. vergunningsplichtige werken: stedenbouwkundige handelingen waarvoor op basis van art. 4.2.1 tot en met 4.2.6. een omgevingsvergunning vereist is, met uitzondering van die handelingen die op basis van deze artikelen kunnen beschouwd worden als meldingsplichtige en vrijgestelde handelingen.

21. verwaarloosde woning en/of gebouw: een woning en/of gebouw zoals gedefinieerd in art. 2.16 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021. De verwaarlozing wordt vastgesteld in een verslag op basis van punten, waarbij ieder teken van verval een bepaald aantal punten oplevert. Een woning of gebouw is verwaarloosd indien het 9 of meer punten behaalt op het verslag. Het verslag wordt in bijlage bijgevoegd.

22. woning: een woning zoals gedefinieerd in art. 1.3, §1, eerste lid, 66° van de Vlaamse Codex Wonen van 2021. Overeenkomstig de bepalingen van art. 1.3. § 1, eerste lid, 25° van de Vlaamse Codex Wonen wordt een kamer eveneens als woning beschouwd.

 

Artikel 3 belastingplichtige

 

§1 Als belastingplichtige wordt beschouwd de houder van het zakelijk recht op het ogenblik van het verstrijken van de eerste periode van 12 maanden na de opname in één van de in art. 4 bedoelde registers.

 

§2 Zolang de woning of het gebouw niet is geschrapt uit de in art. 4 bedoelde registers, wordt de houder van het zakelijk recht, op het ogenblik dat een nieuwe termijn van 12 maanden verstrijkt, als belastingplichtige beschouwd.

 

§3  In geval meerdere personen houder zijn van het zakelijk recht wordt de belasting uitgesplitst volgens het wettelijk deel van elke belastingplichtige in de eigendom. Elke mede-eigenaar is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de algehele belasting.

 

§4 Degene die een zakelijk recht, zoals bedoeld in art. 2, 5°, overdraagt, moet de verkrijger ervan uiterlijk op het ogenblik van de overdracht van het zakelijk recht via een beveiligde zending in kennis stellen van de opname van het gebouw, de woning en/of het perceel in een van de in art.4 bedoelde registers of inventaris. Deze kennisgeving kan vervangen worden door een vermelding in de notariële akte.

 

§5 Degene die het zakelijk recht overdraagt is tevens verplicht om binnen de maand na het verlijden van de notariële akte, per beveiligde zending, aan de administratie een kopie van de notariële akte over te maken. Deze kopie bevat minstens de volgende gegevens:

 naam en adres van de verkrijger van het zakelijk recht en zijn eigendomsaandeel;

 datum van de overdracht van het zakelijk recht, naam en standplaats van de notaris;

 nauwkeurige aanduiding van de overgedragen woning of het gebouw.

 

Artikel 4 inventaris en registers

 

§1 De administratie maakt een register verwaarlozing op. Het register kan uit meerdere lijsten bestaan.

De administratie maakt een leegstandsregister op. Het register kan uit meerdere lijsten bestaan.

 

§2 De administratie is bevoegd om de leegstand van een woning en/of gebouw op te sporen en in een administratieve akte vast te stellen, overeenkomstig de bepalingen in Boek 2, deel 2, titel 3 'leegstandsregister' van de Vlaamse Codex Wonen van 2021. 

De administratie is bevoegd om de verwaarlozing van een woning en/of gebouw op te sporen en in een administratieve akte vast te stellen, overeenkomstig de bepalingen in Boek 2, deel 2, titel 4 'register van verwaarloosde woningen en gebouwen' van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.

 

§3 Onverminderd de toepassing van art. 89bis van het wetboek van strafvordering en overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, hebben de genoemde personeelsleden toegang tot de gebouwen en/of woningen om alle voor de inventarisatie noodzakelijke opsporingen en vaststellingen te verrichten wanneer het vermoeden bestaat dat een gebouw en/of woning verwaarloosd is of leegstaat.

 

REGISTRATIE GEBOUWEN EN/OF WONINGEN DIE WORDEN BESCHOUWD ALS VERWAARLOOSD

 

Artikel 5 het register

De administratie maakt een register ‘verwaarlozing’ op met afzonderlijke lijsten van:

 verwaarloosde woningen en/of gebouwen;

 ruïnes of restanten;

 onafgewerkte woningen en/of gebouwen.

Een gebouw of woning kan slechts op één lijst van het register ‘verwaarlozing’ tegelijkertijd worden opgenomen.

 

Artikel 6 vaststelling

 

§1 De ambtenaren van de administratie zijn bevoegd om de verwaarlozing van een gebouw en/of woning op te sporen en vast te stellen in een administratieve akte, aan de hand van het verslag ‘verwaarlozing’ bijgevoegd als bijlage 1.

 

§2 Een ruïne of restant wordt beschouwd als de zwaarste staat van verwaarlozing. De vaststelling gebeurt aan de hand van het verslag ‘verwaarlozing’, bijgevoegd als bijlage 1.

 

§3 Een onafgewerkte woning wordt beschouwd als verwaarlozing. De ambtenaren van de administratie zijn bevoegd om de onafgewerktheid van een gebouw en/of woning op te sporen, en vast te stellen in een administratieve akte aan de hand van het verslag ‘onafgewerktheid’, bijgevoegd als bijlage 2.

 

§4. De administratieve akte bevat de beslissing tot opname in het register verwaarlozing. De administratieve akte bevat minimum:

• adres van het pand en kadastrale gegevens, 

• identiteit en aandeel van de houder van het zakelijk recht, 

• inventarisatiedatum,

• verwijzing naar het onderzoek ter plaatse, met vermelding van de naam van de onderzoeker en de datum van het onderzoek. Het verslag ‘verwaarlozing’ of ‘onafgewerktheid’ wordt als bijlage bij de akte gevoegd.

 

§5 De houder van het zakelijk recht wordt bij beveiligde zending in kennis gesteld van de administratieve akte. De administratieve akte wordt betekend per beveiligde zending, die geadresseerd wordt aan de woonplaats of maatschappelijke zetel van de houder van het zakelijk recht. Indien de woonplaats of maatschappelijke zetel niet bekend is, aan de verblijfplaats of aan een vestiging van de maatschappelijke zetel van de houder van het zakelijk recht. Indien geen verblijfplaats of vestiging gekend is, dan vindt de betekening plaats aan het adres van de woning of het gebouw waarop de administratieve akte betrekking heeft.

 

Artikel 7 betwistingen inzake vaststelling

 

§1 De houder van het zakelijk recht kan de administratieve akte van verwaarlozing binnen een termijn van 30 dagen, ingaand op de derde werkdag volgend op de datum van verzending van de administratieve akte, betwisten en binnen dezelfde termijn en met alle bewijsmiddelen van gemeen recht, met uitzondering van de eed, het bewijs leveren dat het gebouw en/of woning niet verwaarloosd is.

 

§2 De houder van het zakelijk recht, die de administratieve akte wenst te betwisten, dient hiervoor zelf alle nodige bewijsstukken voor te leggen aan het college. Het beroepschrift, dat ingediend wordt met een aangetekende brief of door afgifte tegen ontvangstbewijs, dient gedagtekend te zijn en bevat minimaal de volgende gegevens:

 de identiteit en het adres van de indiener;

• de aanwijzing van de administratieve akte van verwaarlozing en van het gebouw of de woning waarop het beroepschrift betrekking heeft;

• een of meer bewijsstukken die aantonen dat niet voldaan is aan de vereisten van artikel 10 van het reglement.

Zolang de indieningstermijn van dertig dagen niet verstreken is, kan een vervangend beroep ingediend worden, waarbij het eerdere beroep als ingetrokken wordt beschouwd.

 

§3 Het college doet uitspraak over het beroepschrift en betekent zijn beslissing aan de indiener binnen een termijn van 90 dagen, ingaand de dag na deze van de betekening van het beroepschrift. De uitspraak wordt per beveiligde zending betekend. Bij ontstentenis van kennisgeving wordt het beroep geacht te zijn aanvaard.

 

Artikel 8 opname op het register

Indien de beslissing tot opname in het register ‘verwaarlozing’ niet tijdig betwist wordt, of het beroep van de houder van het zakelijk recht onontvankelijk of ongegrond is, worden de verwaarloosde gebouwen en/of woningen opgenomen op het register ‘verwaarlozing’ op de datum van de opmaak van de administratieve akte tot vaststelling van de verwaarlozing.

 

Artikel 9 schrapping

 

§1 De verwaarloosde woningen en/of gebouwen of ruïnes of restanten worden geschrapt uit het register 'verwaarlozing’ als de woningen en/of gebouwen volgens de criteria van het technisch verslag niet meer als verwaarloosd of niet meer als ruïne of restant kunnen worden beschouwd. De datum van schrapping is de datum van het volledige herstel van de gebreken, zoals dit blijkt uit voorgelegde bewijsstukken. Indien het herstel niet kan worden aangetoond aan de hand van bewijsstukken, is de datum van schrapping de datum van het controleonderzoek ter plaatse zoals bedoeld in §3.

 

§2 De onafgewerkte woningen en/of gebouwen worden geschrapt uit het register ‘verwaarlozing’ als de woningen en/of gebouwen wind- en waterdicht zijn. De datum van schrapping is de datum van het volledige herstel van de gebreken, zoals dit blijkt uit voorgelegde bewijsstukken. Indien de afwerking niet kan worden aangetoond aan de hand van bewijsstukken, is de datum van schrapping de datum van het controleonderzoek ter plaatse zoals bedoeld in §3.

 

§3 Het controleonderzoek gebeurt op schriftelijk verzoek van de belastingplichtige aan de administratie, op de wijze, vermeld in art. 7§2 van het reglement.

 

§4 De administratie onderzoekt of er redenen zijn tot schrapping binnen een termijn van orde van twee maanden na de ontvangst van het verzoek. De administratie brengt de verzoeker op de hoogte van haar beslissing.

 

§5. Onverminderd §1 tot en met §3, kan de administratie overgaan tot ambtshalve schrapping, maar enkel voor zover de administratie in het bezit is van afdoende bewijskrachtige gegevens. De administratie brengt de houder van het zakelijk recht op de hoogte van haar beslissing. 

 

§6 Binnen een termijn van dertig dagen, ingaand de dag van deze na de betekening van het schrijven, vermeld in art. 9§4 van het reglement kan een zakelijk gerechtigde bij het college beroep aantekenen tegen de beslissing tot de weigering van schrapping. Het beroep wordt per beveiligde zending betekend. 

Het college doet uitspraak over het beroep en betekent zijn beslissing aan de indiener ervan binnen een termijn van negentig dagen, ingaand de dag na deze van de betekening van het beroepsschrift. De uitspraak wordt per beveiligde zending betekend.

 

REGISTRATIE WONINGEN EN GEBOUWEN DIE WORDEN BESCHOUWD ALS LEEGSTAAND

 

Artikel 10 het register

De administratie maakt een leegstandsregister op, samengesteld uit een lijst leegstaande woningen en een lijst leegstaande gebouwen.

 

Artikel 11 vaststelling

 

§1 Het vermoeden van leegstand van de geheel leegstaande woningen, de geheel of gedeeltelijk leegstaande gebouwen alsook de geheel leegstaande woningen in gebouwen, kan gebeuren op basis van een of meerdere van onderstaande indicaties:

 het ontbreken van een inschrijving in het bevolkingsregister;

 het ontbreken van een aangifte als tweede verblijfplaats;

 het aanbieden als 'te huur' of 'te koop';

• het ontbreken van aansluitingen voor nutsvoorzieningen of het vermoeden van een dermate laag verbruik van de nutsvoorzieningen dat een gebruik overeenkomstig de woonfunctie of het normale gebruik van het gebouw kan worden uitgesloten tenzij de houder van het zakelijk recht hiervoor een verantwoording kan geven gesteund op zijn toestand. Het minimumwaterverbruik waaronder mag verondersteld dat de woning leegstaat, wordt vastgesteld op 5 m³ per jaar. Een woning wordt verondersteld leeg te staan als de elektriciteitsmeter is verzegeld of het jaarlijks elektriciteitsgebruik kleiner was dan 100 kWh.

 het vermoeden van het gebruik van een woonentiteit als domiciliewoning;

 de aanvraag om vermindering van onroerende voorheffing naar aanleiding van een leegstand of onproductiviteit,

 getuigenissen;

 het ontbreken van een vestiging- /ondernemingsnummer in de Kruispuntbank voor ondernemingen;

 het ontbreken van aangeduide openingsuren die duidelijk maken aan de consument wanneer er klanten terecht kunnen;

• andere indicaties die ter plaatse kunnen worden vastgesteld zoals opgesomd in het technisch verslag bijgevoegd in bijlage 3.

 

§2 Een ander gebruik van een woning dan effectieve bewoning wordt niet aanvaard als zijnde gebruik van de woning. Als effectieve bewoning geldt zowel het effectief gebruik als hoofdverblijfplaats als het effectief gebruik als tweede verblijfplaats.

 

§3 De ambtenaren van de administratie zijn bevoegd om leegstand van een gebouw en/of woning op te sporen en vast te stellen in een administratieve akte aan de hand van de indicaties zoals vermeld in §1.

 

§4 De administratieve akte bevat de beslissing tot opname in het leegstandsregister. De administratieve akte bevat minimum:

• adres van het pand en kadastrale gegevens, 

• identiteit en aandeel van de houder van het zakelijk recht, 

• inventarisatiedatum,

• de indicaties van leegstand op basis van hetzij de administratieve vaststellingen, hetzij onderzoek ter plaatse (met vermelding naam onderzoeker en datum onderzoek), hetzij beide.

 

§5 De houder van het zakelijk recht wordt per beveiligde zending in kennis gesteld van deze administratieve akte. De administratieve akte wordt betekend per beveiligde zending, die geadresseerd wordt aan de woonplaats of maatschappelijke zetel van de houder van het zakelijk recht. Indien de woonplaats of maatschappelijke zetel niet bekend is, aan de verblijfplaats of aan een vestiging van de maatschappelijke zetel van de houder van het zakelijk recht. Indien geen verblijfplaats of vestiging gekend is, dan vindt de betekening plaats aan het adres van de woning of het gebouw waarop de administratieve akte betrekking heeft.

 

Artikel 12 betwistingen inzake vaststelling

 

§1 De houder van het zakelijk recht kan de administratieve akte van leegstand binnen 30 dagen, ingaand op de derde werkdag volgend op de datum van verzending van de administratieve akte van leegstand, betwisten en met alle bewijsmiddelen van gemeen recht, met uitzondering van de eed, het bewijs leveren dat een leegstaand gebouw en/of de woning effectief gebruikt wordt.

 

§2 De houder van het zakelijk recht, die de opname in het leegstandsregister wenst te betwisten dient hiervoor zelf alle nodige bewijsstukken voor te leggen aan het college. Het beroepschrift, dat ingediend wordt met een aangetekende brief of door afgifte tegen ontvangstbewijs, moet gedagtekend zijn en dient minimaal de volgende gegevens te bevatten:

 de identiteit en adres van de indiener;

 de aanwijzing van de administratieve akte van leegstand en van het gebouw of de woning waarop het beroepschrift betrekking heeft;

 een of meer bewijsstukken die aantonen dat niet voldaan is aan de vereisten van artikel 15 van dit reglement.

Zolang de indieningstermijn van dertig dagen niet verstreken is, kan een vervangend beroep ingediend worden, waarbij het eerdere beroep als ingetrokken wordt beschouwd.

 

§3 De al dan niet aanvaarding van een beroep kan worden voorafgegaan door een controle van de administratie ter plaatse met het oog op een feitenonderzoek. Het beroep wordt geacht ongegrond te zijn als de toegang tot een pand geweigerd of verhinderd wordt voor het feitenonderzoek.

 

§4 Het college doet uitspraak over het beroepschrift en betekent zijn beslissing aan de indiener binnen een termijn van 90 dagen, ingaand de dag na deze van de betekening van het beroepschrift. De uitspraak wordt per beveiligde zending betekend. Bij ontstentenis van kennisgeving wordt het beroep geacht te zijn aanvaard.

 

Artikel 13 opname in het leegstandsregister

Indien de beslissing tot opname in het leegstandsregister niet tijdig betwist wordt, of het beroep van de zakelijk gerechtigde onontvankelijk of ongegrond is, neemt de administratie het gebouw of de woning in het leegstandsregister op vanaf de datum vanaf de opmaak van de administratieve akte tot vaststelling van de leegstand.

 

Artikel 14 schrapping

 

§1 Een woning wordt geschrapt uit het leegstandsregister als ze meer dan 6 maanden ononderbroken wordt aangewend in overeenstemming met de functie, overeenkomstig de bepalingen in Boek 2, deel 2, titel 3 'leegstandsregister' van de Vlaamse Codex Wonen van 2021. De datum van de schrapping is de eerste dag van de aanwending overeenkomstig de functie, zoals die blijkt uit voorgelegde bewijsstukken. Indien de eerste dag van aanwending overeenkomstig de functie niet kan worden aangetoond aan de hand van bewijsstukken, is de datum van schrapping de datum van het feitenonderzoek ter plaatse zoals bedoeld in §6. 

 

§2 Een gebouw wordt geschrapt uit het leegstandsregister indien meer dan 50% van de totale vloeroppervlakte van het gebouw, na de periode van leegstand, meer dan 6 opeenvolgende maanden effectief wordt gebruikt overeenkomstig de functie, overeenkomstig de bepalingen in Boek 2, deel 2, titel 3 'leegstandsregister' van de Vlaamse Codex Wonen van 2021. De datum van de schrapping is de eerste dag van de aanwending overeenkomstig de functie, zoals die blijkt uit voorgelegde bewijsstukken. Indien de eerste dag van aanwending overeenkomstig de functie niet kan worden aangetoond aan de hand van bewijsstukken, is de datum van schrapping de datum van het feitenonderzoek ter plaatse zoals bedoeld in §6.

 

§3 Een woning en/of gebouw, waarvoor een bestemmingswijziging werd aangevraagd en vergund, wordt geschrapt uit het leegstandsregister indien de bestemming is gewijzigd en de woning en / of het gebouw wordt aangewend overeenkomstig de nieuwe functie.  De bestemmingswijziging moet door de belastingplichtige meegedeeld worden aan de  administratie en gestaafd worden met een kopie van de omgevingsvergunning tot bestemmingswijziging. De datum van de schrapping is de eerste dag van de aanwending overeenkomstig de nieuwe functie, zoals die blijkt uit voorgelegde bewijsstukken. Indien de eerste dag van aanwending overeenkomstig de functie niet kan worden aangetoond aan de hand van bewijsstukken, is de datum van schrapping de datum van het feitenonderzoek ter plaatse zoals bedoeld in §6.

 

§4 Een woning of gebouw, waarin een wijziging van het aantal woongelegenheden werd aangevraagd en vergund, wordt geschrapt uit het leegstandsregister indien een deel of het geheel van de nieuw gerealiseerde woningen worden aangewend overeenkomstig de functie. De wijziging van het aantal woongelegenheden moet door de belastingplichtige meegedeeld worden aan de administratie en gestaafd worden met een kopie van de omgevingsvergunning. Indien een aantal van de op deze wijze gerealiseerde woongelegenheden op datum van schrapping niet in overeenstemming met de functie worden gebruikt, worden deze woongelegenheden op datum van schrapping opnieuw opgenomen in het leegstandsregister, op de wijze, vermeld in artikel 4 van het reglement.

 

§5 Een woning en/of gebouw, waarvoor een sloop werd aangevraagd en vergund, wordt geschrapt uit het leegstandsregister indien de sloop voltooid is en het terrein volledig van puin geruimd is. De sloop moet door de belastingplichtige meegedeeld worden aan de administratie en gestaafd worden met een kopie van de omgevingsvergunning tot sloop. Deze vergunning dient niet als stuk te worden voorgelegd indien de sloopwerken vrijgesteld zijn van vergunning. De datum van de schrapping is de datum van voltooiing van de sloop- en ruimingswerken, zoals die blijkt uit voorgelegde bewijsstukken. Indien deze sloop en ruiming niet kan worden aangetoond aan de hand van bewijsstukken, is de datum van schrapping de datum van het feitenonderzoek ter plaatse zoals bedoeld in §6.

 

§6 Het controleonderzoek gebeurt op schriftelijk verzoek van de belastingplichtige aan de administratie, op de wijze, vermeld in art. 12§2 van het reglement.

De al dan niet inwilliging van een verzoek tot schrapping kan worden voorafgegaan door een controle van de administratie ter plaatse met het oog op een feitenonderzoek. Het verzoek tot schrapping wordt niet ingewilligd als de toegang tot een pand geweigerd of verhinderd wordt voor het feitenonderzoek.

 

§7 De administratie onderzoekt of er redenen zijn tot schrapping binnen een termijn van orde van twee maanden na de ontvangst van het verzoek. In het geval van een verzoek tot schrapping op basis van art. 14§1 en art. 14§2 gebeurt dit onderzoek binnen een termijn van orde van twee maanden na het verstrijken van de periode van 6 maanden bedoeld in art. 14§1 en art. 14§2. De administratie brengt de verzoeker op de hoogte van haar beslissing.

 

§8 Onverminderd §1 tot en met §5 kan de administratie overgaan tot ambtshalve schrapping, maar enkel voor zover de administratie in bezit is van afdoende bewijskrachtige gegevens. De administratie brengt de houder van het zakelijk recht op de hoogte van haar beslissing.

 

§9 Binnen een termijn van dertig dagen, ingaand de dag van deze na de betekening van het schrijven, vermeld in art.14§7 en art. 14§8 van het reglement kan een zakelijk gerechtigde bij het college beroep aantekenen tegen de beslissing tot de weigering van schrapping. Het beroep wordt per beveiligde zending betekend.

Het college doet uitspraak over het beroep en betekent zijn beslissing aan de indiener ervan binnen een termijn van negentig dagen, ingaand de dag na deze van de betekening van het beroepsschrift. De uitspraak wordt per beveiligde zending betekend.

 

SAMEN VOORKOMEN INVENTARIS EN REGISTERS

 

Artikel 15 samen voorkomen inventaris en registers

Gelet op de toepassing van art. 2.13 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021, worden woningen die door het Vlaamse Gewest geïnventariseerd zijn als ongeschikt en/of onbewoonbaar, niet opgenomen in het leegstandsregister.

Gelet op de toepassing van art. 2.19 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 kan een gebouw dat of een woning die door de gemeente geïnventariseerd is als leegstaand, eveneens opgenomen worden in het register verwaarlozing, en omgekeerd. Woningen die door het Vlaamse Gewest geïnventariseerd zijn als ongeschikt of onbewoonbaar, kunnen eveneens worden opgenomen in het register verwaarlozing, en omgekeerd.

 

BEREKENING VAN DE HEFFING

 

Artikel 16 tarief van de heffing

 

§1 Het bedrag van de basisbelasting wordt vastgesteld op 1.500 euro per belastbaar gebouw en/of woning.

 

§2. Het bedrag van de basisbelasting zoals bedoeld in §1 wordt vanaf aanslagjaar 2027 jaarlijks op 1 januari geïndexeerd als volgt:
(basisbedrag 2026 x gezondheidsindex juni voorafgaand aan het aanslagjaar) / gezondheidsindex juni 2025.
Het geïndexeerde bedrag wordt afgerond naar het hogere veelvoud van een euro.

 

§3 Het bedrag van de belasting is gelijk aan het resultaat van de volgende formule:

het geïndexeerde bedrag basisbelasting vermeld onder §2 vermenigvuldigd met (x +1), waarbij x gelijk is aan het aantal periodes van 12 maanden dat het gebouw en/of de woning zonder onderbreking opgenomen is in een van de in artikel 4 bedoelde registers.

x mag niet meer bedragen dan 4.

 

§4 Indien een woning of gebouw is opgenomen op verschillende registers zoals bedoeld in art. 4, is de voormelde belasting verschuldigd per afzonderlijke opname in een register.

 

VRIJSTELLINGEN

 

Artikel 17 aanvraag vrijstelling
 

§1 Een vrijstelling van de heffing kan aangevraagd worden door middel van een daartoe bestemd aanvraagformulier.

 

§2 Bij opname in de inventaris of register moet de aanvraag voor vrijstelling van de heffing worden ingediend via beveiligde zending, voor het verstrijken van de toepasselijke inventarisatiedatum.

 

§3 De houder van het zakelijk recht die gebruik wenst te maken van een vrijstelling zoals beschreven in artikel 18 tot en met artikel 29 dient zelf hiervoor de nodige bewijsstukken voor te leggen aan de administratie.

 

§4 De administratie onderzoekt of er redenen zijn tot het toekennen van een vrijstelling binnen een termijn van orde van twee maanden na de ontvangst van de aanvraag tot vrijstelling. De administratie brengt de verzoeker op de hoogte van haar beslissing.

 

§5 Onverminderd §1 tot en met §3, kan de administratie vrijstellingen ambtshalve verlenen, maar enkel voor zover de administratie in bezit is van afdoende bewijskrachtige gegevens. De administratie brengt de houder van het zakelijk recht op de hoogte van haar beslissing.

 

§6 Het al dan niet toekennen van een vrijstelling kan worden voorafgegaan door een controle van de administratie ter plaatse met het oog op een feitenonderzoek. De vrijstelling wordt geacht geweigerd te zijn als de toegang tot een pand geweigerd of verhinderd wordt voor het feitenonderzoek.

 

§7 Binnen een termijn van dertig dagen, ingaand de dag van deze na de betekening van het schrijven, vermeld in art. 17§4 en art. 17§5 van het reglement kan een houder van het zakelijk recht bij het college beroep aantekenen tegen de beslissing tot de weigering van vrijstelling. Het beroep wordt per beveiligde zending betekend. Het college doet uitspraak over het beroep en betekent zijn beslissing aan de indiener ervan binnen een termijn van negentig dagen, ingaand de dag na deze van de betekening van het beroepsschrift. De uitspraak wordt per beveiligde zending betekend.

 

Artikel 18 vrijstelling voor houder zakelijk recht met beperkte handelingsbekwaamheid

De houder van een zakelijk recht wordt vrijgesteld van belasting indien de handelingsbekwaamheid beperkt werd ingevolge een gerechtelijke beslissing. De vrijstelling geldt voor een periode die duurt tot 2 jaar na het opheffen van de gerechtelijke beslissing tot beperking van de handelsbekwaamheid. De maximale duur van de vrijstelling wordt evenwel beperkt tot vijf jaar.

 

Artikel 19 vrijstelling voor woningen waarbij de woning het enige bezit is

 

§1 De houder van een zakelijk recht wordt vrijgesteld van belasting indien hij houder van het zakelijk recht is van één enkele woning, bij uitsluiting van enige andere woning. Deze vrijstelling geldt op voorwaarde dat dit enige eigendom ook door de houder van het zakelijk recht zelf effectief wordt bewoond als hoofdverblijfplaats.

Deze vrijstelling kan verleend worden voor woningen die opgenomen zijn in het register verwaarlozing, maar niet voor woningen opgenomen in het ‘leegstandsregister’.

 

§2 De houder van een zakelijk recht wordt vrijgesteld van belasting indien de houder van het zakelijk recht laatste bewoner is van een woning die hij als hoofdverblijfplaats gebruikte en waarvan de woning de enige woning in zijn bezit is, in een erkende ouderenvoorziening verblijft of voor een langdurig verblijf werd opgenomen in een instelling. Deze vrijstelling geldt voor een periode van maximaal 3 jaar vanaf de datum van de opname in de erkende ouderenvoorziening of instelling. Deze vrijstelling wordt enkel verleend voor de opname op het leegstandsregister en niet voor de opname in het register ‘verwaarlozing'.

 

Artikel 20 vrijstelling voor een nieuwe houder van het zakelijk recht

De houder van een zakelijk recht die minder dan twee jaar houder is van het zakelijk recht van de woning en/of het gebouw wordt vrijgesteld van belasting gedurende een periode van 2 jaar vanaf het moment van overdracht van het zakelijk recht.

 

Artikel 21 vrijstelling voor renovatie

 

§1 Er wordt in een periode van 10 jaar aan dezelfde houder van het zakelijk recht éénmaal een vrijstelling van maximaal 3 jaar gegeven voor de renovatie van dezelfde woning en/of het gebouw.  

De vrijstelling kan enkel worden verleend indien de problematische situatie ten gronde wordt aangepakt.

Voor leegstaande woningen en gebouwen betekent een aanpak ten gronde dat vrijstelling voor renovatie maar kan worden verleend voor zover de woning of het gebouw na het voltooien van de werken effectief in gebruik kan worden genomen overeenkomstig de functie én de woning of het gebouw niet in aanmerking komt voor opname in het register verwaarlozing of de Vlaamse inventaris ongeschikte en onbewoonbare woningen zoals bedoeld in art. 3.19 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.

Voor verwaarloosde gebouwen of woningen betekent een aanpak ten gronde dat de vrijstelling voor renovatie maar kan worden verleend voor zover de renovatie ook effectief gericht is op het volledig en vakkundig wegwerken van al de vastgestelde gebreken die opgenomen zijn in de administratieve akte.

 

§2 De geplande renovatiewerken dienen aangetoond te worden aan de hand van ofwel:

a) indien het gaat om vergunningsplichtige werken een goedgekeurde niet-vervallen omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen of een schriftelijke bevestiging van de volledig bevonden aanvraag voor een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen opgemaakt door de gemeentelijk stedenbouwkundig ambtenaar, zijn gemachtigde of de gemeentelijke administratie.

Uit deze documenten moet duidelijk blijken dat de problematische situatie ten gronde zal worden aangepakt.

b) indien het gaat om niet-vergunningsplichtige werken aan de hand van een renovatienota zoals bedoeld in art. 2 lid 14 van dit reglement.

Uit deze documenten moet duidelijk blijken dat de problematische situatie ten gronde zal worden aangepakt.

 

§3 De vrijstelling wordt verleend op voorwaarde dat de werken ook effectief worden uitgevoerd. Daarom wordt de vrijstelling verleend in twee schijven van respectievelijk één en maximaal twee jaar.

 

§4 De eerste schijf van één jaar gaat in op datum van de goedkeuring van de omgevingsvergunning. Indien de aanvraag wordt verleend op basis van de schriftelijke bevestiging van de volledig bevonden aanvraag voor een omgevingsvergunning, gaat de vrijstelling in op datum van deze schriftelijke bevestiging. Indien de vrijstelling wordt aangevraagd op basis van een renovatienota, gaat de vrijstelling in op datum dat een volledige renovatienota is ingediend en aanvaard. 

 

§5. In het geval dat de eerste schijf wordt verleend op basis van een schriftelijke bevestiging van de volledig bevonden aanvraag voor een omgevingsvergunning of op basis van de omgevingsvergunning, wordt de vrijstelling ongedaan gemaakt als de omgevingsvergunning geweigerd, vernietigd of geschorst wordt in eerste aanleg of in beroep, of de aanvrager zelf de aanvraagprocedure stopzet.  

 

§6 De aanvraag van de tweede schijf van twee jaar moet gebeuren via een schriftelijke en gemotiveerde vraag aan de administratie. In deze gemotiveerde vraag wordt onder andere een gedetailleerde stand van zaken van de werken opgenomen, waaruit de start der werken, zoals bedoeld in art. 2, 18°, blijkt. Deze stand van zaken wordt onder andere aangetoond aan de hand van foto’s.

 

§7 Indien de renovatiewerken waarvoor de vrijstelling wordt verleend enkel betrekking hebben op sloopwerkzaamheden, wordt de tweede schijf beperkt tot één jaar. 

 

§8 De aanvraag van de tweede schijf moet ingediend worden uiterlijk voor de inventarisatiedatum die volgt op het aflopen van de eerste schijf. Om voor de tweede schijf in aanmerking te komen, moet uit de stand van zaken blijken dat de werken gestart zijn. De toekenning van de tweede schijf kan worden voorafgegaan door een plaatsbezoek van de administratie ter controle. Indien blijkt uit de stand van zaken of uit het verslag van het plaatsbezoek dat de werken nog niet zijn gestart, dan wordt de tweede schijf geweigerd.

 

§9 Indien een plaatsbezoek tot vaststelling van de voortgang van de werken wordt geweigerd of indien aan de administratie geen toegang wordt verleend tot de woning en/of gebouw, dan wordt de toekenning van een tweede schijf automatisch geweigerd. 

 

Artikel 22 vrijstelling voor sociale woningen opgenomen in een goedgekeurd renovatieplan

De houder van het zakelijk recht wordt vrijgesteld van de belasting, indien de woning een sociale huurwoning is, en dit op voorwaarde dat de woning is opgenomen in een renovatieplan voor sociale woningen zoals bedoeld in art. 2 lid 15. De maximale duur van de vrijstelling wordt evenwel beperkt tot vijf jaar.

 

Artikel 23 vrijstelling voor woningen en /of gebouwen binnen onteigeningsplan

De houder van een zakelijk recht wordt vrijgesteld van belasting indien de gebouwen en/of woningen binnen de grenzen liggen van een door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan of waarvoor geen omgevingsvergunning meer wordt afgeleverd omdat een onteigeningsplan wordt voorbereid.

 

Artikel 24 vrijstelling voor woningen en /of gebouwen erkend als monument

 

§1 De houder van een zakelijk recht wordt vrijgesteld van belasting indien de gebouwen en/of woningen die krachtens het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 zijn beschermd als monument en waarvoor bij de bevoegde overheid een ontvankelijk verklaard onderzoeks- of erfgoedpremiedossier is ingediend, gedurende de termijn van behandeling of waarvoor de bevoegde overheid attesteert dat het monument in de bestaande toestand bewaard mag blijven.

 

§2 De maximale duur van de vrijstelling wordt evenwel beperkt tot vijf jaar. Deze beperking geldt niet in het geval dat de bevoegde overheid attesteert dat het monument in de bestaande toestand bewaard mag blijven.

 

Artikel 25 vrijstelling voor woningen en/of gebouwen die getroffen worden door een ramp

De houder van een zakelijk recht wordt vrijgesteld van belasting indien de gebouwen en/of woningen getroffen zijn door een ramp, die zich heeft voorgedaan onafhankelijk van de wil van de belastingplichtige, gedurende een periode van drie jaar volgend op de datum van de ramp.

 

Artikel 26 vrijstelling voor woningen en/of gebouwen die onderwerp vormen van een gerechtelijke procedure

De houder van een zakelijk recht wordt vrijgesteld van belasting indien de gebouwen en/of woningen waarvan het effectief gebruik onmogelijk is omwille van een verzegeling in het kader van een strafrechtelijk onderzoek of omwille van een gerechtelijke procedure, vanaf het begin van de onmogelijkheid tot effectief gebruik tot 2 jaar na het einde van de onmogelijkheid. Bij deze aanvraag moeten stukken zijn gevoegd op basis waarvan de stand van zaken van het strafrechtelijk onderzoek of de gerechtelijke procedure kan worden afgeleid, en waaruit blijkt dat het effectief gebruik van het gebouw en/of woning onmogelijk is omwille van deze procedure.

 

Artikel 27 vrijstelling voor de leegstand van een woning gelegen boven een gebouw

 

§1 De houder van een zakelijk recht wordt vrijgesteld van belasting voor leegstand van de woning indien deze woning gelegen is boven een gebouw, maar enkel voor zover aan alle onderstaande voorwaarden is voldaan:

• De woning is niet afsplitsbaar van het gebouw. Een woning is afsplitsbaar als ze na sloping van het gebouw kan worden beschouwd als een afzonderlijke woning die voldoet aan de bouwfysische vereisten;

• De woning is niet toegankelijk via een afzonderlijke toegang vanaf het openbaar domein of vanaf een aan het openbaar domein palende private toegangsweg of buitenruimte die toebehoort aan de houder van het zakelijk recht. Een afzonderlijke toegang is een toegang die leidt naar één of meer woningen boven hetzelfde gebouw, waarbij de woningen onafhankelijk van het gebouw op het gelijkvloers kunnen betreden worden via een afzonderlijke deur en vaste trap.

 

§2 Deze vrijstelling is niet van toepassing indien een bestaande afzonderlijke toegang verwijderd werd zonder dat hiervoor de noodzakelijke omgevingsvergunningen werden bekomen. 

 

Artikel 28 vrijstelling voor leegstaande gebouwen en woningen waarvoor een verzoek tot schrapping is ingediend

Woningen en gebouwen waarvoor overeenkomstig de bepalingen in art. 14 §6 een schriftelijk verzoek tot schrapping is ingediend, maar waarvoor de periode van 6 maanden zoals bedoeld in art. 14§1 en art. 14§2 nog niet is verstreken, worden tijdelijk vrijgesteld van belasting gedurende een periode van 6 maanden volgend op de ontvangst van het schriftelijk verzoek tot schrapping. De vrijstelling wordt ongedaan gemaakt indien de schrapping geweigerd wordt.

 

Artikel 29 vrijstelling voor een geplande overdracht waarvoor een onderhandse overeenkomst (compromis) is opgemaakt

 

§1 Er wordt in een periode van 10 jaar aan dezelfde houder van het zakelijk recht éénmaal een vrijstelling gegeven op basis van een verbintenis tot overdracht gedurende een periode van 4 maanden ingaand op datum van de ondertekening van de verbintenis, maar enkel voor zover aan alle onderstaande voorwaarden is voldaan:

De geplande overdracht van het zakelijk recht is minimaal vastgelegd in een gedateerde onderhandse overeenkomst (compromis) waarin de overdrager en de verkrijger van het zakelijk recht zich verbinden tot de overdracht van het zakelijk recht. Voor de toepassing van dit reglement wordt een wederzijdse koop- en verkoopbelofte beschouwd als een onderhandse verkoopovereenkomst (compromis) en geven deze documenten recht op het verkrijgen van een vrijstelling. Voor de toepassing van dit reglement worden een optie en een eenzijdige aankoopbelofte niet beschouwd als een onderhandse verkoopsovereenkomst (compromis) en geven deze documenten geen recht op het verkrijgen van een vrijstelling.

 

§2 De vrijstelling wordt verleend op voorwaarde dat de overdracht ook effectief plaatsvindt en de authentieke akte wordt verleden binnen de 4 maanden na de datum van ondertekening van de onderhandse overeenkomst. De vrijstelling wordt ongedaan gemaakt als de onderhandse overeenkomst niet binnen de 4 maanden heeft geleid tot een authentieke akte. In dit geval is de heffing alsnog verschuldigd.

 

INKOHIERING EN REGELING VAN GESCHILLEN

 

Artikel 30 wijze van inning en bezwaarprocedure

De belasting wordt ingevorderd via een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college. 

De belasting moet worden betaald binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.

De vestiging en invordering van de belasting evenals de regeling van de geschillen ter zake gebeurt volgens de modaliteiten vervat in het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.

De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen de belastingaanslag een bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen. Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn.

De indiening moet, op straffe van verval, gebeuren binnen een termijn van 3 maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van de contante inning. Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstmelding afgegeven.

 

OVERGANGSMAATREGELEN

 

Art 31 Overgangsmaatregelen

 

§1. De gemeenteraadsbesluiten van 24 augustus 2010 en 27 juni 2017 waarin werd besloten tot participatie aan de intergemeentelijke dienstverlening van IOK inzake leegstand en verwaarlozing en werd besloten om de opmaak, de opbouw, het beheer en de actualisering van de gemeentelijke registers leegstand en verwaarlozing toe te vertrouwen aan IOK, wordt opgeheven per 1 januari 2026.

 

§2. De gemeenteraadsbeslissing van 24 januari 2023 houdende goedkeuring van het gemeentereglement inzake het leegstandsregister van gebouwen en woningen wordt met ingang van 1 januari 2026 opgeheven en vervangen door onderhavig reglement. De panden die reeds zijn opgenomen in het gemeentelijk leegstandsregister en die op datum van inwerkingtreding van dit besluit nog niet zijn geschrapt, blijven opgenomen in het leegstandsregister, met behoud van de oorspronkelijke inventarisatiedatum.

 

De gemeenteraadsbeslissing van 24 januari 2023 houdende goedkeuring van het gemeentereglement inzake het register van verwaarloosde gebouwen en woningen wordt met ingang van 1 januari 2026 opgeheven en vervangen door onderhavig reglement. De panden die reeds zijn opgenomen in het gemeentelijk register verwaarlozing en die op datum van inwerkingtreding van dit besluit nog niet zijn geschrapt, blijven opgenomen in het register verwaarlozing, met behoud van de oorspronkelijke inventarisatiedatum.

 

§3 Woningen en/of gebouwen die overeenkomstig de bepalingen van §2 nog opgenomen zijn in het leegstandsregister of het register verwaarlozing en waarvoor op datum van inwerkingtreding van dit besluit nog een lopende vrijstelling is overeenkomstig de bepalingen van een van de voorafgaande gemeentelijke heffingsreglementen leegstand of verwaarlozing,  behouden reeds toegekende vrijstellingen.

Een reeds toegekende vrijstelling op basis van dezelfde of gelijkaardige grond onder een voorafgaand heffingsreglement kan voor dezelfde houder van het zakelijk recht voor dezelfde woning of gebouw niet opnieuw worden verkregen op basis van het huidige belastingreglement.  

 

SLOTBEPALINGEN

 

Art. 32 Toezending 

Deze verordening wordt aan de toezichthoudende overheid toegezonden. 

 

Publicatiedatum: 28/01/2026
Punt bijlagen/links 20251216 Goedk. belast. regl. verwaarl. of leegst. gebouwen.pdf Download
Bijlage_2_TV_Onafgewerktheid.pdf Download
Bijlage_1_TV_Verwaarlozing.pdf Download
Bijlage_3_TV_Leegstand.pdf Download
Overzicht punten

Openbare zitting van DINSDAG 16 DECEMBER 2025

 

13. Goedkeuring retributie- & uitleenreglement gemeentelijke feestmaterialen

 

De gemeenteraad,

 

Gelet op het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017;
 

Gelet op de omzendbrief van 15 februari 2019 van de Vlaamse Regering KB/ABB 2019/2

betreffende de gemeentefiscaliteit;
 

Gelet op de financiële toestand van de gemeente;

 

Gelet op het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017;
 

Gelet op de omzendbrief van 15 februari 2019 van de Vlaamse Regering KB/ABB 2019/2

betreffende de gemeentefiscaliteit;
 

Gelet op de financiële toestand van de gemeente;

 

BESLIST: 

eenparig.
 

Artikel 1 - Gebruikersgroepen

1.1. Het gemeentebestuur voorziet de ontlening van materialen opgenomen in de lijsten van ontleenbare feestmaterialen voor verschillende gebruikersgroepen. Afhankelijk van de gebruikersgroep is er een beperking mogelijk van het ontleenbare feestmateriaal. Het gemeentebestuur stelt volgende gebruiksgroepen vast:

 

CATEGORIEEN

GEBRUIKERSGROEP

Categorie A

Gemeentelijke diensten, gemeentelijke adviesraden en andere openbare besturen, erkende Kastelse verenigingen, buurtcomités, kermiscomités, scholen, 3de bataljon paracommando, BKO

Categorie B

Handelszaken en bedrijven gedomicilieerd op het grondgebied van Kasterlee (voor publiek toegankelijke evenementen).

 

1.2. Particulieren, niet-erkende Kastelse verenigingen, niet-Kastelse verenigingen en bedrijven of instellingen die niet in Kasterlee gevestigd zijn, kunnen geen aanspraak maken om gemeentelijk feestmateriaal te ontlenen.

 

Art. 2 - Tarieven

2.1. De tarieven en de in het reglement vermelde kosten worden jaarlijks op 1 januari geïndexeerd als volgt:

basisbedrag 2026 x gezondheidsindex september van het voorafgaande jaar

gezondheidsindex september 2025

 

2.2. De retributie is betaalbaar binnen dertig kalenderdagen na toezending van de factuur, tenzij anders vermeld in de bijlagen.

 

Art. 3 - Ontlening

3.1. De materialen in de lijst van uitleenbare materialen kunnen ontleend worden onder volgende voorwaarden:

        De aanvrager is te herleiden tot één van de vermelde categorieën;

        De activiteiten worden georganiseerd op grondgebied van de gemeente Kasterlee;

        Voor de gebruikersgroep B gelden nog bijkomende specifieke ontleningsvoorwaarden:

     Maximaal één (1) ontlening op jaarbasis;

     Een standaard forfaitaire ontleningskost van € 65 wordt steeds onverminderd in rekening gebracht;

 

3.2. De materialen worden uitgeleend in overeenstemming met het vastgestelde tarief gekoppeld aan de vermelde gebruikersgroep.

 

3.3. Dit retributie- en uitleenreglement is van toepassing op materialen en voorwerpen die eigendom zijn van de gemeente Kasterlee en opgenomen zijn in volgende lijsten:

 

Uitleenbare feestmaterialen voor GEBRUIKERSGROEP A

 

ITEM

MAXIMALE HOEVEELHEID

TARIEF

Materialen gebracht/ opgehaald door technische dienst

1-2-3 podium (medaillepodium)

1

€ 0

Kabeldrempel (1 element = 1 meter)

10

€ 0

Houten panelen

10

€ 0

Houten geperforeerde panelen

10

€ 0

Vlaggenmasten

15

€ 0

Nadar

1200 meter

€ 0

Fietsnadar (1 nadar = fietsstalling voor 6 of 7 fietsen)

30 stuks

€ 0

Voortoog

150 meter

€ 0

Bord “evenement”

5

€ 0

Plooitafels

20

€ 0

Kabelhaspel MET oprolsysteem

2

€ 0

Verdeelpaddestoel

2

€ 0

Unit met 8 podiumelementen – 16 m2

5

€ 0

Trap mobiel podium

2

€ 0

Dichte materiaalcontainer

2

€ 0

Poeder/schuimblustoestel ABC – 6 kg.

5

€ 0

Snelblustoestel CO2 – 5 kg.

2

€ 0

Overdekte podiumwagen De Holder of De Bolder

1

€ 160

Kunststof rijplaat 1m x 2m (15T)

30

€ 0

Lichtmasten (incl. verloopstekker industrieel-huishoudelijk)

2

€ 100/stuk

Materialen zelf op te halen & terug te brengen in de sporthal Duineneind

Kunststofpijlen met elastieken

2.000

€ 0

Spandoek AANKOMST (200 cm x 80 cm)

2

€ 0

Spandoek START (333 cm x 75 cm)

2

€ 0

Materialen zelf op te halen & terug te brengen bij dienst Vrije Tijd - gemeentehuis

Spandoek “geen alcohol onder de 16 jaar - geen sterke drank onder de 18 jaar”

1

€ 0

Bord “rookverbod”

1

€ 0

 

Uitleenbare feestmaterialen voor GEBRUIKERSGROEP B

 

ITEM

MAXIMALE HOEVEELHEID

TARIEF

Materialen gebracht/ opgehaald door technische dienst

Nadar (1 nadar = 2,5 meter)

1200 meter

€ 2,80/meter

Fietsnadar (1 nadar = fietsstalling voor 7 fietsen)

10 stuks

€ 6,20stuk

Poeder/schuimblustoestel ABC – 6 kg.

5

€ 3,10/stuk

Snelblustoestel CO2 – 5 kg.

2

€ 3,10/stuk

Lichtmasten (incl. verloopstekker industrieel-huishoudelijk)

2

€ 150/stuk

Verkeersbord

 

€ 3,10/stuk

 

Art. 4 - Aanvraagformulier

4.1. De aanvraag tot ontlening van de gemeentelijk feestmaterialen is, samen met de vergunningsplichtige of meldingsplichtige activiteit, verplicht digitaal in te sturen via de gemeentelijke Flowlab: http://evenementen.kasterlee.be.

 

4.2. Het online invulformulier moet uiterlijk 60 dagen voor aanvang van het evenement volledig ingevuld verzonden worden.

 

Art. 5 - Termijnen

5.1. De toegestane reservatietermijnen verschillen per gebruikersgroep. De materialen kunnen op voorhand aangevraagd worden volgens onderstaande tabel

 

CATEGORIEEN

RESERVATIETERMIJN

Categorie A

Maximaal 365 dagen voor aanvang activiteit

Minimaal 60 dagen voor aanvang activiteit

Categorie B

Maximaal 182 dagen voor aanvang activiteit

Minimaal 60 dagen voor aanvang activiteit

 

5.2. Het materiaal zal steeds in de mate van beschikbaarheid ontleend kunnen worden. De gebruikersgroepen uit categorie A genieten hierbij absolute voorrang ten aanzien van de gebruikersgroepen uit categorie B.

 

5.3. De aanvrager van categorie A krijgt zo snel mogelijk een bevestiging via Flowlab of het materiaal al dan niet uitgeleend kan worden,
de aanvrager van categorie B krijgt ten vroegste 60 dagen voor de activiteit bevestiging, gezien categorie A voorrang krijgt.

 

5.4. De materialen kunnen maximum 1 week uitgeleend worden.

 

Art. 6 - Leveren en ophalen van materialen door de technische dienst

6.1. In de lijst van uitleenbare materialen staat vermeld welke materialen geleverd worden door de technische dienst.

 

6.2. Het gemeentelijke feestmateriaal kan enkel geleverd en opgehaald worden tijdens de werkuren van het gemeentepersoneel, dewelke steeds te raadplegen zijn op de gemeentelijke website www.kasterlee.be . Als het toegezegde materiaal niet overeenkomt met het geleverde materiaal, kan dit enkel telefonisch voor vrijdagmorgen 9 uur gemeld worden aan de technische dienst, tel. 014 84 63 34.

 

6.3. De materialen worden door de gemeentediensten ter plaatse geleverd en opgehaald op maximaal vier (4) verschillende plaatsen die met een vrachtwagen bereikbaar dienen te zijn en zich op het grondgebied van de gemeente Kasterlee bevinden.

 

6.4. De aanvrager is verplicht via de gemeentelijke Flowlab een gedetailleerd plan aan te leveren waar hij de gevraagde materialen geleverd wenst. Bij het ontbreken van dit leveringsplan, worden de materialen door de technische dienst geleverd op de locatie gekoppeld aan de evenementensite die zij hiervoor het meest geschikt acht.

 

6.5. De materialen worden opgehaald op dezelfde locatie waar ze geleverd werden. Ze dienen daarenboven correct geladen te zijn, volgens de opgegeven constructies. (Voorbeeld: laden van container nadars conform instructie/foto op de container.)
Wanneer de ontleende materialen bij ophaling, niet op de juiste locatie klaarstaan of niet correct zijn ingeladen volgens de richtlijnen, zullen de extra werkuren van onze interne diensten aangerekend worden. Deze worden gefactureerd volgens de uurtarieven opgenomen in het retributiereglement op uitvoeren van werken en leveren van diensten.

 

6.6. Bijzondere maatregelen voor het ontlenen van bepaalde materialen

6.6.1 Gemeentelijke podiumwagens

        De aanvrager moet erop toezien dat het terrein waar de podiumwagen moet geleverd en geplaatst worden, aangepast is aan de afmetingen van de wagen. De totale oppervlakte van de podiumwagen in ontplooide toestand (10,00 x 6,30m = 63m²) moet ter beschikking zijn.

        De opstelling van de gemeentelijke podiumwagen gebeurt door de technische dienst. De vereniging/aanvrager is verplicht om één persoon af te vaardigen op het moment dat de podiumwagen geplaatst wordt. Deze persoon moet de exacte locatie aanduiden waar de podiumwagen moet geplaatst worden. De gemeente geeft het plaatsingsmoment door aan de aanvrager. De aanvrager moet niet helpen bij de montage en demontage van de podiumwagen.
 

6.6.2. Gemeentelijke lichtmast

        De aanvrager moet erop toezien dat het terrein waar de lichtmast(en) moet geleverd en geplaatst worden, bereikbaar dient te zijn met aanhangwagen. De lichtmasten hebben opgesteld een oppervlakte van 2m x 2m nodig.

        De opstelling van de gemeentelijke lichtmast(en) gebeurt door de technische dienst. De vereniging/aanvrager is verplicht om één persoon af te vaardigen op het moment dat de lichtmast(en) geplaatst wordt. Deze persoon moet de exacte locatie aanduiden waar de lichtmast(en) moet geplaatst worden. De gemeente geeft het plaatsingsmoment door  aan de aanvrager. De aanvrager moet niet helpen bij de montage en demontage van de lichtmast(en).
 

6.6.3. Mobiele podiumelementen (“stage decks”)

        Het mobiele podium bestaat maximaal uit 40 elementen van 2m² per stuk; dwz. dat de aanvrager telkens in een veelvoud van 2m² podiumelementen kan ontlenen (met een minimum van 8 podiumelementen en maximaal 40 podiumelementen).

        Het gemeentebestuur voorziet units (stapelbakken) waarin telkens 8 podiumelementen worden gestapeld. Dit geeft een oppervlakte van 16 m² per unit.
 

Per unit worden telkens 32 pootjes meegeleverd van 3 verschillende hoogtes;

        32 pootjes van 20 centimeter hoogte

        32 pootjes van 40 centimeter hoogte

        32 pootjes van 80 centimeter hoogte

        Per unit worden dus in totaal 96 poten meegegeven. De ontlener wordt verzocht deze aantallen grondig te controleren bij levering.
 

Als de aanvrager een trap wenst te ontlenen, dient deze apart te worden aangegeven.

        De mobiele podiumelementen worden door de technische dienst geleverd op slechts één locatie.

        Plaatsing van podiumelementen moet steeds gebeuren volgens de regels van de kunst (gebruik van podium- en pootklemmen bij grote oppervlaktes instructies zijn aanwezig) en is voor eigen rekening. De montage en demontage van de mobiele podiumelementen verloopt NIET via gemeentelijke diensten.

        Podiumelementen mogen NIET als grondbedekking, verhoogde dansvloer of grondvlak worden gebruikt.  Bij vaststelling van oneigenlijk gebruik, zal er geen verdere ontlening aan de aanvrager meer worden toegestaan voor de volgende 2 activiteiten die door de organisator worden ingericht.

        Bij de opstelling van het podium dient de aanvrager:

     De bijgevoegde handleiding te raadplegen voor een correct gebruik van de geleverde materialen;

     Het podium steeds waterpas op te stellen;

     De podiumopstelling zo weinig mogelijk bloot te stellen aan externe weersomstandigheden (bij een buitenopstelling)

     Eventuele uitvullingen van grondoppervlaktes en hoogteverschillen in ondergrond voor zijn/haar rekening te nemen. Het gemeentebestuur voorziet geen levering van bijkomende materialen ter uitvulling bij een oneffen grondoppervlakte;

        Podiumelementen en aanhorigheden moeten steeds borstelschoon worden ingeladen. Eventuele restanten (zoals voedingswaren, papier, lijm, andere) moeten steeds op een ordentelijke manier van de podiumelementen en aanhorigheden verwijderd worden. Indien dit niet gebeurt, zal een reinigingskost worden aangerekend op basis van het aantal werkuren dat gemeentepersoneel nodig heeft om alles opnieuw in orde te brengen volgens het retributiereglement op uitvoeren van werken en leveren van diensten, en/of op basis van het factuur van derden.

        Na afloop van het evenement dienen de podiumelementen en aanhorigheden steeds terug in de unit geplaatst te worden (volgens de instructies).

        De podiumpanelen dienen hierbij horizontaal met de grondoppervlakte (de zwarte zijde van het podiumelement) naar boven gericht in de unit gelegd te worden.

        De pootjes dienen horizontaal in de het volgens lengte correcte opbergvak gelegd te worden

 

Art. 7 - Afhalen en terugbrengen van materialen door de aanvrager

7.1. In de lijst van uitleenbare materialen staat vermeld welke materialen zelf afgehaald moeten worden en bij welke dienst.

 

7.2. Het afhalen en terugbrengen van materialen kan enkel tijdens de openingsuren van de dienst. Het exacte tijdstip wordt bij tijdige reservatie minstens 1 werkweek voor de activiteit meegedeeld. Als het materiaal niet afgehaald wordt op het afgesproken moment, vervalt de reservering.

 

Art. 8 - Aansprakelijkheid, beschadigingen, verlies- & laattijdige inlevering

8.1. De aanvrager draagt zorg voor het geleende materiaal en is aansprakelijk voor eventuele schade of verlies. Het ontleende materiaal moet in dezelfde staat als bij afhaling worden terugbezorgd. Schade of defect wordt bij teruggave van het materiaal onmiddellijk vastgesteld en schriftelijk vastgelegd.

 

8.2. Bij beschadiging zal het bedrag van de herstellingskosten worden gefactureerd volgens een bestek.

 

8.3. Bij verlies en/of onherstelbare schade van gemeentelijke feestmaterialen zal de vervangingswaarde worden gefactureerd. Een standaard forfaitaire dossierkost van € 10 wordt steeds onverminderd in rekening gebracht.

 

8.4.  Kosten van beschadigingen, verlies of diefstal van de pijlen vallen ten laste van de verantwoordelijke ontlener aan € 0.76 per pijl.
 

8.5. Normale slijtage: bij defect ten gevolge van normale slijtage van het materiaal worden er geen boetes aangerekend.

 

Art. 9 Algemene bepalingen

9.1. Verbod op onderverhuur: de ontlener verbindt zich ertoe de geleende materialen in geen geval verder uit te lenen of te verhuren aan derden.

 

9.2. Het geleende materiaal kan, indien nodig, op ieder ogenblik terug worden opgevorderd door het gemeentebestuur.

 

9.3. Het gemeentebestuur van Kasterlee kan niet aansprakelijk gesteld worden voor ongevallen overkomen of veroorzaakt door het ter beschikking stellen van het geleende materiaal.

 

9.4. Het schepencollege beslist over de toewijzing van het aangevraagde materiaal bij conflicterende aanvragen.

 

9.5. Dit reglement vervangt alle voorgaande in deze met ingang van 1 januari 2026.

 

Publicatiedatum: 28/01/2026
Punt bijlagen/links Geïndexeerde_tarieven_ontleningsmaterialen_evenementen_251121.xlsx Download
20251216 GK retributie- & uitleenreglement feestmaterialen.pdf Download
Overzicht punten

Openbare zitting van DINSDAG 16 DECEMBER 2025

 

14. Goedkeuring van de stopzetting van het reglement voor de organisatie van vervoer door de gemeente Kasterlee van niet eigen materialen met ingang van 1 januari 2026

 

De gemeenteraad,

 

Gelet op het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen;
 

Gelet op de beslissing van de gemeenteraad van 24 november 2009 waarbij het reglement voor de organisatie van vervoer door de gemeente Kasterlee van niet-eigen materialen werd ingevoerd;
 

Gelet op de beslissing van de gemeenteraad van 22 november 2011 waarbij het betrokken reglement werd gewijzigd;
 

Overwegende het beperkte gebruik van dit reglement in het verleden;

 

Gelet op het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen;
 

Gelet op de beslissing van de gemeenteraad van 24 november 2009 waarbij het reglement voor de organisatie van vervoer door de gemeente Kasterlee van niet-eigen materialen werd ingevoerd;
 

Gelet op de beslissing van de gemeenteraad van 22 november 2011 waarbij het betrokken reglement werd gewijzigd;
 

Overwegende het beperkte gebruik van dit reglement in het verleden;

 

BESLIST: 

eenparig.
 

Enig artikel - het reglement voor de organisatie van vervoer door de gemeente Kasterlee van niet-eigen materialen met ingang van 1 januari 2026 stop te zetten.

 

Publicatiedatum: 28/01/2026
Punt bijlagen/links 20251216 Stopzetting regl. vervoer niet eigen materialen.pdf Download
Overzicht punten

Openbare zitting van DINSDAG 16 DECEMBER 2025

 

15. Goedkeuring van het retributiereglement voor de gemeentelijke vrijetijdsinfrastructuur

 

De gemeenteraad,

 

Gelet op het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen;

 

Gelet op het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen;

 

BESLIST: 

18 stemmen ja: Bieke Van Ballaer (cd&v team KLT), Ward Kennes (cd&v team KLT), Guy Van de Perre (cd&v team KLT), Gert Storms (cd&v team KLT), Guy Hannes (N-VA), Ellen Peeters (cd&v team KLT), Rein Sobrie (cd&v team KLT), Robby Diels (cd&v team KLT), Jan Biermans (cd&v team KLT), Jo Van de Water (N-VA), Bart Van Ossel (N-VA), Erwin Loos (cd&v team KLT), Julie Van Olmen (cd&v team KLT), Hanne Baeyens (cd&v team KLT), Karlijn Kemps (cd&v team KLT), Nathalie Obbers (N-VA), Toon Sauvillers (cd&v team KLT) en Steve Renders (N-VA).
4 stemmen tegen: Rita Thijs (Actief2460), Mieke Wuyts (Actief2460), Luc Verrydt (Actief2460) en Koen Van Gorp (Actief2460).
3 onthoudingen: Maria Van Laer (Vlaams Belang), Stijn Vermant (Vlaams Belang) en Lien Van Thielen (Vlaams Belang).
 

Algemeen:

 

Artikel 1 – het retributiereglement van de gemeentelijke vrijetijdsinfrastructuur met ingang van 1 januari 2026 goed te keuren.

 

Art. 2 - §1 dat de retributie is verschuldigd door de gebruikers van de gemeentelijke vrijetijdsinfrastructuur. Het van toepassing zijnde tarief is gekoppeld aan het moment waarop het lokaal wordt gebruikt. Het college van burgemeester en schepenen kan bepalen tot welke doelgroep een gebruiker behoort.

 

§2 dat het tarief "gratis" is voor:

        de gemeentelijke diensten van Kasterlee

        de adviesraden ingericht en erkend door het gemeentebestuur Kasterlee

        de onderwijsinstellingen van Kasterlee tijdens hun schooluren

        de academies met een actieve werking in Kasterlee tijdens hun lesuren

        de regionale samenwerkingsverbanden waar Kasterlee lidmaatschap in heeft voor hun bestuursactiviteiten

        de erkende verenigingen indien zij vakantieactiviteiten voor kinderen organiseren tijdens schoolvakanties, als uitbreiding op het bestaande vakantieaanbod dat de dienst vrije tijd regisseert

 

- Het tarief "erkende Kastelse vereniging" is voor:

        de door het college van burgemeester en schepenen erkende Kastelse verenigingen

        de scholen van Kasterlee buiten hun lesuren

        de academies met een actieve werking in Kasterlee buiten hun lesuren

        amateurkunstenaars uit Kasterlee die hun werken gedurende max.14 aaneensluitende dagen willen tentoonstellen (m.u.v. grote zaal)

        de welzijnsschakel van Kasterlee

        de bloedinzamelingen georganiseerd door het Rode Kruis

        een groep van minstens 10 inwoners van Kasterlee die zich verenigen om in het jaar dat ze 18 jaar zijn of worden een vat/fuif te organiseren

        de regionale samenwerkingsverbanden waar Kasterlee lidmaatschap in heeft voor hun niet-bestuursactiviteiten (vb. personeelsfeest, informatiemoment, teambuilding, ...)

 

- Het tarief "lokaal" is voor:

        niet-commerciële instellingen, organisaties en verenigingen zonder winstgevend oogmerk met zetel op het grondgebied van Kasterlee en werking binnen de gemeente

        lokale of regionale niet-commerciële werkingen met actieve werking in Kasterlee

 

- Het tarief "anderen" is voor:

        privé-personen

        commercieel gebruik door instellingen en bedrijven uit Kasterlee

        bedrijven, instellingen, inwoners en verenigingen van buiten Kasterlee

 

Art. 3 - dat de vastgestelde tarieven inclusief btw zijn indien deze van toepassing is. Btw-plichtige afnemers dienen zich kenbaar te maken, zodat een correcte factuur kan opgesteld worden in functie van artikel 44, Wetboek BTW, §3, 2°, a) inzake korte termijnverhuur.

 

Culturele infrastructuur:

 

Art. 4 – §1 dat de tarieven van de retributie, vermeld in de tabel hieronder, betrekking hebben op volgende locaties: OC Kasterlee, OC Lichtaart, OC Tielen, Ligahof, toiletten bibliotheek Lichtaart.

 

§2 dat het gebruik van het podium is inbegrepen bij het tarief van de grote zaal, tenzij het podium niet ter beschikking is o.w.v. langdurig gebruik.

 

§3 dat in het geval het tarief langdurig gebruik van toepassing is (art. 5), het gebruik van het podium (vb. voor decor, niet voor repetities of opbouw/afbraak van decor) tijdens de periode van het langdurig gebruik inbegrepen is in het tarief van de grote zaal.

 

§4 dat met ingang van 1 januari 2026 volgende tarieven gelden:

 

Locatie:

tarief erkende Kastelse vereniging

tarief lokaal

tarief anderen

vergaderzaal of kleedkamer dagdeel

8,35 euro

22,15 euro

55,70 euro

vergaderzaal of kleedkamer dagtarief

16,70 euro

44,35 euro

111,40 euro

foyer OCK dagdeel

55,65 euro

78,00 euro

196,45 euro

foyer OCK dagtarief

111,35 euro

156,00 euro

392,90 euro

algemene activiteit grote zaal dagdeel

70,00 euro

139,45 euro

348,85 euro

 

algemene activiteit grote zaal dagtarief

139,95 euro

278,85 euro

697,70 euro

fuif of bal

477,10 euro

597,20 euro

1.186,35 euro

uitvaart (inclusief keuken)

nvt

nvt

279,90 euro

keuken dagdeel

22,40 euro

44,65 euro

111,35 euro

keuken dagtarief

44,80 euro

89,30 euro

222,70 euro

toiletten voor outdoor evenement OC Lichtaart, OC Tielen, Ligahof en bibliotheek Lichtaart

55,55 euro

112,80 euro

167,95 euro

gebruik tafellakens van de partytafels

5,65 euro per stuk

5,65 euro per stuk

5,65 euro per stuk

afvalcontainer

67,65 euro per stuk

67,65 euro per stuk

67,65 euro per stuk

restafvalzak (60 L)

1,90 euro per stuk

1,90 euro per stuk

1,90 euro per stuk

 

Bijzondere tarieven en kortingen voor culturele infrastructuur:

 

Art. 5 - §1 dat deze bijzondere tarieven en kortingen niet gelden voor de categorie "anderen".

 

§2 dat voor langdurig gebruik 25% algemene korting op het toepasbaar tarief toegekend wordt.

Een langdurig gebruik bestaat in dit geval uit het gebruik van één of meerdere ruimtes binnen eenzelfde gebouw voor 3 of meer dagen binnen een periode van 15 kalenderdagen aan dagtarief en indien aan volgende voorwaarden wordt voldaan:

- maximaal 2 weekends in die periode van 15 kalenderdagen;

- maximaal 1 langdurig gebruik van 2 weekends per maand.

 

Specifieke bepalingen voor OC Kasterlee

 

Art. 6 - dat de vastgestelde tarieven voor OC Kasterlee inclusief het gebruik van de gemeenschappelijke ruimtes zijn zoals bijvoorbeeld: vestiaire, ondergrondse parking,...

 

Jeugdinfrastructuur:

  

Art. 7 – dat de tarieven van de retributie, vermeld in de tabel hieronder, betrekking hebben op volgende locatie: Rulheyde.

 

Het speeldomein Rulheyde wordt niet verhuurd aan particulieren. Enkel de groepen behorende tot de categorie gratis of erkende Kastelse verenigingen, mogen gebruik maken van deze locatie.

 

§1 dat met ingang van 1 januari 2026 volgende tarieven gelden:

 

Locatie: Rulheyde

tarief erkende Kastelse vereniging

Toiletten

55,55 euro per dag

Toiletten en keuken

78,20 euro per dag

Toiletten, keuken en buitenmateriaal

89,50 euro per dag

restafvalzak (60 L)

1,90 euro per stuk

 

Bijzondere tarieven en kortingen voor jeugdinfrastructuur:

 

Art. 8 - dat een langdurig gebruik bestaat uit het gebruik van eenzelfde ruimte op het jeugddomein Rulheyde voor 3 of meer aansluitende dagen.

Tarief: 55% algemene korting op het toepasbaar tarief.

 

Sportinfrastructuur:

  

Art. 9 – dat de tarieven van de retributie, vermeld in de tabel hieronder, betrekking hebben op volgende locaties: sportcentrum Duineneind, turnzaal de Pagadder, turnzaal Tielen,  turnzaal de Vlieger, sportcentrum Tielenhei, turnzaal SMIK.

 

§1 met ingang van 1 januari 2026:

 

Locatie

tarief erkende Kastelse vereniging

tarief lokaal

tarief anderen

1/3 sportcentrum (1 terrein), polyvalente gevechtsportzaal / danszaal, turnzaal  De pagadder, turnzaal Tielen,  turnzaal SMIK (inclusief kleedkamer)

5,55 euro per uur

11,15 euro per uur

16,80 euro per uur

turnzaal De Vlieger

5,55 euro per uur

11,15 euro per uur

16,80 euro per uur

volledig sportcentrum (3 terreinen) (inclusief kleedkamer)

16,60 euro per uur

33,45 euro per uur

50,40 euro per uur

kleedkamer met douche voor outdooractiviteiten

5,50 euro per uur

11,10 euro per uur

16,60 euro per uur

gebruik volledig sportcentrum (evtl. incl. buitenomgeving van het sportcentrum)

221,70 euro per dag

449,60 euro per dag

670,20 euro per dag

gebruik van Domus

110,80 euro per dag

224,55 euro per dag

nvt

toiletten

55,55 euro per dag

112,80 euro per dag

167,95 euro per dag

 

 

Boetes en bijkomende prestaties voor vrijetijdsinfrastructuur:

   

Art. 10 - dat voor extra uit te voeren werken naar aanleiding van receptieve activiteiten en/of de niet-naleving van afspraken volgende retributies of schadevergoedingen extra aangerekend zullen worden:

 

 

tarief erkende Kastelse vereniging/ tarief lokaal / tarief anderen

overtreding niet-naleving gebruiksreglement

212,50 euro vermeerderd met de daaruit voortvloeiende kosten

herstelling/poetsen door eigen technisch personeel 

uurloon retributiereglement “Uitvoeren van werken voor en het leveren van diensten aan derden”, vermeerderd met de daaruit voortvloeiende kost

annuleringen minder dan 7 dagen voorafgaand aan de activiteit

reserveringstarief inclusief BTW

niet opdagen bij een gereserveerde activiteit

reserveringstarief inclusief BTW *2

 

per extra begonnen uur

26,55 euro per uur inclusief BTW

annulering seizoensreservatie sportinfrastructuur na 30/9

½ van het toepasbaar tarief inclusief BTW

Schade aan divers keukengereedschap

retributie conform marktwaarde.

 

Verenigingen of groepen die in de categorie gratis vallen en waarbij de boete dus nul euro zou zijn, zullen een annulatiekost betalen gelijk aan wat een erkende vereniging zou betalen voor diezelfde reservatie. Voor gemeentelijke scholen zal deze kost mee opgenomen worden in de verwerking van de werkingsmiddelen.

 

Indexering:

 

Art. 11 - §1 dat de tarieven van kracht op 1 januari 2026 jaarlijks op 1 januari geïndexeerd worden als volgt:

 

basisbedrag 2026 x gezondheidsindex september van het voorafgaande jaar

gezondheidsindex september 2025 

 

§2 dat de gemeenteraad machtiging geeft aan het college van burgemeester en schepenen om de tarieven van de dranken vast te stellen.

 

Betaling:

 

Art. 12 - dat indien deze retributie niet contant betaald kan worden, ze betaalbaar is binnen de 30 kalenderdagen na toezending van het factuur.

 

Art. 13 - dat het retributiereglement met betrekking tot gemeentelijke vrijetijdsinfrastructuur, goedgekeurd door de gemeenteraad op 28 november 2023, wordt opgeheven met ingang vanaf 1 januari 2026.

 

Publicatiedatum: 28/01/2026
Punt bijlagen/links 20251216 Goedkeuring retributiereglement VTI.pdf Download
Overzicht punten

Openbare zitting van DINSDAG 16 DECEMBER 2025

 

16. Goedkeuring van het retributiereglement op uitvoeren van werken voor en leveren van diensten aan derden met ingang van 1 januari 2026

 

De gemeenteraad,

 

Gelet op het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017;
 

Gelet op de omzendbrief van de Vlaamse regering van 15 februari 2019 KB/ABB 2019/2 betreffende de gemeentefiscaliteit;
 

Gelet op de financiële toestand van de gemeente;
 

Overwegende dat de gemeente zoveel als mogelijk haar gemaakte kosten, hetzij door haarzelf, hetzij door middel van derden, wil recupereren bij prestaties voor derden;

 

Gelet op het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017;
 

Gelet op de omzendbrief van de Vlaamse regering van 15 februari 2019 KB/ABB 2019/2 betreffende de gemeentefiscaliteit;
 

Gelet op de financiële toestand van de gemeente;
 

Overwegende dat de gemeente zoveel als mogelijk haar gemaakte kosten, hetzij door haarzelf, hetzij door middel van derden, wil recupereren bij prestaties voor derden;

 

BESLIST: 

eenparig.
 

Artikel 1 – vanaf 1 januari 2026 een retributie te vestigen die verschuldigd is voor de uitvoering door het gemeentebestuur van werken voor derden of voor de levering door het gemeentebestuur van diensten aan derden, tenzij deze uitvoering of levering aanleiding geeft tot de toepassing van een ander belasting- of retributiereglement of plaats heeft op grond van een overeenkomst.

 

Art. 2 dat de retributie verschuldigd is door de natuurlijke of de rechtspersoon die de uitvoering van de werken of de levering van de dienst aanvraagt of voor rekening van wie dit gebeurt.

 

Art. 3 – dat de retributie wordt vastgesteld als volgt:

 

§1. Prestatie       Retributie

 

RIOLERING      

Aansluiting riolering      800 EUR + BTW

 

MATERIALEN

Alle materialen worden aangerekend aan marktconforme prijzen.

 

WERKUREN

-werkuur werkman        53,80 EUR

-werkman + vervoersmiddel minder dan 3,5 ton    63,55 EUR

-werkman + vervoersmiddel van meer dan 3,5 ton    89,20 EUR

 

ELEKTRICITEITSKASTEN inclusief gebruik elektriciteit

220/240 volt : 8,55 EUR per dag

380 volt : 25 EUR per dag

 

Met ingang van 1 januari 2026 wordt het water van de watertappunten gefactureerd op basis van het effectief verbruik aan 5,80 euro per m³ (= basisbedrag 2026).

 

§2. Bij het ambtshalve opruimen van een sluikstort door de gemeente worden de tarieven vermeerderd met de totale verwerkingskost, welke wordt bepaald op 17 euro per begonnen 0,5m³.

Bij het ambtshalve opruimen van een sluikstort door de gemeente worden de kosten vermeerderd met een administratieve kost van 44 euro per uur met een minimum van één uur.

 

§3. Wanneer werken of leveringen gebeuren door derden voor/aan derden in opdracht van de gemeente wordt het factuurbedrag van de derde vermeerderd met een administratieve kost van 44 euro per uur met een minimum van één uur.

 

Art. 4 - dat de tarieven jaarlijks op 1 januari geïndexeerd worden als volgt:

 

basisbedrag 2026 x gezondheidsindex september voorafgaand aan het kalenderjaar

gezondheidsindex september 2025

 

De tarieven vermeld in artikel 3 zijn de basisbedragen voor 2026.

 

Art. 5 – dat de retributie die onmiddellijk berekend kan worden, wordt betaald bij de goedkeuring van de aanvraag. De retributie die niet onmiddellijk berekend kan worden, wordt betaald binnen de dertig kalenderdagen na toezending van het factuur.

 

Publicatiedatum: 28/01/2026
Punt bijlagen/links 20251216 Goedkeuring retributiereglement werken.pdf Download
Overzicht punten

Openbare zitting van DINSDAG 16 DECEMBER 2025

 

17. Goedkeuring van het invorderingsreglement van fiscale en niet-fiscale ontvangsten

 

De gemeenteraad,

 

Gelet op het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en meer bepaald artikel 177;
 

Gelet op de wet van 13 april 2019 tot invoering van het wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen;
 

Gelet op de omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit;
 

Gelet op het wetboek van economisch recht - boek XIX ‘schulden van de consument’;
 

Gelet op de financiële toestand van de gemeente; 
 

Gelet op het retributiereglement op de invordering van fiscale en niet-fiscale ontvangsten goedgekeurd door de gemeenteraad op 24/10/2023;

 

Gelet op het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en meer bepaald artikel 177;
 

Gelet op de wet van 13 april 2019 tot invoering van het wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen;
 

Gelet op de omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit;
 

Gelet op het wetboek van economisch recht - boek XIX ‘schulden van de consument’;
 

Gelet op de financiële toestand van de gemeente; 
 

Gelet op het retributiereglement op de invordering van fiscale en niet-fiscale ontvangsten goedgekeurd door de gemeenteraad op 24/10/2023;

 

BESLIST: 

eenparig.
 

Artikel 1 - om met ingang van 1 januari 2026 een retributie te heffen voor de kosten verbonden aan de invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen.

 

Art. 2 – Definities

- Fiscale schuldvordering: de ontvangsten uit belastingen, inclusief de verhogingen, administratieve geldboeten en bijbehoren met betrekking tot de belastingen;

- Niet-fiscale schuldvordering: elke som van niet-fiscale aard verschuldigd aan de gemeente in hoofdsom en bijbehoren, zoals niet-limitatief de retributies, huurgelden, schadevergoedingen,…;

- GAS-boetes: gemeentelijke administratieve sancties.

 

Art. 3 - het bedrag van de retributie te bepalen als volgt:

       het opmaken en verzenden van het aanslagbiljet/de factuur/betalingsuitnodiging en de eerste aanmaning: kosteloos

       het opmaken en verzenden van de tweede (aangetekende) aanmaning: 20 euro

 

Art. 4 - dat de retributie is verschuldigd door de nalatige debiteur. De retributie wordt toegevoegd aan het openstaande bedrag en wordt samen met dit bedrag ingevorderd via de tweede aanmaning.

Bij GAS-boetes worden er geen bijkomende kosten aangerekend in de fase van de minnelijke invordering.

Bij niet-minnelijke regeling van de verschuldigde sommen zal de inning geschieden met alle geëigende rechtsmiddelen.

 

Art. 5 – dat bij vastgestelde wanbetaling, in het bijzonder als er sprake is van onwil, herhaling of nalatigheid, het college van burgemeester en schepenen kan beslissen op advies van de bevoegde dienst de gemeentelijke dienstverlening te schorsen of helemaal stop te zetten, zonder dat dit enig recht geeft op schadevergoeding in hoofde van de schuldenaar.

 

Art. 6 - dat het retributiereglement van 24 oktober 2023 op de invordering van fiscale en niet-fiscale ontvangsten wordt opgeheven vanaf 1 januari 2026 en vervangen door dit reglement.

 

Publicatiedatum: 28/01/2026
Punt bijlagen/links 20251216 GK invord.regl. fiscale en niet-fisc. ontvangsten.pdf Download
Overzicht punten

Openbare zitting van DINSDAG 16 DECEMBER 2025

 

18. Goedkeuring subsidiereglement over inkomsten publiciteitspanelen

 

De gemeenteraad,

 

Gelet op het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen;

 

Gelet op het subsidiereglement over inkomsten publiciteitspanelen bij erkende verenigingen goedgekeurd op de gemeenteraad van 28 november 2023;

 

Overwegende dat het gemeentebestuur van Kasterlee erkende verenigingen een subsidie wil geven op basis van de reclame-inkomsten uit de publiciteitspanelen in sporthal Duineneind;

 

Gelet op het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen;

 

Gelet op het subsidiereglement over inkomsten publiciteitspanelen bij erkende verenigingen goedgekeurd op de gemeenteraad van 28 november 2023;

 

Overwegende dat het gemeentebestuur van Kasterlee erkende verenigingen een subsidie wil geven op basis van de reclame-inkomsten uit de publiciteitspanelen in sporthal Duineneind;

 

BESLIST: 

eenparig.
 

Artikel 1 - dat het subsidiereglement over inkomsten via publiciteitspanelen voor erkende verenigingen tot en met 31 december 2031, toegevoegd aan deze beslissing, wordt goedgekeurd en zal ingaan op 1 januari 2026;

 

Art. 2 -  dat het subsidiereglement over inkomsten via publiciteitspanelen voor erkende verenigingen, goedgekeurd op de gemeenteraad van 28 november 2023, met ingang van 1 januari 2026 wordt opgeheven.

 

Publicatiedatum: 28/01/2026
Punt bijlagen/links 251216-PUBLICITEITSPANELEN.pdf Download
Overzicht punten

Openbare zitting van DINSDAG 16 DECEMBER 2025

 

19. Goedkeuring subsidiereglement vorming erkende verenigingen

 

De gemeenteraad,

 

Gelet op het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen;

 

Gelet op het subsidiereglement over vorming bij erkende verenigingen goedgekeurd op de gemeenteraad van 28 november 2023;

 

Overwegende dat het gemeentebestuur van Kasterlee erkende verenigingen die hun (bestuurs)leden vorming laten volgen financieel wil ondersteunen;

 

Gelet op het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen;

 

Gelet op het subsidiereglement over vorming bij erkende verenigingen goedgekeurd op de gemeenteraad van 28 november 2023;

 

Overwegende dat het gemeentebestuur van Kasterlee erkende verenigingen die hun (bestuurs)leden vorming laten volgen financieel wil ondersteunen;

 

BESLIST: 

eenparig.
 

Artikel 1 - dat het subsidiereglement over de vorming voor erkende verenigingen tot en met 31 december 2031, toegevoegd aan deze beslissing, wordt goedgekeurd en zal ingaan op 1 januari 2026.

 

Art. 2 - dat het subsidiereglement over vorming voor erkende verenigingen, goedgekeurd op de gemeenteraad van 28 november 2023, met ingang van 1 januari 2026 wordt opgeheven.

 

Publicatiedatum: 28/01/2026
Punt bijlagen/links 251216-VORMING.pdf Download
Overzicht punten

Openbare zitting van DINSDAG 16 DECEMBER 2025

 

20. goedkeuring subsidiereglement niet-gemeentelijke en niet-OCMW verenigingsinfrastructuur voor erkende verenigingen tot en met 31 december 2031

 

De gemeenteraad,

 

Gelet op het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen;

 

Gelet op het subsidiereglement over niet-gemeentelijke en niet-OCMW verenigingsinfrastructuur bij erkende verenigingen goedgekeurd op de gemeenteraad van 28 november 2023;

 

Overwegende dat het gemeentebestuur van Kasterlee erkende verenigingen financieel wil ondersteunen bij het verduurzamen of brandveilig maken van niet-gemeentelijke of niet-OCMW verenigingsinfrastructuur;

 

Gelet op het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen;

 

Gelet op het subsidiereglement over niet-gemeentelijke en niet-OCMW verenigingsinfrastructuur bij erkende verenigingen goedgekeurd op de gemeenteraad van 28 november 2023;

 

Overwegende dat het gemeentebestuur van Kasterlee erkende verenigingen financieel wil ondersteunen bij het verduurzamen of brandveilig maken van niet-gemeentelijke of niet-OCMW verenigingsinfrastructuur;

 

BESLIST: 

eenparig.
 

Artikel 1 - dat het subsidiereglement over niet-gemeentelijke en niet-OCMW verenigingsinfrastructuur voor erkende verenigingen tot en met 31 december 2031, toegevoegd aan deze beslissing, wordt goedgekeurd en zal ingaan op 1 januari 2026;

 

Art. 2 -  dat het subsidiereglement over niet-gemeentelijke en niet-OCMW verenigingsinfrastructuur voor erkende verenigingen, goedgekeurd op de gemeenteraad van 28 november 2023, met ingang van 1 januari 2026 wordt opgeheven.

 

Publicatiedatum: 28/01/2026
Punt bijlagen/links 251216-verenigingsinfrastructuur.pdf Download
Overzicht punten

Openbare zitting van DINSDAG 16 DECEMBER 2025

 

21. Goedkeuring subsidiereglement uitzonderlijke culturele projecten

 

De gemeenteraad,

 

Gelet op het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen;

 

Gelet op het subsidiereglement over culture projecten voor erkende verenigingen goedgekeurd op de gemeenteraad van 28 november 2023;

 

Overwegende dat het gemeentebestuur Kasterlee erkende verenigingen en projectgroepen die een uitzonderlijk cultuuraanbod voor alle inwoners aanbieden financieel wil ondersteunen;

 

Gelet op het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen;

 

Gelet op het subsidiereglement over culture projecten voor erkende verenigingen goedgekeurd op de gemeenteraad van 28 november 2023;

 

Overwegende dat het gemeentebestuur Kasterlee erkende verenigingen en projectgroepen die een uitzonderlijk cultuuraanbod voor alle inwoners aanbieden financieel wil ondersteunen;

 

BESLIST: 

eenparig.
 

Artikel 1 - dat het subsidiereglement over uitzonderlijke culturele projecten tot en met 31 december 2031, toegevoegd aan deze beslissing, wordt goedgekeurd en zal ingaan op 1 januari 2026.

 

Art. 2 - dat het subsidiereglement over culturele projecten voor erkende verenigingen, goedgekeurd op de gemeenteraad van 28 november 2023, met ingang van 1 januari 2026 wordt opgeheven.

 

Publicatiedatum: 28/01/2026
Punt bijlagen/links 251216-culturele-projecten.pdf Download
Overzicht punten

Openbare zitting van DINSDAG 16 DECEMBER 2025

 

22. Goedkeuring subsidiereglement over jubileumviering bij erkende verenigingen tot en met 31 december 2031

 

De gemeenteraad,

 

Gelet op het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen;

 

Gelet op het subsidiereglement over jubileumsubsidies bij erkende verenigingen goedgekeurd op de gemeenteraad van 28 november 2023;

 

Overwegende dat het gemeentebestuur van Kasterlee erkende verenigingen die een jubileum vieren financieel wil ondersteunen;

 

Overwegende de evaluatie van de subsidiereglementen;

 

Gelet op het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen;

 

Gelet op het subsidiereglement over jubileumsubsidies bij erkende verenigingen goedgekeurd op de gemeenteraad van 28 november 2023;

 

Overwegende dat het gemeentebestuur van Kasterlee erkende verenigingen die een jubileum vieren financieel wil ondersteunen;

 

Overwegende de evaluatie van de subsidiereglementen;

 

BESLIST: 

eenparig.
 

Artikel 1 - dat het subsidiereglement over de jubileumviering bij erkende verenigingen tot en met 31 december 2031, toegevoegd aan deze beslissing, wordt goedgekeurd en zal ingaan op 1 januari 2026;

 

Art. 2 - dat het subsidiereglement over jubileumsubsidies voor erkende verenigingen, goedgekeurd op de gemeenteraad van 28 november 2023, met ingang van 1 januari 2026 wordt opgeheven.

 

Publicatiedatum: 28/01/2026
Punt bijlagen/links 251216_JUBILEUM_VER.pdf Download
Overzicht punten

Openbare zitting van DINSDAG 16 DECEMBER 2025

 

23. Goedkeuring subsidiereglement evenementen met een mindervaliden toiletunit voor erkende verenigingen

 

De gemeenteraad,

 

Gelet op het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen;

 

Overwegende dat het gemeentebestuur Kasterlee erkende verenigingen die een mindervaliden toiletunit met oprijlaan aanbieden op evenementen financieel wil ondersteunen;

 

Gelet op het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen;

 

Overwegende dat het gemeentebestuur Kasterlee erkende verenigingen die een mindervaliden toiletunit met oprijlaan aanbieden op evenementen financieel wil ondersteunen;

 

BESLIST: 

eenparig.
 

Enig artikel - dat het subsidiereglement over evenementen met een mindervaliden toiletunit tot en met 31 december 2031, toegevoegd aan deze beslissing, wordt goedgekeurd en zal ingaan op 1 januari 2026.

 

Publicatiedatum: 28/01/2026
Punt bijlagen/links 251216_EV_MET_MINDERVALIDEN_TOILETUNIT.docx Download
Overzicht punten

Openbare zitting van DINSDAG 16 DECEMBER 2025

 

24. Goedkeuring subsidiereglement erkende kadervorming

 

De gemeenteraad,

 

Gelet op het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen;

 

Overwegende dat het gemeentebestuur natuurlijke personen die een erkende kadervorming volgen financieel wil ondersteunen;

 

Gelet op het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen;

 

Overwegende dat het gemeentebestuur natuurlijke personen die een erkende kadervorming volgen financieel wil ondersteunen;

 

BESLIST: 

eenparig.
 

Artikel 1 - dat het subsidiereglement over erkende kadervorming voor natuurlijke personen tot en met 31 december 2031, toegevoegd aan deze beslissing, wordt goedgekeurd en zal ingaan op 1 januari 2026.

 

Art. 2 - dat het subsidiereglement over erkende kadervorming natuurlijke personen goedgekeurd op de gemeenteraad van 22 november 2022 met ingang van 1 januari 2026 wordt opgeheven.

 

Publicatiedatum: 28/01/2026
Punt bijlagen/links 251216-Kadervorming.pdf Download
Overzicht punten

Openbare zitting van DINSDAG 16 DECEMBER 2025

 

25. Goedkeuring subsidiereglement over fuifbussen voor erkende verenigingen tot en met 31 december 2031

 

De gemeenteraad,

 

Gelet op het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen;
 

Gelet op het subsidiereglement over fuifbussen voor erkende verenigingen goedgekeurd op

de gemeenteraad van 28 november 2023;
 

Overwegende dat het gemeentebestuur van Kasterlee erkende verenigingen die een fuifbus op

grondgebied Kasterlee organiseren financieel wil ondersteunen;

 

Gelet op het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen;
 

Gelet op het subsidiereglement over fuifbussen voor erkende verenigingen goedgekeurd op

de gemeenteraad van 28 november 2023;
 

Overwegende dat het gemeentebestuur van Kasterlee erkende verenigingen die een fuifbus op

grondgebied Kasterlee organiseren financieel wil ondersteunen;

 

BESLIST: 

eenparig.
 

Artikel 1 - dat het subsidiereglement over de fuifbussen voor erkende verenigingen tot en met 31 december 2031, toegevoegd aan deze beslissing, wordt goedgekeurd en zal ingaan op 1 januari 2026.

 

Art. 2 - dat het subsidiereglement over fuifbussen voor erkende verenigingen goedgekeurd op de gemeenteraad van 28 november 2023 met ingang van 1 januari 2026 wordt opgeheven.

 

Publicatiedatum: 28/01/2026
Punt bijlagen/links 251216-FUIFBUS.pdf Download
Overzicht punten

Openbare zitting van DINSDAG 16 DECEMBER 2025

 

26. Goedkeuring subsidiereglement huursubsidies voor niet-gemeentelijke sporthallen

 

De gemeenteraad,

 

Gelet op het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen;

 

Gelet op het subsidiereglement over huursubsidies niet-gemeentelijke sporthallen voor erkende verenigingen goedgekeurd op de gemeenteraad van 28 november 2023;

 

Overwegende dat het gemeentebestuur van Kasterlee erkende verenigingen een subsidie wil toekennen als tussenkomst in de huurkosten voor niet-gemeentelijke sporthallen, als de vereniging een aanvraag heeft gedaan voor het huren van gemeentelijke sporthallen voor haar sportactiviteiten en geen uren heeft gekregen binnen het bezettingsrooster;

 

Overwegende de evaluatie van de subsidiereglementen;

 

Gelet op het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen;

 

Gelet op het subsidiereglement over huursubsidies niet-gemeentelijke sporthallen voor erkende verenigingen goedgekeurd op de gemeenteraad van 28 november 2023;

 

Overwegende dat het gemeentebestuur van Kasterlee erkende verenigingen een subsidie wil toekennen als tussenkomst in de huurkosten voor niet-gemeentelijke sporthallen, als de vereniging een aanvraag heeft gedaan voor het huren van gemeentelijke sporthallen voor haar sportactiviteiten en geen uren heeft gekregen binnen het bezettingsrooster;

 

Overwegende de evaluatie van de subsidiereglementen;

 

BESLIST: 

eenparig.
 

Artikel 1 - dat het subsidiereglement over huursubsidies niet-gemeentelijke sporthallen bij erkende verenigingen tot en met 31 december 2031, toegevoegd aan deze beslissing, wordt goedgekeurd en zal ingaan op 1 januari 2026;

 

Art. 2 - dat het subsidiereglement over huursubsidies niet-gemeentelijke sporthallen voor erkende verenigingen, goedgekeurd op de gemeenteraad van 28 november 2023, met ingang van 1 januari 2026 wordt opgeheven.

 

Publicatiedatum: 28/01/2026
Punt bijlagen/links 251216_HUURSUBSIDIES.pdf Download
Overzicht punten

Openbare zitting van DINSDAG 16 DECEMBER 2025

 

27. Goedkeuring subsidiereglement jeugdwerking

 

De gemeenteraad,

 

Gelet op het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen;

 

Gelet op het subsidiereglement over jeugdwerking bij erkende verenigingen goedgekeurd op de gemeenteraad van 28 november 2023;

 

Overwegende dat het gemeentebestuur van Kasterlee erkende verenigingen die inzetten op jeugdwerking financieel wil ondersteunen;

 

Gelet op het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen;

 

Gelet op het subsidiereglement over jeugdwerking bij erkende verenigingen goedgekeurd op de gemeenteraad van 28 november 2023;

 

Overwegende dat het gemeentebestuur van Kasterlee erkende verenigingen die inzetten op jeugdwerking financieel wil ondersteunen;

 

BESLIST: 

eenparig.
 

Artikel 1 - dat het subsidiereglement over de jeugdwerking bij erkende verenigingen tot en met 31 december 2031, toegevoegd aan deze beslissing, wordt goedgekeurd en zal ingaan op 1 januari 2026.

 

Art. 2 - dat het subsidiereglement over jeugdwerking voor erkende verenigingen, goedgekeurd op de gemeenteraad van 28 november 2023, met ingang van 1 januari 2026 wordt opgeheven.

 

Publicatiedatum: 28/01/2026
Punt bijlagen/links 251216-JEUGDWERKING-BIJ-ERK-VER_MET_KASTERLEE.pdf Download
Overzicht punten

Openbare zitting van DINSDAG 16 DECEMBER 2025

 

28. Goedkeuring subsidiereglement Diftar omwille van medische redenen

 

De gemeenteraad,

 

Gelet op het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen;

 

Gelet op het toelagereglement in het kader van Diftar, goedgekeurd in de gemeenteraad van 22 maart 2022 en latere wijzigingen;

 

Gelet op de beslissing van de gemeenteraad van 25 november 2025 om met ingang van 1 januari 2026 en voor een termijn eindigend op 31 december 2031 een belasting te vestigen op de inzameling en verwerking van huishoudelijke afvalstoffen en met huishoudelijke afvalstoffen vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen via het DIFTAR-systeem;

 

Gelet op het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen;

 

Gelet op het toelagereglement in het kader van Diftar, goedgekeurd in de gemeenteraad van 22 maart 2022 en latere wijzigingen;

 

Gelet op de beslissing van de gemeenteraad van 25 november 2025 om met ingang van 1 januari 2026 en voor een termijn eindigend op 31 december 2031 een belasting te vestigen op de inzameling en verwerking van huishoudelijke afvalstoffen en met huishoudelijke afvalstoffen vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen via het DIFTAR-systeem;

 

BESLIST: 

eenparig.
 

Artikel 1 - dat het subsidiereglement over Diftar omwille van medische redenen tot en met 31 december 2031, toegevoegd aan deze beslissing, wordt goedgekeurd en zal ingaan op 1 januari 2026.

 

Art. 2 - dat het toelagereglement in het kader van Diftar goedgekeurd op de gemeenteraad van 22 maart 2022 en latere wijzigingen met ingang van 1 januari 2026 wordt opgeheven.

 

Publicatiedatum: 28/01/2026
Punt bijlagen/links 251216_DIFTAR_MEDISCHE_REDENEN_(1).docx Download
Overzicht punten

Openbare zitting van DINSDAG 16 DECEMBER 2025

 

29. Goedkeuring subsidiereglement zwerfvuil voor erkende verenigingen

 

De gemeenteraad,

 

Gelet op het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen;

 

Gelet op het subsidiereglement over zwerfvuil bij erkende verenigingen goedgekeurd op de gemeenteraad van 26 juni 2018;

 

Overwegende dat het gemeentebestuur van Kasterlee erkende verenigingen die zwerfvuil inzamelen financieel wil ondersteunen; 

 

Gelet op het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen;

 

Gelet op het subsidiereglement over zwerfvuil bij erkende verenigingen goedgekeurd op de gemeenteraad van 26 juni 2018;

 

Overwegende dat het gemeentebestuur van Kasterlee erkende verenigingen die zwerfvuil inzamelen financieel wil ondersteunen; 

 

BESLIST: 

eenparig.
 

Artikel 1 - dat het subsidiereglement over zwerfvuil voor erkende verenigingen tot en met 31 december 2031, toegevoegd aan deze beslissing, wordt goedgekeurd en zal ingaan op 1 januari 2026.

 

Art. 2 - dat het subsidiereglement over zwerfvuil voor erkende verenigingen, goedgekeurd op de gemeenteraad van 26 juni 2018, met ingang van 1 januari 2026 wordt opgeheven.

 

Publicatiedatum: 28/01/2026
Punt bijlagen/links 251216_ZWERVUIL_VER_(1).docx Download
Overzicht punten

Openbare zitting van DINSDAG 16 DECEMBER 2025

 

30. Goedkeuring verlenging subsidiereglementen 'vakantieactiviteiten bij erkende verenigingen' en 'kampwerking bij erkende verenigingen'

 

De gemeenteraad,

 

Gelet op het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen;

 

Overwegende de uitvoering van het BOA (Buitenschoolse Opvang en Activiteiten)-decreet in Kasterlee in 2026;

 

Overwegende de mogelijke aanvulling van deze subsidiereglementen op het BOA (Buitenschoolse Opvang en Activiteiten)-decreet;

 

Gelet op het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen;

 

Overwegende de uitvoering van het BOA (Buitenschoolse Opvang en Activiteiten)-decreet in Kasterlee in 2026;

 

Overwegende de mogelijke aanvulling van deze subsidiereglementen op het BOA (Buitenschoolse Opvang en Activiteiten)-decreet;

 

BESLIST: 

eenparig.
 

Artikel 1 - het subsidiereglement over de kampwerking bij erkende verenigingen tot en met 31 december 2025, goedgekeurd door de gemeenteraad van 28 november 2023, te verlengen tot en met 31 december 2026.

 

Art. 2 - het subsidiereglement over de vakantieactiviteiten bij erkende verenigingen tot en met 31 december 2025, goedgekeurd door de gemeenteraad van 28 november 2023, te verlengen tot en met 31 december 2026.

 

Publicatiedatum: 28/01/2026
Punt bijlagen/links 231128-KAMPWERKING.pdf Download
231128_VAKANTIEACTIVITEITEN.pdf Download
Overzicht punten

Openbare zitting van DINSDAG 16 DECEMBER 2025

 

31. Goedkeuring subsidiereglement kapellen

 

De gemeenteraad,

 

Gelet op het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen;

 

Gelet op het subsidiereglement voor onderhoudswerken aan niet-beschermde kapellen in privébezit goedgekeurd op de gemeenteraad van 28 maart 2023;

 

Overwegende dat het gemeentebestuur Kasterlee subsidies wil geven aan privé-eigenaars of vrijwillige verzorgers voor het onderhouden van niet-beschermde kapellen die publiek toegankelijk of zichtbaar zijn;

 

Gelet op het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen;

 

Gelet op het subsidiereglement voor onderhoudswerken aan niet-beschermde kapellen in privébezit goedgekeurd op de gemeenteraad van 28 maart 2023;

 

Overwegende dat het gemeentebestuur Kasterlee subsidies wil geven aan privé-eigenaars of vrijwillige verzorgers voor het onderhouden van niet-beschermde kapellen die publiek toegankelijk of zichtbaar zijn;

 

BESLIST: 

eenparig.
 

 

Artikel 1 - dat het subsidiereglement voor onderhoudswerken aan niet-beschermde kapellen in privébezit tot en met 31 december 2031, toegevoegd aan deze beslissing, wordt goedgekeurd en zal ingaan op 1 januari 2026.

 

Art. 2 -  dat het subsidiereglement voor onderhoudswerken aan niet-beschermde kapellen in privébezit, goedgekeurd op de gemeenteraad van 28 maart 2023 met ingang van 1 januari 2026 opgeheven wordt.

 

Publicatiedatum: 28/01/2026
Punt bijlagen/links 251216_KAPELLEN.docx Download
Overzicht punten

Openbare zitting van DINSDAG 16 DECEMBER 2025

 

32. Goedkeuring subsidiereglement Kastelse kinderbonus

 

De gemeenteraad,

 

Gelet op het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen;

 

Overwegende dat het gemeentebestuur van Kasterlee met deze subsidie wil inzetten op gezinsbeleid;

 

Gelet op het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen;

 

Overwegende dat het gemeentebestuur van Kasterlee met deze subsidie wil inzetten op gezinsbeleid;

 

BESLIST: 

eenparig.
 

Enig artikel - dat het subsidiereglement over 'Kastelse kinderbonus' tot en met 31 december 2031, toegevoegd aan deze beslissing, wordt goedgekeurd en zal ingaan op 1 januari 2026.

 

Publicatiedatum: 28/01/2026
Punt bijlagen/links 251216_KASTELSE_KINDERBONUS.pdf Download
Overzicht punten

Openbare zitting van DINSDAG 16 DECEMBER 2025

 

33. Goedkeuring subsidiereglement zwerfvuil buurtcomités

 

De gemeenteraad,

 

Gelet op het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen;

 

Gelet op het subsidiereglement over zwervuil voor buurtcomités goedgekeurd op de gemeenteraad van 26 juni 2018;

 

Overwegende dat het gemeentebestuur van Kasterlee buurtcomités die zwerfafval inzamelen financieel wil ondersteunen;

 

Gelet op het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen;

 

Gelet op het subsidiereglement over zwervuil voor buurtcomités goedgekeurd op de gemeenteraad van 26 juni 2018;

 

Overwegende dat het gemeentebestuur van Kasterlee buurtcomités die zwerfafval inzamelen financieel wil ondersteunen;

 

BESLIST: 

eenparig.
 

Artikel 1 - dat het subsidiereglement over zwerfvuil inzamelen voor buurtcomités tot en met 31 december 2031, toegevoegd aan deze beslissing, wordt goedgekeurd en zal ingaan op 1 januari 2026.

 

Art. 2 - dat het subsidiereglement over zwerfvuil inzamelen voor buurtcomités, goedgekeurd op de gemeenteraad van 26 juni 2018, met ingang van 1 januari 2026 wordt opgeheven.

 

Publicatiedatum: 28/01/2026
Punt bijlagen/links 251216_ZWERVUIL_BUURT.docx Download
Overzicht punten

Openbare zitting van DINSDAG 16 DECEMBER 2025

 

34. Goedkeuring verlenging indexering bepaalde subsidiestromen

 

De gemeenteraad,

 

Gelet op het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen;

 

Overwegende dat de inflatie potentieel de continuïteit van de werking en de financiële gezondheid van verengingen, particulieren en andere organisaties in gevaar brengt;

 

Gelet op het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen;

 

Overwegende dat de inflatie potentieel de continuïteit van de werking en de financiële gezondheid van verengingen, particulieren en andere organisaties in gevaar brengt;

 

BESLIST: 

eenparig.
 

Artikel 1 - tot toepassing van de indexering voor subsidiereglementen met voorgesteld bedrag nl.

 

        subsidie buurtfeesten, goedgekeurd op de gemeenteraad van 23/06/2020

        subsidie opvanginitiatieven -3 jarigen, goedgekeurd op de gemeenteraad van 22/12/2009

 

Art. 2 - a. vanaf januari 2024 het subsidiebedrag jaarlijks te indexeren op 1 januari volgende de formule hieronder vermeld:

 

basisbedrag van 2023 X gezondheidsindex juli voorafghaand aan het kalenderjaar

gezondheidsindex juli 2022

 

Het zo verkregen getal wordt naar beneden afgerond op 2 cijfers na de komma.

 

b. Het jaar van de aanvraag is bepalend voor het subsidiebedrag

 

Art. 3 -  de gemeenteraadsbeslissing over de indexering voor bepaalde subsidiestromen goedgekeurd op de gemeenteraad van 28 november 2023 met ingang van 1 januari 2026 op te heffen.

 

Publicatiedatum: 28/01/2026
Overzicht punten

Openbare zitting van DINSDAG 16 DECEMBER 2025

 

35. Goedkeuring stopzetting reglement gemeentelijke zorgpremie

 

De gemeenteraad,

 

Gelet op de goedkeuring van het reglement van de gemeentelijke zorgpremie door de GR van 19 december 2025;

 

Gelet op de aanpassing van het reglement van de gemeentelijke zorgpremie door de GR van 21 december 2021;
 

Overwegende het ontwerp van de MJP 2026-2031 waarbij het budget voor de gemeentelijke zorgpremie niet werd weerhouden;
 

Overwegende dat er tot en met 4 december 2025 538 premies werden uitbetaald voor een totaalbedrag van 140.192,04 euro voor refertejaar 2024;
 

Gelet op het reglement van de gemeentelijke zorgpremie, waarin wordt aangegeven dat de premie wordt vastgesteld op 240 euro per jaar exclusief indexatie;
 

Overwegende het advies van de dienst welzijn en het MAT om refertejaar 2025 nog in 2026 uit te betalen;

 

Gelet op de goedkeuring van het reglement van de gemeentelijke zorgpremie door de GR van 19 december 2025;

 

Gelet op de aanpassing van het reglement van de gemeentelijke zorgpremie door de GR van 21 december 2021;
 

Overwegende het ontwerp van de MJP 2026-2031 waarbij het budget voor de gemeentelijke zorgpremie niet werd weerhouden;
 

Overwegende dat er tot en met 4 december 2025 538 premies werden uitbetaald voor een totaalbedrag van 140.192,04 euro voor refertejaar 2024;
 

Gelet op het reglement van de gemeentelijke zorgpremie, waarin wordt aangegeven dat de premie wordt vastgesteld op 240 euro per jaar exclusief indexatie;
 

Overwegende het advies van de dienst welzijn en het MAT om refertejaar 2025 nog in 2026 uit te betalen;

 

BESLIST: 

18 stemmen ja: Bieke Van Ballaer (cd&v team KLT), Ward Kennes (cd&v team KLT), Guy Van de Perre (cd&v team KLT), Gert Storms (cd&v team KLT), Guy Hannes (N-VA), Ellen Peeters (cd&v team KLT), Rein Sobrie (cd&v team KLT), Robby Diels (cd&v team KLT), Jan Biermans (cd&v team KLT), Jo Van de Water (N-VA), Bart Van Ossel (N-VA), Erwin Loos (cd&v team KLT), Julie Van Olmen (cd&v team KLT), Hanne Baeyens (cd&v team KLT), Karlijn Kemps (cd&v team KLT), Nathalie Obbers (N-VA), Toon Sauvillers (cd&v team KLT) en Steve Renders (N-VA).
4 stemmen tegen: Rita Thijs (Actief2460), Mieke Wuyts (Actief2460), Luc Verrydt (Actief2460) en Koen Van Gorp (Actief2460).
3 onthoudingen: Maria Van Laer (Vlaams Belang), Stijn Vermant (Vlaams Belang) en Lien Van Thielen (Vlaams Belang).
 

Artikel 1 - goedkeuring te geven om het reglement van de gemeentelijke zorgpremie vanaf 01 januari 2026 stop te zetten.

 

Art. 2 - goedkeuring te geven om de aanvragen voor de gemeentelijke zorgpremie van refertejaar 2025 nog uit te betalen in 2026.

 

Publicatiedatum: 28/01/2026
Punt bijlagen/links 20211221_reglement_gemeentelijke_zorgpremie_(2).pdf Download
Overzicht punten

Openbare zitting van DINSDAG 16 DECEMBER 2025

 

36. Goedkeuring stopzetting reglement gemeentelijke dagopvangpremie

 

De gemeenteraad,

 

Gelet op de goedkeuring van het reglement van de gemeentelijke dagopvangpremie door de GR van 19 december 2025;
 

Gelet op de aanpassing van het reglement van de gemeentelijke dagopvangpremie door de GR van 21 december 2021;
 

Overwegende het ontwerp van de MJP 2026-2031 waarbij het budget voor de gemeentelijke zorgpremie, waaronder de dagopvangpremie valt, niet werd weerhouden;
 

Overwegende dat er in 2025 voor 4.555 euro aan dagopvangpremies werden uitbetaald aan 30 personen voor refertejaar 2024;
 

Gelet op het reglement van de gemeentelijke dagopvanpremie, waarin wordt aangegeven dat de dagopvangpremie maximaal 5 euro per dag bedraagt, met een maximum van 260 euro per jaar;
 

Gelet op het reglement van de gemeentelijke dagopvangpremie, waarin wordt aangegeven dat de premie in het jaar na de dagopvang moet aangevraagd worden voor 1 maart;
 

Overwegende het advies van de dienst welzijn en het MAT om refertejaar 2025 nog in 2026 uit te betalen;

 

Gelet op de goedkeuring van het reglement van de gemeentelijke dagopvangpremie door de GR van 19 december 2025;
 

Gelet op de aanpassing van het reglement van de gemeentelijke dagopvangpremie door de GR van 21 december 2021;
 

Overwegende het ontwerp van de MJP 2026-2031 waarbij het budget voor de gemeentelijke zorgpremie, waaronder de dagopvangpremie valt, niet werd weerhouden;
 

Overwegende dat er in 2025 voor 4.555 euro aan dagopvangpremies werden uitbetaald aan 30 personen voor refertejaar 2024;
 

Gelet op het reglement van de gemeentelijke dagopvanpremie, waarin wordt aangegeven dat de dagopvangpremie maximaal 5 euro per dag bedraagt, met een maximum van 260 euro per jaar;
 

Gelet op het reglement van de gemeentelijke dagopvangpremie, waarin wordt aangegeven dat de premie in het jaar na de dagopvang moet aangevraagd worden voor 1 maart;
 

Overwegende het advies van de dienst welzijn en het MAT om refertejaar 2025 nog in 2026 uit te betalen;

 

BESLIST: 

17 stemmen ja: Bieke Van Ballaer (cd&v team KLT), Ward Kennes (cd&v team KLT), Guy Van de Perre (cd&v team KLT), Gert Storms (cd&v team KLT), Ellen Peeters (cd&v team KLT), Rein Sobrie (cd&v team KLT), Robby Diels (cd&v team KLT), Jan Biermans (cd&v team KLT), Jo Van de Water (N-VA), Bart Van Ossel (N-VA), Erwin Loos (cd&v team KLT), Julie Van Olmen (cd&v team KLT), Hanne Baeyens (cd&v team KLT), Karlijn Kemps (cd&v team KLT), Nathalie Obbers (N-VA), Toon Sauvillers (cd&v team KLT) en Steve Renders (N-VA).
4 stemmen tegen: Rita Thijs (Actief2460), Mieke Wuyts (Actief2460), Luc Verrydt (Actief2460) en Koen Van Gorp (Actief2460).
3 onthoudingen: Maria Van Laer (Vlaams Belang), Stijn Vermant (Vlaams Belang) en Lien Van Thielen (Vlaams Belang).
 

Artikel 1 - goedkeuring te geven om het reglement van de gemeentelijke dagopvangpremie vanaf 01 januari 2026 stop te zetten.

 

Art. 2 - goedkeuring te geven om de aanvragen voor de gemeentelijke dagopvangpremie van refertejaar 2025 nog uit te betalen in 2026.

 

Publicatiedatum: 28/01/2026
Punt bijlagen/links 20211221_reglement_gemeentelijke_premie_dagopvang.pdf Download
Overzicht punten

Openbare zitting van DINSDAG 16 DECEMBER 2025

 

37. Goedkeuring samenwerkingsovereenkomst Foodsavers

 

De gemeenteraad,

 

Gelet op de goedkeuring van het vast bureau van 11 december 2023 om in te stappen in het pilootproject rond de circulaire voedselketen;

 

Gelet op de goedkeuring van het schepencollege van 27 mei 2024 om het proefproject van de sociale kruidenier te verlengen;

 

Gelet op de goedkeuring van het schepencollege van 20 januari 2025 om de sociale kruidenier in 2025 te organiseren;

 

Overwegende de groeiende en blijvende nood aan voedselverdeling via de sociale kruidenier;

 

Overwegende de positieve ervaringen met en het belang van de samenwerking met Foodsavers Kempen vzw;

 

Overwegende dat een overeenkomst voor de volledige legislatuur zorgt voor meer continuïteit en efficiëntie;

 

Gelet op de goedkeuring van het vast bureau van 11 december 2023 om in te stappen in het pilootproject rond de circulaire voedselketen;

 

Gelet op de goedkeuring van het schepencollege van 27 mei 2024 om het proefproject van de sociale kruidenier te verlengen;

 

Gelet op de goedkeuring van het schepencollege van 20 januari 2025 om de sociale kruidenier in 2025 te organiseren;

 

Overwegende de groeiende en blijvende nood aan voedselverdeling via de sociale kruidenier;

 

Overwegende de positieve ervaringen met en het belang van de samenwerking met Foodsavers Kempen vzw;

 

Overwegende dat een overeenkomst voor de volledige legislatuur zorgt voor meer continuïteit en efficiëntie;

 

BESLIST: 

eenparig.
 

Artikel 1 - de samenwerkingsovereenkomst met Foodsavers Kempen voor de bevoorrading van de sociale kruidenier te bevestigen en verder te zetten.

 

Art. 2 - de nieuwe samenwerkingsovereenkomst met Foodsavers Kempen goed te keuren, met ingang vanaf 1 januari 2026 en einddatum 31 december 2031.

 

Art. 3 - het college van burgemeester en schepenen te belasten met de uitvoering van dit besluit en de ondertekening van de overeenkomst gebeurt door de voorzitter van de gemeenteraad en de algemeen directeur.

 

Publicatiedatum: 28/01/2026
Overzicht punten

Openbare zitting van DINSDAG 16 DECEMBER 2025

 

38. Goedkeuring ontwerpakte kosteloze grondafstand 1 perceel te Berkenlaan

 

De gemeenteraad,

 

Gelet op het aanbod van de eigenaars waarin ze allen te kennen geven het perceel gekend zijnde G 286A8, kosteloos te willen afstaan;

 

Gelet op de huidige functie van het perceel, dewelke ingericht is als wegenis;

 

Gelet op de ontwerpakte, opgemaakt door notariskantoor Voeten;

 

Gelet op het aanbod van de eigenaars waarin ze allen te kennen geven het perceel gekend zijnde G 286A8, kosteloos te willen afstaan;

 

Gelet op de huidige functie van het perceel, dewelke ingericht is als wegenis;

 

Gelet op de ontwerpakte, opgemaakt door notariskantoor Voeten;

 

BESLIST: 

eenparig.
 

Artikel 1 - de ontwerpakte voor de ontvangst van het bovengenoemde perceel goed te keuren.

 

Art. 2 - akkoord te gaan met de aktekosten van € 2.034,71 dewelke ten laste zijn van de ontvanger van de gronden.

 

Art. 3 - het perceel ten algemene nutte aan te wenden.

 

Art. 4 - opdracht te geven aan het college van burgemeester en schepenen om alles te doen wat nodig mocht blijken tot uitvoering van dit besluit.

 

Art. 5 - de algemeen directeur en de voorzitter van de gemeenteraad af te vaardigen om in te staan voor de ondertekening van de akte van bovengenoemde perceel.

 

Publicatiedatum: 28/01/2026
Overzicht punten

Openbare zitting van DINSDAG 16 DECEMBER 2025

 

39. Goedkeuring ontwerpakte kosteloze grondafstand ruilverkaveling Hoge en Lage Rielen

 

De gemeenteraad,

 

Gelet op het aanbod van het ministerie van de Vlaamse gemeenschap waarin ze te kennen geven de 4 percelen, verkregen ingevolge een akte ruilverkaveling verleden voor het Comité tot Aankoop van Onroerende Goederen te Antwerpen op 17 december 1996, kosteloos te willen afstaan;

 

Gelet op de ontwerpakte, opgemaakt door dienst vastgoedtransacties;

 

Gelet op het aanbod van het ministerie van de Vlaamse gemeenschap waarin ze te kennen geven de 4 percelen, verkregen ingevolge een akte ruilverkaveling verleden voor het Comité tot Aankoop van Onroerende Goederen te Antwerpen op 17 december 1996, kosteloos te willen afstaan;

 

Gelet op de ontwerpakte, opgemaakt door dienst vastgoedtransacties;

 

BESLIST: 

eenparig.
 

Artikel 1 - de ontwerpakte voor de ontvangst van de bovengenoemde percelen goed te keuren.

 

Art. 2 - akkoord te gaan met de aktekosten van € 1.000,00, dewelke ten laste zijn van de ontvanger van de gronden.

 

Art. 3 - de percelen ten algemene nutte aan te wenden.

 

Art. 4 - opdracht te geven aan het college van burgemeester en schepenen om alles te doen wat nodig mocht blijken tot uitvoering van dit besluit.

 

Art. 5 - de algemeen directeur en de voorzitter van de gemeenteraad af te vaardigen om in te staan voor de ondertekening van de akte van bovengenoemde percelen.

 

Publicatiedatum: 28/01/2026
Overzicht punten

Openbare zitting van DINSDAG 16 DECEMBER 2025

 

40. Goedkeuring ontwerpakte grondafstand inzake verkaveling A202414 op naam van Van den Schoor Dirk, Boskant 57. Voor een perceel gelegen Kleinheiken, 3de afdeling, sectie C, nrs. 92H2 en 92L2

 

De gemeenteraad,

 

Gelet op de ontwerpakte opgemaakt door notarisvennootschap NOTADUX inzake de gratis grondafstand ter uitvoering van de verkaveling A202414 gelegen Kleinheiken, 3de afdeling, sectie C nr. 92H2 en 92L2;

 

Gelet op de verkavelingsvergunning A202414 goedgekeurd d.d. 17 februari 2025 door het college van burgemeester en schepenen waarbij als voorwaarde werd opgelegd dat moet voldaan worden aan het gemeenteraadsbesluit d.d. 26/11/2024;

 

Gelet op het gemeenteraadsbesluit d.d. 26 november 2024 waarin werd opgelegd dat binnen de voornoemde verkavelingsvergunning A202414 de gronden gelegen binnen de vastgestelde rooilijn, zijnde 41m², kosteloos diende te worden overgedragen aan de gemeente;

 

Gelet op het opmetingsplan van Dirk Van den Schoor te Boskant 57, Kasterlee d.d. 7 november 2025, waarbij 41m² wordt aangeduid als over te dragen aan de gemeente Kasterlee;

 

Gelet op de ontwerpakte opgemaakt door notarisvennootschap NOTADUX inzake de gratis grondafstand ter uitvoering van de verkaveling A202414 gelegen Kleinheiken, 3de afdeling, sectie C nr. 92H2 en 92L2;

 

Gelet op de verkavelingsvergunning A202414 goedgekeurd d.d. 17 februari 2025 door het college van burgemeester en schepenen waarbij als voorwaarde werd opgelegd dat moet voldaan worden aan het gemeenteraadsbesluit d.d. 26/11/2024;

 

Gelet op het gemeenteraadsbesluit d.d. 26 november 2024 waarin werd opgelegd dat binnen de voornoemde verkavelingsvergunning A202414 de gronden gelegen binnen de vastgestelde rooilijn, zijnde 41m², kosteloos diende te worden overgedragen aan de gemeente;

 

Gelet op het opmetingsplan van Dirk Van den Schoor te Boskant 57, Kasterlee d.d. 7 november 2025, waarbij 41m² wordt aangeduid als over te dragen aan de gemeente Kasterlee;

 

BESLIST: 

eenparig.
 

Artikel 1 - de grond gelegen in de verkaveling A202414, kadastraal gekend onder Kasterlee, Kleinheiken, 3de afdeling, sectie C nr. 92H2 en 92L2, zijnde 41m², aangeduid op het opmetingsplan van landmeter Dirk Van den Schoor, kosteloos te aanvaarden door de gemeente voor openbaar nut, ter opname ervan in het openbaar domein van de gemeente.

 

Art. 2 - goedkeuring te hechten aan de ontwerpakte.

 

Art. 3 - dat opdracht wordt gegeven aan het college van burgemeester en schepenen om

alles te doen wat nodig mocht blijken tot uitvoering van dit besluit.

 

Art. 4 - dat alle kosten verbonden aan deze overdracht, inclusief aktekosten, ten laste zijn

van de verkavelaar.

 

Art. 5 - dat deze overdracht in hoofde van de gemeente aanvaard wordt onder de bindende voorwaarde van het bekomen van de goedkeuring door haar toezichthoudende overheden te weten: het niet-uitoefenen van het gewoon administratief toezicht (schorsings- en vernietigingsbevoegdheid).

 

Publicatiedatum: 28/01/2026
Overzicht punten

Openbare zitting van DINSDAG 16 DECEMBER 2025

 

41. Goedkeuring lastvoorwaarden en gunningswijze - Heraanleg voetpad Korenbloemlaan (2025012)

 

De gemeenteraad,

 

Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, inzonderheid artikelen 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad;

 

Gelet op de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen;

 

Gelet op het Bestuursdecreet van 7 december 2018;

 

Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, meer bepaald artikelen 326 tot en met 341 betreffende het bestuurlijk toezicht;

 

Gelet op de wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies, en latere wijzigingen;

 

Gelet op de wet van 17 juni 2016 en latere wijzigingen inzake overheidsopdrachten, inzonderheid artikel 41, §1, 2° (het geraamde bedrag excl. btw overschrijdt de drempel van 750.000,00 EUR niet);

 

Gelet op het koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten, en latere wijzigingen;

 

Gelet op het koninklijk besluit van 18 april 2017 betreffende plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren, en latere wijzigingen;

 

Overwegende dat de ontwerpopdracht voor de opdracht “Heraanleg voetpad Korenbloemlaan” werd gegund aan QUADRANT, Dorpsstraat 202 te 3070 Kortenberg via de raamovereenkomst ‘ontwerper infrastructuur- en omgevingsaanleg’ (2024035);

 

Overwegende dat de opdracht het volgende omvat: het opbreken van het oude voetpad langsheen de oneven huisnummers en het aanleggen van een nieuw voetpad + inritten in de Korenbloemlaan;

 

Overwegende dat in het kader van deze opdracht een technisch bestek en meetstaat met nr. 2025012 werd opgesteld door de ontwerper, QUADRANT, Dorpsstraat 202 te 3070 Kortenberg;

 

Overwegende dat het administratief bestek werd opgemaakt door de Aankoopdienst van Kasterlee;

 

Overwegende dat de uitgave voor deze opdracht wordt geraamd op 141.506,30 EUR excl. btw of 171.222,62 EUR incl. 21% btw;

 

Overwegende dat voorgesteld wordt de opdracht te gunnen bij wijze van de vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met voorafgaande bekendmaking;

 

Overwegende dat deze uitgave voorzien is in MJP;

 

Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, inzonderheid artikelen 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad;

 

Gelet op de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen;

 

Gelet op het Bestuursdecreet van 7 december 2018;

 

Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, meer bepaald artikelen 326 tot en met 341 betreffende het bestuurlijk toezicht;

 

Gelet op de wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies, en latere wijzigingen;

 

Gelet op de wet van 17 juni 2016 en latere wijzigingen inzake overheidsopdrachten, inzonderheid artikel 41, §1, 2° (het geraamde bedrag excl. btw overschrijdt de drempel van 750.000,00 EUR niet);

 

Gelet op het koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten, en latere wijzigingen;

 

Gelet op het koninklijk besluit van 18 april 2017 betreffende plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren, en latere wijzigingen;

 

Overwegende dat de ontwerpopdracht voor de opdracht “Heraanleg voetpad Korenbloemlaan” werd gegund aan QUADRANT, Dorpsstraat 202 te 3070 Kortenberg via de raamovereenkomst ‘ontwerper infrastructuur- en omgevingsaanleg’ (2024035);

 

Overwegende dat de opdracht het volgende omvat: het opbreken van het oude voetpad langsheen de oneven huisnummers en het aanleggen van een nieuw voetpad + inritten in de Korenbloemlaan;

 

Overwegende dat in het kader van deze opdracht een technisch bestek en meetstaat met nr. 2025012 werd opgesteld door de ontwerper, QUADRANT, Dorpsstraat 202 te 3070 Kortenberg;

 

Overwegende dat het administratief bestek werd opgemaakt door de Aankoopdienst van Kasterlee;

 

Overwegende dat de uitgave voor deze opdracht wordt geraamd op 141.506,30 EUR excl. btw of 171.222,62 EUR incl. 21% btw;

 

Overwegende dat voorgesteld wordt de opdracht te gunnen bij wijze van de vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met voorafgaande bekendmaking;

 

Overwegende dat deze uitgave voorzien is in MJP;

 

BESLIST: 

eenparig.
 

Artikel 1 - goedkeuring te verlenen aan het bestek met nr. 2025012 en de raming voor de opdracht 'Heraanleg voetpad Korenbloemlaan'. De raming bedraagt 141.506,30 EUR excl. btw of 171.222,62 EUR incl. 21% btw;

 

Art.2 - bovengenoemde opdracht te gunnen bij wijze van de vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met voorafgaande bekendmaking.

 

Art.3 - de aankondiging van de opdracht in te vullen, goed te keuren en bekend te maken op nationaal niveau.
 

 

Publicatiedatum: 28/01/2026
Overzicht punten

Openbare zitting van DINSDAG 16 DECEMBER 2025

 

42. Goedkeuring verlenging/wijziging samenwerkingsovereenkomst bibliotheek Grasduin

 

De gemeenteraad,

 

Gelet op het decreet lokaal bestuur;

Gelet op de goedkeuring van de intentieovereenkomst tot samenwerking tussen de gemeenten Kasterlee en Lille door de gemeenteraad in zitting van 25 mei 2021;

Gelet op de goedkeuring van de samenwerkingsovereenkomst aangaande de samenwerking tussen Kasterlee en Lille met betrekking tot de bibliotheekwerking (2021-2022) door de gemeenteraad in zitting van 25 mei 2021;

Gelet op de goedkeuring van de verlenging van de samenwerkingsovereenkomst aangaande de samenwerking tussen Kasterlee en Lille met betrekking tot de bibliotheekwerking (2023-2025) door de gemeenteraad in zitting van 20 december 2022;

Gelet op de goedkeuring van de samenwerkingsovereenkomst bibliotheek Grasduin (2026-2031) tijdens de vergadering van het overlegcomité bibliotheek Grasduin van 4 november 2025;

Gelet op het voorstel van de verlenging van de samenwerkingsovereenkomst bibliotheek Grasduin voor de jaren 2026-2031 zoals in bijlage toegevoegd.

 

Gelet op het decreet lokaal bestuur;

Gelet op de goedkeuring van de intentieovereenkomst tot samenwerking tussen de gemeenten Kasterlee en Lille door de gemeenteraad in zitting van 25 mei 2021;

Gelet op de goedkeuring van de samenwerkingsovereenkomst aangaande de samenwerking tussen Kasterlee en Lille met betrekking tot de bibliotheekwerking (2021-2022) door de gemeenteraad in zitting van 25 mei 2021;

Gelet op de goedkeuring van de verlenging van de samenwerkingsovereenkomst aangaande de samenwerking tussen Kasterlee en Lille met betrekking tot de bibliotheekwerking (2023-2025) door de gemeenteraad in zitting van 20 december 2022;

Gelet op de goedkeuring van de samenwerkingsovereenkomst bibliotheek Grasduin (2026-2031) tijdens de vergadering van het overlegcomité bibliotheek Grasduin van 4 november 2025;

Gelet op het voorstel van de verlenging van de samenwerkingsovereenkomst bibliotheek Grasduin voor de jaren 2026-2031 zoals in bijlage toegevoegd.

 

BESLIST: 

eenparig.
 

Enig artikel - om de samenwerkingsovereenkomst bibliotheek Grasduin (2026-2031) zoals in bijlage toegevoegd goed te keuren.

 

Publicatiedatum: 28/01/2026
Disclaimer

Publicatie LBLOD

De applicatie "Meeting.burger" helpt lokale besturen bij het aanmaken, annoteren en publiceren van agenda's, besluiten en notulen volgens het principe van gelinkte open data.

Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, wordt er een expliciete "bundel" van het document opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker. Deze "bundel" bestaat uit:

Al deze gegevens staan op een aparte publicatie omgeving die beveiligd toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.